Solidair met de verliezers van de wereld

'De bevolking snakt naar verandering' was de conclusie na de verkiezingen. Maar wil men vernieuwing of restauratie? Uit de aanscherping van het asielbeleid blijkt dat de deur naar de buitenwereld op slot moet....

door Willem de Bruin

Fokke en Sukke, het dwarse duo dat zich dagelijks in een cartoon in NRC Handelsblad manifesteert, brachten vorige week een bezoek aan de Verenigde Staten. 'Hier is alles gelukkig nog hetzelfde als na 11 september.' Treffender had de verwarring waaraan Nederland ten prooi is niet kunnen worden samengevat.

De wereld verandert tegenwoordig, zo lijkt het, vaker dan ooit. Schokkende gebeurtenissen brengen ons algauw in de verleiding te spreken over een breuk met de geschiedenis, het begin van een nieuw tijdperk waarin niets meer zal zijn zoals vroeger. Het spreken over een keerpunt in de geschiedenis is niet zonder gevaar. We kunnen daardoor uit het oog verliezen dat wat een onbegrijpelijke gebeurtenis lijkt, soms een uitvloeisel is van een historische ontwikkeling die al lange tijd gaande is, maar die niemand heeft gezien of heeft willen zien.

De schok die de moord op Pim Fortuyn veroorzaakte, mag niet het zicht benemen op de omstandigheden die de opmerkelijk snelle groei van Fortuyns beweging mogelijk maakten. Die vraag gaat verder dan de verwaarlozing van het integratieprobleem in de oude wijken. Voor een goed overzicht is het soms nodig een paar stappen naar achteren te doen. Wellicht dat het dan lukt wat verder te kijken dan naar Nederland alleen.

Want wat als eerste opvalt, is dat de wereld de afgelopen weken leek samen te vallen met Nederland. Zelden waren we zo in onszelf gekeerd, zelden was de blik zo naar binnen gericht. Europa bestond niet meer. Discussieerden we het ene moment naar aanleiding van het Srebrenica-rapport nog over de redding van de wereld, het volgende moment hadden we het nog slechts over de redding van het vaderland. 'De aardbol viel samen met ons polderland: de kale kruin van Pim vormde de stralende zon waar het hele universum omheen cirkelde', hoonde Mohammed Benzakour in zijn column in de de Volkskrant van 18 mei.

Hoewel veelvuldig aan de orde kwam of Fortuyn mocht worden vergeleken met Le Pen of Haider of toch meer van Berlusconi weghad, deze vergelijkingen dienden vooral binnenlandse doeleinden, de vraag of hij moest worden geïsoleerd of geaccepteerd.

Wat in alle commentaren en analyses terugkeert, is het gevoel getuige te zijn van een soort revolutie, een volksopstand tegen de gevestigde macht, tegen de partijen die met hun achterkamertjespolitiek de democratie tot een aanfluiting hebben gemaakt. Veelvuldig klinken de pleidooien voor nieuwe gezichten, programmatische vernieuwing en staatkundige hervormingen. En natuurlijk moet het immigratievraagstuk voortaan bespreekbaar zijn.

'De bevolking snakt naar verandering' konden we daags na de uitslag in de krant lezen. De vraag waar het hier om draait, is of die verandering moet worden begrepen als vernieuwing of veeleer als restauratie. Is de LPF-achterban tevreden als er een districtenstelsel komt en een gekozen burgemeester, of bevestigt de concentratie op staatkundige en politieke vernieuwing slechts het naar binnen gekeerde karakter van de discussie?

Zou het werkelijk zo zijn dat in een van de rijkste landen van de wereld de wachtlijsten in de zorg een motief waren om op een partij te stemmen die beloofde het probleem zonder een cent extra op te lossen? Of ging het uiteindelijk toch om dat ene punt, de kwestie die Fortuyn hoe dan ook verbond met de opkomst van rechts-populistische partijen elders in Europa? Als Fortuyn, zoals werd gesuggereerd, is vermoord omdat hij niet mocht zeggen waar het op stond, dan hebben zijn aanhangers dat na zijn dood meer dan goed gemaakt.

Dat de kiezers op 15 mei zowel de LPF als het CDA beloonden, lijkt op het eerste gezicht te duiden op ernstige verdeeldheid onder de Nederlandse bevolking. Immers, waar de LPF stond voor een radicale vernieuwing van de politiek, blijft het CDA toch eerst en vooral het symbool van de onveranderlijkheid van de Nederlandse politieke verhoudingen. Een onmogelijke combinatie. Dat wordt anders wanneer we de opstand duiden als een conservatieve revolutie, geen roep om vernieuwing, maar om herstel van een orde die onder invloed van de modernisering en de mondialisering ten onder dreigt te gaan.

De deze week aangekondigde aanscherping van het asielbeleid maakt vooral één ding duidelijk: de deur naar de boze buitenwereld moet zo snel mogelijk op slot. Veiligheid en het herstel van normen en waarden, diende volgens LPF-leider Mat Herben centraal te staan in het beleid van het nieuwe kabinet. Het moet niet anders, het moet allemaal weer worden zoals het was. 'Rechts houdt de kiezer het sprookje voor van de terugkeer naar het dorp waar je fiets nooit op slot hoeft', zoals europarlementariër Lousewies van der Laan (D66) het onlangs formuleerde.

Ook de LPF zal Nederland niet kunnen afschermen van de boze buitenwereld, zoals geen enkel ander Europees land zich nog zal kunnen isoleren. Daarmee is niet gezegd dat alle LPF-stemmers xenofobe kleinburgers zijn. De problemen in sommige stadswijken zijn reëel. Dat ligt wellicht anders voor grote delen van de middenklasse die hun steun aan Fortuyn betuigden ook al is er hun buurt geen Marokkaan of Turk te bekennen. Zij hopen vooral dat dat zo blijft.

Hun onbehagen, of het nu angst is voor het onbekende of angst voor het verlies van hun verworvenheden, wordt gedeeld door miljoenen Europese burgers die door de mondialisering en de immigratie hun leefomgeving in snel tempo zien veranderen, die het gevoel hebben dat hun nationale overheid steeds minder greep heeft op de ontwikkelingen, terwijl intussen de nationale soevereiniteit steeds verder wordt uitgehold ten gunste van anonieme bureaucraten in Brussel.

Wie bang en onzeker is, zoekt houvast bij wat hij kent: de eigen groep, de regio, de natiestaat. Waar bijna alle aandacht de afgelopen jaren uitging naar het linkse protest tegen de mondialisering, werd veronachtzaamd dat uiterst rechts zich om geheel eigen redenen tegen de mondialisering verzet, zonder dat overigens altijd zo te noemen. Waar links de opname van vluchtelingen en immigranten als een solidaire plicht zag, vormen diezelfde vluchtelingen in de ogen van rechts juist een bedreiging van het eigene.

De crisis dwingt zowel links als rechts bij zichzelf te rade te gaan. Bij links heeft de solidariteitsgedachte lange tijd een zakelijke discussie over een eerlijke verdeling van de lasten van de immigratie in de weg gestaan. Dat de problemen in de achterstandswijken van de grote steden zich intussen ophoopten, werd op de koop toe genomen zolang de middenklasse tevreden kon worden gehouden. Toen die ook afhaakte, was het snel bekeken.

De multiculturele elite zal zich verder moeten bevrijden van de illusie dat naarmate de samenleving veelkleuriger wordt, we vanzelf zullen loskomen van ons eigen verleden en er een nieuw soort cosmopolitische identiteit zal ontstaan. De werkelijkheid is, zoals publicist Paul Scheffer meermalen heeft betoogd, dat de miskenning, zelfs verwerping van de eigen cultuur en geschiedenis, de integratie van nieuwkomers alleen maar ernstig heeft belemmerd.

Nog gevaarlijker is echter de illusie van rechts dat door nu de deur met een harde klap in het slot te gooien, we het probleem van ons lijf kunnen houden. De LPF, met zijn mengeling van conservatieve en ultraliberale standpunten, lijkt daarbij op hetzelfde probleem af te stevenen als de VVD. Wie de liberalisering van de wereldeconomie voorstaat, met het daarbij behorende vrije kapitaalverkeer, strooit zichzelf zand in de ogen als hij tegelijkertijd denkt te kunnen verhinderen dat de mensen vervolgens daarheen trekken waar het geld is.

Alle partijen, van zowel links als rechts, zullen zich bovendien moeten beraden op het Europese project, wil de Europese integratie niet stranden op het verzet van de bevolking, die de tot nu toe betoonde onverschilligheid steeds meer lijkt in te ruilen voor afkeer. Zoals wij migranten niet hebben kunnen of willen duidelijk maken aan welke cultuur, aan welke normen en waarden zij zich in Nederland moeten aanpassen, zo zal niemand zich ooit Europeaan gaan voelen als geen politicus kan duidelijk maken wat Europa meer is dan een bureaucratische constructie. Waarom zou men zich identificeren met een Europese Unie die zijn burgers vooral buitensluit en waarvan de lidstaten als het om heikele kwesties als het immigratiebeleid gaat, uiteindelijk toch het eigen belang laten prevaleren?

Maar dat is niet het hele verhaal. Alle kritiek op de gevestigde partijen zou bijna doen vergeten dat de burger zelf ook partij is in het democratische proces, en niet alleen slachtoffer van een mislukt integratiebeleid. PvdA en VVD lijken op 15 mei beide de tol te hebben betaald voor hun streven de middenklasse zoveel mogelijk naar de mond te praten, wat een keer fout moest gaan naarmate belofte en praktijk verder uiteen gingen lopen.

Sinds alle grote partijen in dezelfde vijver vissen, luidde het parool: niet bewegen en geen fouten maken. De totale stilstand waar het de politieke ideeënvorming en het debat betrof, wordt aangehaald als een van de oorzaken van de afkeer van de gevestigde partijen. Maar hadden al die kiezers werkelijk meer betrokken willen zijn bij de politiek?

VVD-lijsttrekker Dijkstal beklaagde zich er voor de verkiezingen over dat veel kiezers zich gedragen als 'verwende diva's'. Ze vinden, zo zei de inmiddels afgetreden liberale voorman tegen Vrij Nederland, 'dat de overheid zich niet met hen mag bemoeien, maar geven de overheid wel de schuld van alles wat fout gaat'. Dijkstal heeft zeker wat betreft zijn eigen electoraat ongetwijfeld gelijk. Ter verdediging zou men kunnen aanvoeren dat wie de kiezer nog slechts als consument aanspreekt, niet verbaasd moet zijn als deze zich daarnaar gaat gedragen.

Wanneer de kiezer met zijn stem op 15 mei wilde aangeven serieus genomen te willen worden, ook als burger, moet hij ook serieus worden toegesproken. Men neemt het onbehagen niet minder serieus als men de kiezer voorhoudt dat politiek soms ingewikkeld is, dat er keuzen moeten worden gemaakt, dat oplossingen geld kosten en dat er misschien problemen zijn die niet door de Nederlandse overheid alleen kunnen worden opgelost.

Solidariteit betekent niet dat het belang van de eigen bevolking per definitie ondergeschikt moet worden gemaakt aan het belang van anderen. Internationale verplichtingen daargelaten, heeft Nederland als een van de dichtstbevolkte landen ter wereld het recht de toestroom van immigranten in overeenstemming te bereiken met zijn opnamecapaciteit.

Maar hoe hoog wij het hek ook maken, het proces van mondialisering zal doorgaan. In plaats van ons daarvoor af te sluiten, kunnen we beter proberen iets aan de negatieve gevolgen te doen. Zolang de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter wordt, zolang wij onze veiligheid hier (de strijd tegen het terrorisme) belangrijker vinden dan de veiligheid (mensenrechten) van de mensen daar, zolang zullen wij niet kunnen verhinderen dat de verliezers van de huidige wereldorde een goed heenkomen blijven zoeken (voor zover zij daartoe in staat zijn).

Misschien is het daarom, naast alle barrières die wij nu voor hen proberen op te werpen, ook zinvol te proberen hun een reden te geven thuis te blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden