Soms een man, soms een vrouw als leider

Is Nina Brink een geschikt rolmodel voor zich emanciperende vrouwen? Masculien en feminien leiderschap zijn beide nodig in onze maatschappij, maar op heel verschillende gebieden....

Nina Brink heeft wel lef door te klagen dat zij als vrouw slachtoffer is geworden van de media. Zodra zij ter verantwoording werd geroepen voor haar financiële wanbeheer probeerde ze zich immers zelf achter haar vrouw-zijn te verschuilen met de uitspraak, kennelijk ingefluisterd door haar pr-adviseur: 'Ik deed het voor mijn gezin.' Een belachelijk motief voor een miljardair met één volwassen dochter, en niemand trapte er dan ook in.

Het is de vraag of de vrouwenemancipatie en de samenleving als geheel gediend zijn met het soort lef dat Nina Brink tentoonspreidt. Zij mag dan openlijk belijden dat een vrouw thuis hoort te koken en onthullen dat ze altijd een strijkplank bij zich heeft, dat maakt haar nog niet tot een lichtend voorbeeld van vrouwelijke waarden. Integendeel, Brinks carrière kenmerkt zich door klassiek mannelijke trekjes als competitie, eerzucht en concentratie op zichzelf en haar persoonlijke macht. 'Er is maar één topvrouw in het Nederlandse zakenleven en dat ben ik', zei ze bijvoorbeeld in betere tijden.

Als er iets is waarom je Nina Brink eventueel zou kunnen bewonderen, is het haar totale gebrek aan twijfel aan zichzelf. Je hoort het vaker bij topvrouwen op allerlei terreinen: zij twijfelen niet aan zichzelf, ook niet als ze falen. Van zulke uiteenlopende succesdames als Brink, Tineke Netelenbos, Connie Palmen en de voormalige Amerikaanse minister van Defensie Madeleine Albright heeft men opgemerkt dat zij zichzelf zo goed weten te verkopen omdat ze honderd procent achter zichzelf staan, als product.

Niet twijfelen aan jezelf is natuurlijk wel sterk voor een vrouw in een cultuur die vrouwen voortdurend aan het twijfelen brengt. Duizenden jaren van patriarchaat met bijbehorende vernedering en belediging van vrouwen hebben in de meeste vrouwen een permanente twijfel achtergelaten aan hun eigenwaarde en die onzekerheid wordt nog altijd op talloze subtiele en grove manieren gevoed, ook in onze zogenaamd geëmancipeerde samenleving.

Maar is nooit aan jezelf twijfelen ook wel intelligent, of is het vooral een kwestie van selectief waarnemen? Een kenmerk van een nieuwsgierige, flexibele, heldere geest is openstaan voor nieuwe feiten, alternatieve oplossingen en andere meningen, ook andere meningen over jezelf. Overtuigd zijn van de goede zaak waarvoor je je inzet, brengt kracht. Maar onschokbaar overtuigd zijn van jezelf als persoon gaat per definitie niet samen met oprechte zelfkennis. Mannen die nooit aan zichzelf twijfelen - en dat zijn er nogal wat - zijn eigenlijk ook altijd een beetje dommig, en lastig in de omgang.

Het idee dat er zoiets bestaat als typisch vrouwelijke en mannelijke kwaliteiten is lang aangevochten door feministen van de tweede golf - waarschijnlijk uit angst dat elk verschil vrouwen terug naar het aanrecht zou sturen - maar nu toch min of meer ingeburgerd. Uit psychologisch onderzoek kwam voorheen maar één verschil tussen mannen en vrouwen naar voren dat onomstotelijk vaststond: mannen zijn agressiever. Dat verschil verklaart overigens al veel - bijvoorbeeld ook dat mannen meer onderling concurreren en meer risico's nemen dan vrouwen. Daaruit volgen dan weer andere statistisch waarneembare verschillen. Mannen veroorzaken bijvoorbeeld verreweg de meeste verkeersongelukken, vrouwen behalen betere resultaten uit beleggingen.

