Sommige varkens zijn gelijker dan andere varkens Er wordt niet geredeneerd vanuit dierenwelzijn, maar vanuit boerenwelzijn

Veehouders praten hun dieronvriendelijke praktijken goed met argumenten die geen stand houden, maar aannemelijk klinken. Volgens Lonneke Grobben wordt het publiek zo op het verkeerde been gezet en kan daaraan het alibi ontlenen om zijn eetgewoonten niet te wijzigen....

LONNEKE GROBBEN

DE laatste tijd zien we met grote regelmaat varkensboeren in de media die hun trieste verhaal doen over het mensenleed in hun sector. De boeren beschrijven onder andere hoe slecht het gesteld is met de inkomsten door de extreem lage prijzen. Maar ook vertellen ze hoe onterecht de beschuldigingen aan hun adres over het welzijn van de varkens zijn. Ze willen dus graag aan het publiek uitleggen hoe de vork nu werkelijk in de steel zit. De argumenten die hierbij naar voren worden gebracht, komen geloofwaardig over, maar slaan als een tang op een varken.

Laten we voorop stellen dat varkenshouders een slechte tijd doormaken; de prijzen zijn laag en per 1 september jl. hebben de boeren ook nog eens 10 procent van hun stapel moeten inleveren in het kader van de Herstructureringswet. Deze 10 procent kan teruggekocht worden, maar dat kost wel geld. Het percentage dat ingeleverd moest worden hing overigens samen met het Varkensbesluit 1998, een initiatief van voormalig minister van Landbouw Van Aartsen. Deze was zo teleurgesteld in de door de sector toegezegde (maar niet gerealiseerde) zelfregulering op het gebied van welzijn, dat hij regels heeft opgesteld voor een beter welzijn van de varkens.

De samenhang tussen Varkensbesluit en Herstructureringswet is inmiddels ongedaan gemaakt door de nieuwe minister Hayo Apotheker (D66), waardoor er weer uitgebreid kan worden zonder dat daar een varken beter van wordt; de zeugen blijven voorlopig hun leven doorbrengen tussen twee stangen (een stap vooruit en een stap achteruit) en mestvarkens leven nog steeds in donkere kale stallen op betonnen vloeren.

Nu staan de inkomens onder druk, maar laten we vooral niet vergeten dat 1997 ondanks (of eigenlijk dankzij) de varkenspest een opperbest jaar is geweest voor de meeste varkenshouders. En ook in de afgelopen decennia hebben varkensboeren goede resultaten behaald, mede door het ondersteunende beleid van het CDA dat vergroting en intensivering van de veehouderij koesterde. De hoge inkomsten noodden tot expansieve groei van de sector, waarbij de Rabobank zich als geldschieter manifesteerde.

Varkensboerin en CDA-Tweede Kamerlid Annie Schreijer komt zoals verwacht op voor de eigen belangen en die van haar collega's, maar haalt een aantal zaken door elkaar. Zij claimt dat de politiek de boeren altijd heeft gestimuleerd tot groei, waardoor zij nu in (sociale) problemen komen. Ze verzuimt daarbij te melden dat haar CDA daar verantwoordelijk voor is en nu in de oppositie de vermoorde onschuld speelt.

In Laat de Leeuw vertelde Schreijer dat ze Youp van 't Hek had uitgenodigd om eens een kijkje te nemen in hun bedrijf. Hij zou dan zelf kunnen constateren hoe goed de varkens het hebben en hoe ze verzorgd worden. Als voorbeeld van deze uitstekende verzorging noemde ze de vloerverwarming voor volwassen varkens. Volgens haar hebben de meeste mensen geen vloerverwarming, dus, zo luidt haar redenatie, is het diervriendelijk wanneer je de varkens wel vloerverwarming gunt.

Een kromme stelling. De meeste mensen hebben weliswaar geen vloerverwarming, maar slapen ook niet op een betonnen vloer en beschikken over adequate andere vormen van verwarming. Volwassen varkens (en dat weten varkensboeren) hebben geen baat bij vloerverwarming, sterker nog; ze hebben er last van. Alleen wanneer de dieren te jong zijn om zichzelf te verwarmen is een extra bron van surrogaatwarmte welkom bij afwezigheid van moeder. Volwassen varkens hebben het al zo warm van zichzelf, dat elke extra warmte een belasting vormt. De varkens gaan wanneer ze het te warm hebben op de roosters liggen, waar ze nog enige afkoeling kunnen zoeken.

De beste methode om varkens tegemoet te komen bij warmteregulatie is door ze een flink pak stro te geven waarin ze naar behoefte warmte kunnen zoeken. Daarnaast voorziet stro ook in de onderzoek- en speelbehoefte van varkens. Uiteraard is het geven van stro arbeidsintensiever en ook geeft stro - in gebruikelijke stallen - meer ammoniak-uitstoot dan kale roosters, waardoor deze in de bio-industrie ongeliefd is.

Warmteregulatie door middel van vloerverwarming heeft uitsluitend tot doel dat er een constante temperatuur is in de stallen, waarmee de kans kleiner is dat de op zeer onnatuurlijke wijze gehouden dieren ziek worden. Vloerverwarming als uiting van dierenliefde is dus een fabel.

Schreijer gaat daarnaast prat op de 'waterbedden' die ze de biggen aanbiedt. Mevrouw Schreijer ligt zelf op een waterbed en daarom lijkt het haar voor biggen ook heel prettig. Biggen hebben inderdaad warmte nodig om zich prettig te voelen. De beste omgeving is de aanwezigheid van de moeder-zeug. Maar omdat de biggen in de bio-industrie na 3 à 4 weken bij de moeder worden weggehaald (zij kan dan weer sneller geïnsemineerd worden) moet er een surrogaatmoeder gezocht worden.

Onder natuurlijke omstandigheden blijven biggen zo'n drie maanden bij de moeder. Wanneer de weesjes op deze te jonge leeftijd in een nieuwe en moederloze-omgeving komen, kun je ze het beste stro geven. Daarmee krijgen ze het warm en kunnen ze de bescherming zoeken, die ze niet meer bij hun moeder kunnen vinden. Ook hier is het geven van stro arbeidsintensiever dan het aanbieden van een kant en klare 'watermatras'. De keus is dus eenvoudig. Ook in dit geval wordt niet geredeneerd vanuit dierenwelzijn, maar vanuit boerenwelzijn.

Vloerverwarming en waterbedden voor varkens klinken in de mensenwereld aantrekkelijk en zijn voor de boer een middel om zijn geweten te sussen, maar ze hebben voor varkens geen enkele functie. Keer op keer zien we veehouders, want kippenhouders doen niet anders, hun georganiseerde dierenmishandeling goed praten met argumenten die weliswaar geen stand houden, maar aannemelijk klinken.

Het publiek wordt met deze redeneringen op het verkeerde been gezet en kan daaraan het valse alibi ontlenen om het menu onaangetast te laten.

Lonneke Grobben is campagne-coördinator van Stichting Wakker Dier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden