Soms heb je een kunstwerk nodig dat in je oor schreeuwt: 'Als dit kan, kan alles!'

Kunst volgens Pontzen

Wekelijks nemen de cultuurspecialisten van de Volkskrant stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst. Deze week: Rutger Pontzen.

Francis Bacon, Zelfportret. Foto EPA

Iedereen zal zo zijn favoriete tentoonstelling hebben. Of een tentoonstelling die een onuitwisbare indruk maakte en hem de ogen opende. Bij mij was dat Westkunst in Keulen, 1981. Ik was er al liftend naartoe gereisd, sliep in de regenachtige zomer op een camping net buiten de stad, vanwaar ik met de bus twee dagen op en neer pendelde tussen mijn tent en de even prozaïsche Rheinhallen.

Westkunst, samengesteld door de Duitse kunstpaus Kasper König, was misschien wat we nu een traditionele expositie noemen, met werk aan de wand en op de vloer, en met grote namen die toen ook al groot waren, maar die ik nog nooit in het echt had gezien.

Verpletterend waren de vier portretten die Francis Bacon maakte van zijn schilderende voorganger Vincent van Gogh, die op zijn Bacons in het landschap staat, gesmolten door de brandende zon. Maar mijn oog bleef vooral hangen bij het grote, zwart-witte spaghettisliertenschilderij van Jackson Pollock. Volstrekt onorthodox en compromisloos geschilderd, vernieuwend in stijl en opvatting.

Soms heb je iets nodig - een kunstwerk, een muziekstuk, een theaterstuk, een film - wat in je oor schreeuwt: als dit kan, kan alles! Waarna de deur wagenwijd openstaat voor elke denkbare en (vooral) ondenkbare verandering en vernieuwing. Ook voor zaken die helemaal niets met de zogenaamde heiligheid van de kunst te maken hebben: edelkitsch uit het Grünes Gewölbe-museum in Dresden, gehaakte schedels van Johanna Schweizer en, ja verdomd, de pispot van Marcel Duchamp.

Jackson Pollock, nummer 26, black and white. Foto EPA

Ik moest aan Westkunst en de doorbraak van Pollock denken bij het zien van de serie die videokanaal Arttube heeft gemaakt over baanbrekende tentoonstellingen in de 20ste eeuw in Nederland. En hoe kunstenaars, tentoonstellingmakers en critici daar nu op terugkijken, want dat is de opzet van de vijfdelige reeks.

Welke exposities zoal aan bod komen: Bewogen Beweging (1961), Cobra (1949), Sonsbeek buiten de perken (1971), Talking Back to the Media (1985), Mondriaan (1966) en Dalí (1970). De nodige informatie en het gewenste commentaar leveren kenners als Carel Blotkamp, Saskia Bos, Lily van Ginneken, K. Schippers en Zoro Feigl.

De serie is opgebouwd uit archiefbeelden die in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum lagen opgeslagen, en die tot het sluimerende collectieve geheugen van Nederland behoorden - iets te sluimerend blijkt nu. Want het mooie is dat zulke tentoonstellingen vormend zijn geweest voor hele generaties liefhebbers, omdat ze net even anders waren, of héél anders. Ze waren grensverleggend en veranderden de manier waarop we altijd naar kunst hadden gekeken voorgoed.

Tekst gaat verder na de foto.

Salvador Dalí, Witte lustopwekkende telefoon (1936) Foto Museum Boijmans van Beuningen

Dat een goed videowerk even belangrijk kan zijn als het meest geslaagde schilderij; dat kunst zowel in en buiten het museum bestaansrecht heeft; dat een idee even krachtig en veelzeggend kan zijn als een verfstreek. Zaken die we nu als gewoon zien, maar die vóór die tentoonstellingen niet zo werden ervaren.

Maar het belangrijkste van de serie is natuurlijk de hoop dat iedereen zijn eigen Westkunst-moment mag meemaken, waarop alle bestaande inzichten krachtig en onomkeerbaar worden opgeschud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.