Maar er zijn steeds meer aanwijzingen dat de hersens van mannen en vrouwen zich vanaf de conceptie op allerlei manieren anders ontwikkelen, onder invloed van de verschillende hormonen die het geslacht bepalen. Bij vrouwen is het verbindingsweefsel tussen linker- en rechterhersenhelft gemiddeld twaalf procent breder dan bij mannen en dat leidt er bijvoorbeeld toe dat mannen beter in staat zijn hun aandacht op één onderwerp gevestigd te houden, terwijl vrouwen beter in staat zijn verschillende dingen tegelijk te doen.

In De eerste sexe ('Over de eigenschappen van vrouwen', Contact, 2000) stelt de Amerikaanse antropologe Helen Fisher dat een embryo waarop geen mannelijke hormonen inwerken, uitgroeit tot een meisje, en dat dus de vrouw de primaire sekse is. 'Pas als je er scheikundige stoffen aan toevoegt, krijg je een man. De biologisch gezien eerste sekse is bezig in een groot aantal sectoren van het economische en sociale leven als de echte eerste sekse op de voorgrond te treden.'

Door hun aangeboren sociale vaardigheden zoals empathie en teamgeest, hun afkeer van dominantie en onderwerping, hun 'web-denken' en hun sterke inhoudelijke motivatie zijn vrouwen volgens Fisher beter geschikt dan mannen om leiding te geven aan bedrijven, organisaties en landen. Helen Fisher citeert Indira Gandhi: 'Ik ga ervan uit dat er een tijd geweest is dat leiderschap gebaseerd was op spierkracht, maar tegenwoordig betekent het dat je goed met mensen moet kunnen omgaan.'

Masculien leiderschap zou gebaseerd zijn op dominantie: 'Ik ben de beste en de sterkste dus iedereen moet doen wat ik zeg.' Vrouwelijk leiderschap gaat dan meer uit van overzicht over het geheel en verantwoordelijkheid: 'Ik weet het best wat iedereen nodig heeft, dus als jullie mijn richtlijnen volgen, wordt iedereen gelukkig.' Typisch vrouwelijk is ook dat het niet gaat om de toppositie, maar om het gevoel inhoudelijk interessant en voor de samenleving nuttig werk te doen.

Een fraai voorbeeld van karakteristiek vrouwelijk leiderschap, in dit licht gezien, is prof. dr. ir. Louise Fresco, assistent-directeur-generaal van de FAO, de voedsel-en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. In een interview in het Volkskrant Magazine zei ze bijvoorbeeld te streven naar invloed, niet naar macht: 'Macht is geen doel (...) Ik heb ook veel gedelegeerd, omat ik denk dat het inhoudelijk effectiever is, of dat het averechts gaat werken als ik alles naar me toe trek. Je moet altijd ontzettend oppassen dat mensen niet jaloers worden of zich bedreigd gaan voelen. Het gaat mij niet om macht. Het gaat erom dat je het goed doet. En dat je het prettig vindt, en dat je het leuk vindt.'

Vergelijk dat eens met een vrouw die zegt dat er maar één topvrouw is in het Nederlandse bedrijfsleven. Zo'n uitspraak is duidelijk bedoeld om concurrenten een gevoel van bedreiging en jaloezie in te boezemen en tekent dus mannelijk dominantiegedrag.

Volgens Helen Fisher zijn er allerlei demografische ontwikkelingen die vrouwen de komende tijd naar de toppen zullen stuwen van organisaties, bedrijven en politiek. In de westerse wereld speelt volgens haar het feit mee dat de vrouwelijke helft van de babyboomgeneratie nu massaal de overgang nadert.

Na de menopauze staan vrouwen minder onder invloed van vrouwelijke hormonen en wordt testosteron - het mannelijke agressiehormoon - in hun hormoonhuishouding belangrijker. Dat maakt postmenopauzale vrouwen sterker en scherper, zonder dat zij hun karakteristiek vrouwelijke kwaliteiten verliezen. De hele maatschappij zal daardoor femininiseren, vrouwelijker worden. Herman Wijffels, voorzitter van de SER, had het in een toespraak in maart van dit jaar over de verschuiving van masculiene naar meer feminiene waarden: '(...) daarbij wordt samenwerking een must en redt bijvoorbeeld ook het bedrijfsleven het niet meer met de oude notie van concurrentie.'

Overigens is deze bestuurder zelf een goed voorbeeld van feminien leiderschap. 'Hij probeert uitgangspunten vast te stellen waar iedereen het mee eens is', zei een insider over hem in een portret in Trouw. Anderen melden dat hij in vergaderingen niet dominant aan het woord is maar vooral luistert, en dat hij liever inhoudelijk bezig is dan met politieke machtsspelletjes. Feminien leiderschap is dus niet voorbehouden aan vrouwen, net zomin als dominant machogedrag alleen onder mannen voorkomt.

Een feminiene maatschappij waarin samenwerking belangrijker wordt dan hiërarchie en de bazen leren luisteren naar hun ondergeschikten, is een zonnig vooruitzicht. Maar dat wil niet zeggen dat er geen plaats is voor masculien gedrag. Sterker nog, het ziet ernaar uit dat we hier en daar te hard van stapel lopen met het femininiseren van de samenleving, zonder dat we in de gaten houden of dat overal wel gewenst is.

De politie van Rijnmond wierf bijvoorbeeld nieuw personeel met posters die de vraag stelden: 'Ben jij mens genoeg om ons uniform te dragen?' Het blauw dat we op straat hebben, is inmiddels meer mens dan symbolische autoriteit, en de gevolgen daarvan zijn niet onverdeeld gunstig, zoals iedereen kan beamen die wel eens heeft gezien hoe een agent wordt 'gedist', afgebekt, door jonge criminelen. Daar waar gezag wordt uitgedaagd, waar gemorreld wordt aan de grenzen die wij in onze democratische samenleving hebben gesteld, is masculien gedrag hard nodig.

De politie van Dordrecht bracht onlangs een werkbezoek aan een collega-wijkteam op Curaçao, meldde een krantenbericht. Ze waren onder de indruk van de grote eerbied die de bevolking daar bleek te hebben voor agenten. 'De politie op de Antillen heeft grofweg dezelfde bevoegdheden als de Nederlandse, maar interpreteert die veel ruimer. Fouilleringen vonden zonder duidelijke aanwijzingen plaats, basepijpjes van gebruikers werden na ontdekking kapot getrapt.' Machogedrag, met andere woorden - onversneden mannelijke dominantie. De Dordtenaren hopen nu dat zij de 'dwingende toon en vastberaden lichaamstaal' van hun overzeese collega's kunnen imiteren. Ook in een leger in oorlogstijd heb je natuurlijk niet veel aan generaals die feminien leiderschap uitstralen, maar meer aan efficiënt geleide masculiene agressie en bereidheid tot risico's nemen.

Mannelijk en vrouwelijk leiderschap zijn dus beide nodig, maar op verschillende plaatsen. Aan de top van een land zou in het ideale geval een regering moeten staan die streeft naar samenwerking met andere landen. Op klassiek vrouwelijke wijze moet deze overheid bovendien trachten alle inwoners gelukkig te maken, zodat geen enkele groep sociaal en economisch dusdanig achterblijft dat criminaliteit de meest aantrekkelijke optie wordt.

Om dit gevoelige netwerk van vredige samenwerking te beschermen tegen buitenlandse en binnenlandse aanvallers, is krachtig mannelijk leiderschap nodig. Ook het bedrijfsleven is beter gediend met feminiene kwaliteiten in een leiding die streeft naar samenwerking en zorgzaamheid. Notoire macho's die zich nu nog uitleven door met een pennenstreek duizenden mensen te ontslaan en nuttige maar weinig winstmakende onderdelen af te stoten, zouden een bevredigende plek toegewezen moeten krijgen in de bewakingsdienst, of helemaal uit het bedrijfsleven verdwijnen en carrière maken bij de politie of op defensie.

Net als de Nina Brinks van deze wereld. Er is niets mis met mannelijk gedrag in een vrouw, net zomin als er iets mis is met mannelijk gedrag in een man - maar het moet wel zijn plaats weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden