‘Soms denk ik: het is ook niet te doen, het leven’

Het theater van Jetse Batelaan (28) onderscheidt zich door rust, eenvoud, minimale taal. Zijn nieuwste voorstelling Broeders is nu te zien op de Bossche Boulevard....

Alleen de titels van zijn voorstellingen al. Echte vrouwen joggen in regenpak, Toe vader drink! of Een voorstelling waarin hopelijk niets gebeurt. Tegendraads en origineel. Al tijdens zijn regie-opleiding viel Jetse Batelaan (28) op. Een eigenzinnige theatermaker, een alleskunner ook: schrijver, regisseur en vormgever. Het publiek reageerde steevast met ‘Hoe verzin je het’. Hij lacht erom vanonder zijn rossige krullen en kijkt wat verwonderd de wereld in.

Zijn producties onderscheiden zich door de rust, de eenvoud, de minimale taal en de manier waarop de werkelijkheid telkens een rare draai krijgt. In Echte vrouwen joggen in regenpak haalt een vrouw mannen uit een plantenkas, laadt ze op een steekkarretje en kiept ze vervolgens een voor een in een vuilnisbak terwijl de heren een Schubertlied zingen.

Zijn nieuwste, Broeders, wordt gespeeld op drie grote zomerfestivals. Na Oerol en Over ’t IJ staat hij vanaf vanavond op de Bossche Boulevard. In deze voorstelling is de geestelijke gezondheidszorg een metafoor voor onze menselijke onmacht. Verplegers nemen de patiënten letterlijk bij de hand of voeren hen zo nodig af op een brancard. Hun aandacht is tegelijkertijd zo liefdevol en aandoenlijk dat het eigenlijk gaat over hoe hulpeloos de mens is. We kunnen niet voort zonder door een ander bij de hand te worden genomen. Dat is in zijn voorstelling tot in het absurde doorgetrokken, gelardeerd met een flinke dosis slapstick. Tot de mens zijn lot accepteert en zijn eigen weg gaat.

‘Die mensen laten alles met zich doen’, zegt Batelaan. ‘Ze zoeken vervulling bij de ander, die moet het oplossen, ze verwachten zoveel van elkaar. In mijn meest pathetische momenten kan ik dat zelf ook wel voelen. Als ik meega in mijn eigen onmacht en denk: het is ook niet te doen, het leven. Dat je helemaal alleen bent en dat allemaal door moet maken. De mens als hulpbehoevende. En die verplegers maar dienstbaar zijn.’

Tussen het lawaaierige zomervertier is Broeders een oase van rust. Batelaan gebruikt geen microfoons, nauwelijks theatrale effecten. ‘Ik ben heel spaarzaam met techniek, in Broeders zitten alleen een piano, gitaar en zang. Veel techniek ervaar ik als vals spelen. Terwijl ik er ook schaamteloos van kan genieten als anderen er wel een spektakel van maken. Maar zelf zoek ik naar eenvoud.’

Zijn stijl doet denken aan die van de grote Zwitserse regisseur Marthaler. Zijn eerste voorstelling, nog op de toneelschool, werd daar al mee vergeleken. ‘Ik had toen nog nooit van hem gehoord. Maar nu is hij een van mijn voorbeelden.’

Batelaan groeide op in een nieuwbouwwijk in Almere, temidden van de natuur. Op een van de zandvlaktes waarop weer een wijk zou worden gebouwd maakte hij, nog op de middelbare school, met vriendjes zijn eerste voorstelling. ‘Dit is mime, riep iemand. Ik wist niet eens dat er een mime-opleiding bestond – dat er ook iets anders was dan het acteren in soaps met alleen maar mooie mensen.’ Hij deed auditie voor de mimeschool, drong door tot de laatste ronde met een monoloog, maar op het moment suprême liep hij naar buiten. Hij deed zijn act bij de metro waar niemand hem kon zien.

Die dubbelheid, zichzelf laten zien en tegelijkertijd de wens om zich te verstoppen, kent hij van zichzelf. ‘Ik heb vroeger eens een tekening gemaakt en daar plakte ik dan een wit vel papier overheen. Veel van mijn acteurs maken ook de indruk alsof ze er eigenlijk niet willen zijn, alsof ze het liefst de coulissen weer in willen. Daar komt ook dat zwijgen vandaan. Je aanwezigheid op een toneel is al een manifestatie waar je u tegen zegt, laat staan dat je dan ook nog je mond open trekt.’

Uiteindelijk kwam hij op de regie-opleiding terecht waar hij onmiddellijk opviel. Na school werd hij gevraagd door Bambie, Carver, de Dogtroep en Arjan Ederveen en Loes Luca. ‘Ik kon toch niet in een jaar alles doen waar ik altijd tegenop had gekeken?’ Hij koos Ederveen en meteen ging het mis. Hij maakte zo’n tegendraadse voorstelling dat ze geen succes werd. Nu weet hij dat hij geen regisseur is die overal inzetbaar is.

De komende jaren wil hij vooral zijn eigen handschrift ontwikkelen. Absurde humor, dwaze invallen, maar altijd vanuit empathie met de medemens. ‘Daarin schuilt mijn sociale bewogenheid.’ Dat engagement heeft hij van huis uit. Zijn ouders voerden vaak actie, waren lid van de PPR, sterk bezig met sociale misstanden en het milieu. ‘Ik heb eerst politicologie gestudeerd. Mijn moeder werkte in de zorg, dat heb ik ook een tijdje gedaan en dat zie je ook terug in Broeders.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden