Soldatenvakbond toont zich bij afscheid nog eenmaal bezorgd over democratie in het leger Zachtjes morrend heft de VVDM zichzelf op

'Wie denkt dat een soldaat alleen maar kan vechten als hij een kort koppie heeft, snapt er niets van.' De hartekreet van een ex-dienstplichtige klonk zaterdag een beetje wanhopig, bij de officiële opheffing van de soldatenvakbond VVDM in de zalen van de Amsterdamse diergaarde Artis....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Uitgerekend op het moment dat de VVDM er na dertig jaar strijd voor meer vrijheid in het leger mee ophoudt, draait de krijgsmacht oude verworvenheden terug. Net als destijds voor dienstplichtigen, worden lang haar en oorbellen taboe voor de BBT'ers, de jonge beroepssoldaten die de nieuwe ruggegraat van het leger zijn.

De VVDM greep haar opheffing aan om nog eenmaal duidelijk het vertrouwde geluid te laten horen. In Artis werd, voordat de vakbond zichzelf met behulp van de feestband De Goudreinetten en het cabaretduo Lebbis & Jansen liet afzwaaien, een congres gehouden met als thema 'het democratisch gehalte van het leger'. Want er is op de valreep alle reden tot zorg, vindt menig VVDM'er.

'Als je een dienstplichtige vraagt hoe een BBT'er eruit ziet, dan is het antwoord ''jong, dom, zuipt veel, en draagt graag legerkistjes'', verwoordde een oudgediende het. Dit profiel is wat overdreven, gaf hij toe, maar toch. De nieuwe beroeps zijn lager opgeleid en minder kritisch dan hun dienstplichtige voorgangers, en dat geeft meer ruimte voor ongewenste ontwikkelingen als kadaverdiscipline, drugsgebruik en discriminatie.

Luitenant-generaal buiten dienst Couzy bestreed de opvatting dat de gemiddelde BBT'er niet zou deugen. Hij gaf wel toe dat de legerleiding even werd verrast door ongewenste verschijnselen bij de nieuwe beroeps. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat slechts een klein percentage van de BBT'ers een probleemgroep vormt, suste de oud-bevelhebber. En de nieuwe gedragscode van de krijgsmacht moet iedere militair duidelijk maken wat wel en wat niet door de beugel kan.

Staatssecretaris Meijling van Defensie bekritiseerde de vrees in de VVDM-gelederen. 'Apekool', noemde hij het 'dat met het opschorten van de dienstplicht alle democratische verworvenheden overboord worden gegooid, dat Defensie nu slechts het schuim der natie zal aantrekken, de kadaverdiscipline terugkeert en de krijgsmacht haar band met de samenleving dreigt te verliezen.'

Volgens Meijling en Couzy is nu een tijdperk aangebroken van aanscherping van de normen in de krijgsmacht. Lang haar is iets uit de jaren zestig en zeventig, oordeelde de staatssecretaris, en die tijd is voorbij. Volgens Couzy past bij de moderne militair een 'militaire uitstraling, en dat verhoudt zich niet met lang haar, sieraden en een slappe houding'.

De zaal vol oud-VVDM'ers - met slechts een enkele langharige - reageerde zachtjes morrend, in het besef dat de tijd definitief voorbij is dat zij met pamfletten de kazernes kunnen langsgaan om de soldaten op te roepen tot een ouderwetse protestmars naar het Binnenhof.

De VVDM verdwijnt overigens niet geheel van de aardbodem. Er is een Stichting Erfgoed VVDM opgericht, die zich heeft voorgenomen de ontwikkelingen in het leger in de gaten te houden.

Mocht de dienstplicht ooit weer worden ingesteld, dan zal deze stichting meteen een nieuwe vakbond vormen.

'Ik hoop dat het reactiveren van de VVDM een dode letter blijft', sprak staatssecretaris Meijling. 'Sinds twee weken draagt nu niemand meer tegen zijn zin een uniform. Het balen is verleden tijd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden