Analyse

Sombere woorden en weinig economische troefkaarten

De Chinese premier Li sprak zaterdag op het Volkscongres ongekend sombere woorden over de economie. Maar zijn hand met alternatieve economische troefkaarten is angstaanjagend leeg.

President Xi Jinping krijgt thee tijdens de opening van het Chinese Volkscongres zaterdag. Beeld afp

Zware tijden. De laagste groei in 25 jaar. 'Hard knokken' om de economische doelstellingen te halen. Ongekend sombere woorden spreekt premier Li Keqiang zaterdag bij de opening van het Chinese Nationale Volkscongres, het Chinese parlement. Voor de komende vijf jaar voorspelt Li een groei van 6,5 procent. Misschien 7, maar meer wordt het niet.

Geen dubbele groeicijfers dus op het Volkscongres: dat is even wennen. Voor China, en voor de rest van de wereld. Amerikaanse banken vielen om, Europa zat in een hardnekkige recessie, maar de Chinese economie denderde gewoon door. Dat was zó evident dat de aandelenbeurzen van een vlaagje Chinese tegenwind al wereldwijd in shock raakten. En dan nu die 6,5 procent. Een prachtcijfer voor iedere Europese economie, een aanfluiting voor China.

Maar, zo kalmeert het hoofd van de Nationale Hervormings- en Ontwikkelingscommissie (NDRC) de drieduizend gedelegeerden even later: een harde landing wordt het niet. 'Dat scenario bestaat niet.' En inderdaad wekken de tot op de procentpunt uitgewerkte groeiprognoses in het nieuwe Vijfjarenplan de indruk van een overzichtelijke economie, die zich dociel zal voegen naar Pekings plannen. Met 80 duizend woorden en veel gekleurde grafieken krijgen we de werkloosheid, de stuiterende aandelenkoersen, de afnemende vraag naar exportproducten en de chronische overcapaciteit wel onder controle, is het idee. Tot zover de papieren versie van de Chinese economie.

Gevoel voor realiteit

Dat Peking gelooft dat de economie zich gedraagt volgens dat plan, betekent niet dat de partijleiding elk gevoel voor realiteit is kwijtgeraakt. Voor het eerst in de geschiedenis van de Volksrepubliek is het groeidoel niet als hard cijfer geformuleerd. Alles tussen die 6,5 en de 7 procent is prachtig. Die flexibiliteit moet worden gezien als een commando voor de plaatselijke overheden: houd op met het genereren van kunstmatige groei door te investeren in soms overbodige en vaak vervuilende megaprojecten. Daaraan heeft China namelijk een kater overgehouden in de vorm van een staatsschuld van 300 procent van het bruto binnenlands product.

De hand met alternatieve economische troefkaarten is angstaanjagend leeg, dat wel. Eigenlijk is er maar één kaart, en die heet: 'hervormingen aan de aanbodzijde'. Dat is de mantra waarmee tegenwoordig elke economische discussie kan worden beslecht. Het begrip is veelomvattend. Het stroomlijnen van de staatsindustrie valt eronder - met miljoenen ontslagen tot gevolg. Particuliere ondernemers toelaten tot voorheen afgeschermde zones, zoals de energie en telecommunicatie: ook een hervorming aan de aanbodzijde. Net zoals het moderniseren van de maakindustrie door creatieve hightech. Dat levert op papier precies de 10 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen op die China nodig heeft. Li belooft het: 'De economie is enorm veerkrachtig, met een groot groeipotentieel.'

Dat potentieel moet China wel zelf waarmaken, want de wereldeconomie is een en al onzekerheid. Daarom ontbreekt in dit Vijfjarenplan, en ook dat is voor het eerst, een prognose voor de toenemende export en handel. En dat is maar goed ook want al doen de nieuwe Chinese groeimotoren hun best, een echte opvolger van het oude succesmodel zijn ze niet.

Stokpaardje

Neem de urbanisatie, al jaren een Chinees stokpaardje. De theorie: steden verdrijven de armoede met hun bedrijvigheid. Het stadsleven noopt miljoenen mensen dagelijks geld uit te geven. Consumeren is een weldaad voor de economie. Volgens het nieuwe Vijfjarenplan woont 60 procent van de bevolking in 2020 in steden.

De praktijk is dat steeds meer nieuwe stedelingen hun baan kwijtraken, hun loon zien dalen of op de fles gaan met hun eigen zaak. Er is nu een omgekeerde migratie aan het ontstaan. Zo steekt de werkelijkheid meer gemene spaken in het overheidsbeleid.

Dan is de verleiding gevaarlijk groot om terug te grijpen op de vertrouwde instantgroei die de staatsbedrijven verzorgen. Peking hoeft alleen de geldkraan maar open te draaien. Landkaarten in het Vijfjarenplan zijn bezaaid met geplande overheidsinvesteringen. Toch maar weer 111 miljard euro naar de staatsspoorwegen voor extra hogesnelheidslijnen en, al is 75 procent van de Chinese vliegvelden verliesgevend, er komen er nog eens vijftig bij.

Li erkent wel dat het geld dat de overheid via de staatsbedrijven in de economie pompt steeds minder groei teruggeeft. Maar liever minder, en op de oude manier, dan het doel helemaal niet halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden