Somberen aan de Wibautstraat

De serie Mooi Geweest gaf een fraai profiel van de cultuurpessimistische Volkskrantredacteur. Veel spannender, vindt Pieter Hilhorst, is een lijstje Mooi Genoeg....

Pieter Hilhorst

IS EEN somber gemoed een vereiste om als Volkskrant-redacteur aan de slag te kunnen? Of is het iets dat pas in de loop der jaren ingesleten raakt? Een beroepsdeformatie van journalisten die steevast verslag moeten doen van het slechte nieuws?

Wat de oorzaak ook is, na lezing van de serie Mooi Geweest op deze pagina is het zonneklaar dat door de burelen aan de Wibautstraat een bedompt cultuurpessimisme waart. Plezier is bij voorbaat verdacht en mag alleen in kleine doses worden genoten. Hooguit twee keer per jaar een cadeautje en 'niet almaar meer gelegenheden verzinnen waarop de kinderen vrolijke pakjes verwachten.'(Xandra van Gelder).

Vooral niet te veel voetbalwedstrijden op tv (Ronald Ockhuysen). Of beter gooi de tv helemaal weg, want je leert er niets van (Willem de Bruin). Dat je zou kijken om vermaakt, verstrooid of ontroerd te raken, is ondenkbaar.

Vooral politieke idealen moeten het ontgelden. Mondigheid (Peter Giesen), gelijkheid (Michael Zeeman) en emancipatie (Hans Wansink) moeten bij het grof vuil gezet. De auteurs betwisten niet zozeer de wenselijkheid van de idealen, maar benadrukken de onvoorziene bijeffecten.

Ze hanteren zo een eeuwenoude retorische strategie. Conservatieven zijn altijd de directe confrontatie uit de weg gegaan, zoals Albert Hirschman zo prachtig heeft beschreven in Rhetoric of Reaction. Ze waren niet tegen gelijkheid, maar vreesden dat het streven naar gelijkheid vooral perverse effecten zou hebben en zou leiden tot meer ongelijkheid, of ten koste zou gaan van de vrijheid. Natuurlijk heeft het najagen van mondigheid, gelijkheid en emancipatie ongewenste bijwerkingen gehad. Het getuigt echter van denkluiheid om er bij voorbaat van uit te gaan dat de onbedoelde effecten de bedoelde effecten overstemmen. Dat is alleen acceptabel voor mensen die niet verder kunnen tellen dan twee. Iets is geslaagd of mislukt.

Cultuurpessimisten zien altijd alleen wat verloren gaat, nooit wat gewonnen wordt. Giesen vergeet dat de groei van de mondigheid gepaard is gegaan met een versterkt besef van de waarde van respect voor vreemden en naasten en van de deugd om je in anderen te kunnen verplaatsen.

Zeeman is zo bang voor het Procrustesbed waarop iedereen op één maat gesneden wordt, dat hij vergeet dat mensen zich ook zonder hiërarchische verschillen zeer goed van elkaar kunnen onderscheiden. De gelijkvormigheid waarvoor hij vreest is een mythe. Kijk op straat. Het spannende verschil tussen de seksen is geenszins verdwenen. De samenleving wordt eerder pluriformer dan eenvormiger.

De redacteuren zijn belust het misverstand dat de Volkskrant een vooruitstrevende krant is, voor eens en voor altijd weg te nemen. Ze willen afrekenen met de erfenis van de jaren zestig. Zo wordt de bijdrage over de dodenherdenking van Sander van Walsum al snel de vijfentwintigduizendste tirade tegen de foute sympathieën van fellow travellers van Mao en Castro. Toen Daniel Goldhagen met Hitlers Beulen zo'n succes had in Duitsland, merkte Henryk Broder fijntjes op dat het verzet tegen de Führer met de dag toeneemt. Zo is het in Nederland ook met de jaren zestig. Cohortsgewijs keren de 'onafhankelijke' geesten zich tegen het conformisme van de jaren zestig met zijn overspannen geloof in de maakbaarheid van de samenleving.

De strijdbare redacteuren vergeten dat ze geen tegenstanders meer hebben. De vertegenwoordigers van de jaren zestig hebben zich allang bij hun criticasters gevoegd. Ze hebben in boekjes als Alles moest anders hun spijt betuigt voor hun foute fantasieën en sympathieën. Alleen hun egocentrische wereldbeeld hebben ze behouden. Zoals ze vroeger dachten dat zij de wereld konden verbeteren, menen ze nu dat als zij het niet kunnen niemand het kan.

Het is treurig om te zien hoe de kritische Volkskrant-redacteuren deze veronderstelling klakkeloos overnemen. Ook zij hebben elk geloof opgegeven. Zeeman gaat in zijn bijdrage over de avant-garde zelfs zo ver om elke gedachte aan vooruitgang taboe te verklaren.

De generatie van de jaren zestig en hun iets jongere critici delen een afkeer van de politiek. Waar vroeger de heilstaat het einde van de politiek moest inluiden, wordt nu verlangd naar de stilte van de depolitisering. Daarom ergert het Hans Wansink dat die vrouwen zelfs nu ze zoveel bereikt hebben, blijven zeuren. Het moet een keer ophouden, verzucht hij.

Maar dat is nu precies de essentie van politiek: het houdt nooit op. Er wacht geen Bevrijding aan het einde van de dag. Het is zoals De Harde Kern ooit opmerkte in het boekje Wel feministisch, niet geëmancipeerd: Wij zeuren niet, het zijn zeurende kwesties. Om kleine verbetering tot stand te brengen is veel klagen en kniezen nodig. Dat klagen wordt pas irritant als het gepaard gaat met machteloosheid. Daar schuilt de ware kern van het probleem.

De serie Mooi Geweest heeft namelijk nog een andere veronderstelling van de generatie van de jaren zestig onbewust overgenomen: het primaat van de kritiek. Alsof het afbreken van het oude, voldoende is om een beter alternatief tot stand te brengen. Juist dat naïeve geloof hebben we achter ons gelaten. Vanwege het bestaan van talrijke onvoorziene gevolgen zijn goede bedoelingen geen garantie voor goede uitkomsten.

Maar als dat zo is, moeten we niet een opsomming geven van verschijnselen die op de schop moeten. Veel spannender is een lijstje Mooi Genoeg. Een opsomming van instituties en gewoonten die het waard zijn om met verve te worden verdedigd. Aangevuld met suggesties die verworvenheden nog te verbeteren. De ironie waar Ariejan Korteweg zich zo aan ergert is namelijk maar een uiting van een veel groter probleem. De meeste mensen missen het lef om ergens vóór te zijn. Het is zoveel gemakkelijker en veiliger om je te beperken tot kritiek.

De opgave voor de volgende eeuw is om weer het lef te hebben politiek te oordelen. Dat is niet eenvoudig, omdat tal van zaken, variërend van het milieu tot migratie en internationale ongelijkheid, weliswaar schreeuwen om een politieke oplossing, maar de traditionele politieke instituties, de partijen en de nationale staat, in crisis verkeren. Er zijn dus nieuwe vormen nodig om politiek te bedrijven. Wie dat onderzoekt, maakt zich in tegenstelling tot de Don Quichotes met hun kruistocht tegen de jaren zestig wel kwetsbaar.

Is er dan niets dat weg moet in de volgende eeuw? Ja, één zogenaamde verworvenheid: de ontslagbescherming voor cultuurpessimistische Volkskrant-redacteuren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden