Soms is de plasser zoek

De plasbuis van jongetjes in de regio Rotterdam eindigt vaker dan gemiddeld op een verkeerde plek, zo melden de consultatiebureau's....

IN DE REGIO Rotterdam worden meer jongetjes geboren met ernstige afwijkingen aan hun plasbuis. Bij ruim zeven op de duizend kinderen constateren medewerkers van de consultatiebureaus dat het uiteinde van de urinebuis niet, zoals het hoort, op de top, maar ergens aan de onderzijde van het penisje uitkomt. Deze afwijking blijkt uit een onderzoek onder alle 7292 jongetjes die de afgelopen twee jaar in Rotterdam zijn geboren.

De aangeboren aandoening komt, naar nu blijkt, in Rotterdam ruim driemaal zoveel voor als in de rest van Europa. Op grond van medische dossiers van ziekenhuizen in 39 regio's in Europa geldt als normaal dat twee op de duizend jongens de afwijkingen aan de plasbuis vertonen. Nederland is met twee regio's vertegenwoordigd in deze statistiek. Daaruit blijkt geen afwijking van het Europees gemiddelde.

De cijfers voor Rotterdam - voor het eerst in Nederland is hier structureel gekeken naar deze afwijkingen - blijken nu dus wezenlijk hoger dan het Nederlands gemiddelde. Niet alleen komt de aandoening in Rotterdam frequenter voor, ook turfden de onderzoekers een opvallend aantal ernstige vormen. In milde gevallen komt de urinebuis nog wel uit op het eikeltje, maar leidt plassen tot een niet-krachtige straal die alle kanten op sproeit.

'Die gevallen deden zich zeker voor, maar niet zelden zagen we dat de plasbuis aan de basis van de penis uitkwam, soms zelfs in het scrotum. Alleen een ingrijpende operatie bood in deze gevallen soelaas', zeggen dr. Rob Weber en dr. Frank Pierik van de afdeling Andrologie van het academisch ziekenhuis in Rotterdam.

Weber is gespecialiseerd in mannelijke voortplantingsfuncties en is een van de wetenschappers die de waarnemingen van de consultatiebureaus de afgelopen anderhalf jaar controleerden. De uitkomst van het onderzoek, dat wordt gefinancierd door de Europese branche-organisatie van chemische bedrijven Cefic, is deze week gepresenteerd aan de veertig deelnemende consultatiebureau-artsen.

Dergelijke afwijkingen aan geslachtsorganen worden vaak in verband gebracht met blootstelling aan zogeheten pseudo-oestrogenen. Vooral kunststoffen en additieven als weekmakers (ftalaten), chloorhoudende bestrijdingsmiddelen en broomhoudende brandvertragers worden verdacht van pseudo-oestrogene werking. Deze stoffen zijn in staat de werking van het vrouwelijke geslachtshormoon oestrogeen na te bootsen. De stoffen binden aan hormoonreceptoren in de geslachtsorganen, wat kan leiden tot de ontwikkeling van meer vrouwelijke kenmerken.

Meisjes zouden daardoor op jongere leeftijd menstrueren, en jongens zouden geslachtsafwijkingen vertonen en op latere leeftijd ook kanker aan de teelballen krijgen. Niet-geopereerde misvormingen aan de urinebuis (hypospadie) veroorzaken bovendien een kromstaande penis, wat later kan leiden tot erectiestoornissen en problemen met vrijen. Daarnaast is er bij jongetjes sprake van stoornissen in het afdalen van de zaadballetjes naar het scrotum (cryptorchisme). Dit laatste komt bij de Rotterdamse jongetjes overigens niet vaker dan normaal voor, zo blijkt ook uit het onderzoek.

Een verklaring voor het grote aantal afwijkingen aan de plasbuis kunnen Weber en Pierik nog niet geven. 'We onderzoeken momenteel aan de hand van uitgebreide enquêtes of er een verband bestaat tussen de afwijkingen en het beroep van hun ouders. Ook milieufactoren zoals luchtvervuiling en de kwaliteit van het drinkwater worden onderzocht', aldus Weber.

Anderhalf jaar geleden participeerde Weber in onderzoek met Wageningse en Utrechtse wetenschappers. Daaruit bleek dat de zaadkwaliteit van mannen die beroepsmatig veel met oplosmiddelen werkten beduidend slechter was dan bij niet aan oplosmiddelen blootgestelde mannen.

Ook het voedingspatroon van de moeder tijdens de zwangerschap geldt echter als een mogelijke oorzaak van de aandoeningen onder de jongetjes. Met door TNO gestandaardiseerde vragenlijsten wordt deze factor onderzocht. 'De invloed van het dieet kan wezenlijk zijn', zegt Pierik. Vooral in soja, graanprodukten en in fruit als peren zitten natuurlijke fyto-oestrogenen.

'Al deze hypothesen gaan we zorgvuldig onderzoeken', zeggen Weber en Pierik. Weber signaleert wel een samenhang tussen de afwijkingen aan pasgeborenen en vruchtbaarheidsstoornissen van volwassen mannen die zich melden in de fertiliteitskliniek van het ziekenhuis. '10 Procent van hen heeft een geschiedenis van niet-ingedaalde zaadballetjes. Op grond van de gegevens van de laatste drie jaar zien we bovendien in deze groep bij vijf op de duizend mannen kanker aan de testes. Dat is tien keer hoger dan normaal', zegt Weber.

Hoewel Weber enige jaren geleden als lid van een commissie van de Gezondheidsraad concludeerde dat de pseudo-oestrogenen 'geen acuut probleem voor de volksgezondheid' vormen, spreekt hij nu van een 'potentieel ernstig gezondheidsprobleem'. Weber: 'We hebben een jaar geleden de ministers Borst en Pronk op de hoogte gesteld van onze eerste bevindingen. Tot op heden hebben de bewindslieden de ontvangst van de brief zelfs niet bevestigd. Dat is teleurstellend.'

Het Ministerie van Milieubeheer (VROM) meldt dat de brief wegens een interne verhuizing is zoekgeraakt, en dat spoedig een antwoord zal worden gegeven op 'het verrassende en enigszins verontrustende onderzoek', aldus een woordvoerder. Nader onderzoek zal VROM vermoedelijk niet financieren. In het kader van het voorzorgprincipe bepleit het ministerie tests waarmee nieuwe en bestaande chemische stoffen kunnen worden getoetst op hun pseudo-oestrogene werking.

RIVM-expert dr. Hans Könemann kent het Rotterdamse onderzoek niet. 'De opzienbarende hoeveelheid gevallen van hypospadie kan het gevolg zijn van een betere diagnose dan vroeger', zegt hij. 'Hoe meer je zoekt, hoe meer je vindt. Als ik een verklaring moet geven, dan denk ik aan voedingspatronen. Met name consumptie van vet, waarin zich gemakkelijk pseudo-oestrogenen ophopen, is een factor. Ook natuurlijke oestrogenen kunnen de oorzaak zijn.'

Een verband met milieuvervuiling of het beroep van de ouders lijkt Könemann onaannemelijk. 'Chemische stoffen kunnen wel dit soort effecten bewerkstelligen, maar we worden er in het algemeen op een zeer laag niveau aan blootgesteld. Het zou me verbazen als epidemiologen in het vervolgonderzoek een verband met een beroepsgroep weten te leggen.'

Milieuorganisatie Greenpeace noemt de resultaten van het Rotterdamse onderzoek 'verontrustend'. 'Hoewel de onderzoekers geen harde oorzaken voor de aandoeningen noemen, zijn hier wel de effecten in het geding waar wij al jarenlang voor waarschuwen. Het is zorgelijk dat het nageslacht schade oploopt door stoffen die wij toepassen, terwijl de overheid de ogen sluit voor dit soort effecten', zegt ir. Eco Matser, hoofd toxische stoffen bij Greenpeace. 'Het is niet uitgesloten dat de hogere milieubelasting, bijvoorbeeld de aan industriële produktie gerelateerde stoffen zoals dioxine, in de Rijnmond-regio de oorzaak van de effecten kan zijn.'

De branche-organisatie van de chemie, VNCI, ziet de vervolgresultaten van het onderzoek echter met een gerust hart tegemoet. 'Mensen denken bij dit soort effecten snel aan chemische stoffen, maar tot nog toe blijkt dit nauwelijks uit onderzoek. Soja-saus is een honderd keer potenter pseudo-oestrogeen dan in afvalwater opgeloste chemische stoffen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden