Soms is het belangrijker te discussiëren over iets anders dan de feiten

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

In de aanloop naar de verkiezingen lijkt er elke vijf minuten een nieuw factcheck-initiatief te beginnen.1 Een paar voorbeelden: de StellingChecker wil de betrokkenheid van burgers bij media en politiek vergroten, Leidse studenten journalistiek controleren feiten op Nieuwscheckers en Stemmingmakerij laat grafieken zien met de feiten achter veelgehoorde sentimenten.

Ook de kranten doen lekker mee aan de factcheck-hausse. Trouw beoordeelde laatst het idee van Zondag met Lubach om Nederland op plaats twee te krijgen na Trumps America first als het om handel gaat. De conclusie: 'Ons land is dus te klein om zich als nummer 2 bij Donald Trump te kwalificeren.' No shit, Sherlock.

Tijdens het RTL-debat van vorige week zaten redacteuren van NRC en de Volkskrant als een malle uitspraken van de lijsttrekkers te controleren. Zo zei Jesse Klaver dat Willem van Oranje in 1581 schreef: 'Dit land zou nog geen drie dagen voortbestaan zonder godsdienstvrijheid'. Onwaar, oordeelde NRC, want het citaat dat Klaver bedoelde kwam uit 1580, was geschreven in opdracht van Willem van Oranje (in plaats van door hemzelf) en ging alleen over godsdienstvrijheid voor calvinisten.

Soms word ik wat moedeloos van al die factcheckers. Zou iemand door de genoemde check nu anders naar Jesse Klaver kijken? Feitelijke correctheid lijkt er sowieso niet zo toe te doen, aangezien er nu een president in het Witte Huis zit van wiens beweringen volgens lokale factcheckers 70 procent 'grotendeels fout', 'fout', of 'een regelrechte leugen' is. Dat vind ik erg en ik juich het toe dat burgers gewezen worden op onwaarheden die politici verkondigen.

Alleen is het lastig dat veel zogenaamd harde feiten helemaal niet zo hard zijn. Er zijn definities gekozen, aannames gedaan en dingen weggelaten. Over al die keuzes valt te twisten. Hoe ga je daarmee om? Ga je als factchecker mee met de spreker en kijk je of de bewering klopt binnen de gekozen aannames? Of kijk je ook naar de geldigheid van de gemaakte keuzes? Maar hoe doe je dat laatste zonder dat elke feitencheck uitmondt in een maandenlange studie?

Soms is het belangrijker om te discussiëren over iets anders dan de feiten. Toen president Donald Trump in een interview zei dat het martelen van terroristen 'absoluut werkt', berichtte deze krant dat wetenschappelijke studies laten zien dat martelen juist kan leiden tot meer onbetrouwbare informatie. Maar is dat niet de verkeerde discussie? Zou je niet tegen martelen moeten pleiten, ongeacht of het werkt?

Het is bijna alsof iemand roept: 'De beste manier om alle peuters van Nederland te vermoorden is om plutonium door Liga's te mengen.' En dat vervolgens factcheckers keurig gaan kijken of dit wel klopt door de feiten op een rijtje te zetten. Hoeveel peuters zijn er in Nederland en hoeveel daarvan eten er regelmatig Liga's? Is er misschien een ander voedingsmiddel dat populairder is onder peuters? We willen de harde feiten! En is plutonium wel de meest geschikte manier om die kinderen te doden? Is er geen goedkoper en effectiever gif? Je kúnt het allemaal keurig checken. Maar zou je niet beter iets anders kunnen doen met dit soort uitspraken?

1 Lieve factcheckers: dit was een grapje. Als jullie dit gaan controleren, dan zul je ontdekken dat er niet écht elke vijf minuten een nieuw initiatief bijkomt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden