Soeverein op het toneel, daarbuiten is het behelpen

Jeroen Krabbé staat voor het eerst in bijna tien jaar weer op het toneel, in Vaslav, een bewerking van de roman van Arthur Japin. De 69-jarige schilder/acteur heeft ondanks zijn succes nog altijd een heel laag 'ik-gevoel'.

In 1971 speelde Jeroen Krabbé in Twee op de wip. Een blijspel inderdaad. Het was een vrije productie. Zijn tegenspeelster was Willeke Alberti. Dat was dus drie keer fout: blijspel, vrije productie en Waar-een-weg-is-is-een Willeke. Hij was in die dagen verbonden aan theatergroep Globe. Het was gearriveerd en gesubsidieerd toneel. In de acteursbus op weg naar een voorstelling hoorde hij achter zich de giftige praatjes van zijn collega's over hoe belachelijk het was op het toneel te staan met een zangeresje, een onbenulletje. Hij is opgestaan en heeft gesproken: 'Dames en heren, ik sta volgend seizoen inderdaad met Willeke Alberti in een vrije productie, ze is een vriendin van mij en ze is hartstikke goed en ik verdien daar 75 duizend gulden mee, veel meer dan onze artistiek leider Ton Lutz verdient en daar hoef ik slechts honderd keer voor te spelen en ik hoop vurig dat het een groot succes wordt.'


Het is er altijd geweest, dat smalende - hij ziet het als afgunst. Het was er al veertig jaar geleden en het is er nog. Joop van den Ende: 'Nederland wil niet begrijpen hoe internationaal die man is. Ik kom Whoopie Goldberg tegen in New York, ze begint over Jeroen, ze houdt van hem. Wees eens trots als Nederlanders. Potverdomme, waarom moet het altijd afzeiken zijn? Ik begrijp het niet, ik begrijp het niet.'


Men houdt van Krabbé of men vindt hem een aansteller, er zit niet zoveel tussen. Maar wat je ook van hem vindt, hij kan wel wat. Hij kan acteren, op de bühne en in de film, hij kan regisseren, hij schildert.


In de televisieserie In therapie speelde Krabbé twee jaar geleden een rijke zakenman met verwaarloosd gevoelsleven. Hij zat in de stoel bij de psychiater en hij vertelde. Hein Janssen, theaterredacteur van deze krant: 'Dat deed hij geweldig. Hij roept een hele wereld op enkel en alleen met het trekken van een mondhoek, met een oogwenk.'


Krabbé heeft het vak geleerd op de toneelschool, allicht. Maar hoe het echt moest, leerde hij van Mary Dresselhuys, grande dame van het Nederlands toneel. Ze liet hem zien 'hoeveel notenbalken er onder één woord kunnen zitten'.


Jeroen Krabbé op het toneel is een zeldzaamheid geworden. In 2005 stond hij er voor het laatst, in Amadeus, een stuk waarin hij de hofcomponist Salieri speelde, Mozart's kwelgeest. Bij die gelegenheid sprak de Volkskrant van 'een subliem tekstacteur. Hij maakt muziek van de vele lappen tekst.'


Arthur Japin, auteur, maar opgeleid als acteur, benadrukt dezelfde kwaliteit: 'Hoe Jeroen tot op de millimeter een tekst uitpluist, is fenomenaal. Hij speelt ook de dingen die níet geschreven zijn; het zit allemaal in zijn tekstbehandeling.'


Japin kwam vier jaar geleden met Vaslav, een roman over de legendarische balletdanser Vaslav Nijinski die in 1919 een abrupt einde maakte aan zijn carrière met de onbetaalbare woorden: 'Nu is het kleine paardje moe.' Op verzoek van Joop van den Ende maakte Japin een toneelbewerking van Vaslav. Die gaat zondag in première, in DeLaMar in Amsterdam. Met als Sergej Diaghilev, de impresario van Nijinski, Jeroen Krabbé - terug na bijna tien jaar.


Krabbé en Van den Ende zijn jarenlang gebrouilleerd geweest, na een vuile ruzie. Ze hebben het goedgemaakt en het is nu voor het eerst dat ze weer samenwerken. 'We zijn volwassener geworden', zegt Joop van den Ende. 'En we zijn vrijer. Jeroen heeft mij niet meer nodig en ik hem niet.'


Krabbé is een Hollywoodster geworden, de enige Nederlander eigenlijk naast Rutger Hauer. Hij speelde in de James Bondfilm The Living Daylights, hij was te zien in Amerikaanse tv-series als Miami Vice en Dynasty. Hij regisseerde films, onder andere The Discovery of Heaven naar de roman van Harry Mulisch. Hij heeft een fantastische carrière opgebouwd.


En toch, er wordt altijd over hem geluld. 'Dat voel ik, dat weet ik en ik kan er niets aan doen', zei hij tien jaar geleden. Het wordt zelden hardop gezegd, maar de kritiek is dat hij ijdel is, oppervlakkig en opdringerig. Al dertig jaar geleden, in een interview door Ischa Meijer, beklaagde hij zich over het fenomeen: 'Ik word altijd zo mis-geïnterpreteerd door de mensen.'


Hij is beducht voor de buitenwereld. Voor de recensenten, dat 'krassend tuig' zoals Willem Nijholt hen noemt. Voor de beau monde voor wie, denkt hij, het nationale sport is succesvolle mensen naar beneden te halen. 'Op een gegeven moment is het jachtseizoen geopend', gromde hij in HP/De Tijd, 'en dan heeft dat hele kleine, quasi-intellectuele, zichzelf neukende Amsterdamse kringetje een slachtoffer nodig.'


Jeroen Krabbé, bijna zeventig, is op het toneel soeverein, maar daarbuiten is het behelpen.


Pieter Broertjes, burgemeester van Hilversum, vriend: 'Negen van de tien critici zwaaien hem lof toe. Eén iemand zet de beuk erin. Dan is hij van streek. Hij kan zichzelf niet voorhouden dat het maar een enkeling is, hij kan dat niet.'


Krabbé zelf: 'Een goeie recensie houdt zeven dagen stand, een slechte zeven jaar.'


Hij probeert zichzelf te leren z'n mond te houden over de grote namen met wie hij heeft gewerkt. Harrison Ford, Barbara Streisand, Joan Collins. In 'de zichzelf neukende kringen' zullen ze hem een zichzelf feliciterende blaaskaak noemen.


Arthur Japin vertelt dat ze in Londen waren, hij en Krabbé, hij had een telefoon nodig, Krabbé gaf de zijne. Japin: 'Ik kwam op die telefoon de hele wereld tegen, de nummers van tal van grote namen. In Amerika wordt zo iemand bewonderd, in Nederland kunnen we daar niet tegen.'


Pieter Broertjes: 'Hij kent iedereen. Hij geniet daarvan.' En eigenlijk, moet je toevoegen, wil hij dat Nederland het weet. Dat hij bij Steven Spielberg op bezoek komt in diens appartement in New York. Trump Towers, 5th Avenue. En dat hij gewoon thuis staat te koken en dat Harrison Ford dan belt. Van den Ende: 'Hij is kinderlijk enthousiast. Hij maakt zichzelf slachtoffer van dat kinderlijke.'


Krabbé heeft een groot lichaam en een luide stem. Van begrafenissen tot partijen, als hij in het land is, zal Jeroen Krabbé niet snel ontbreken. Hij vult de ruimte. Hij wil, zegt hij, dansend en blij door het leven gaan. Eigenlijk denkt hij dat hij in gezelschap altijd moet entertainen.


Je kunt zijn luidruchtige lach hartelijk noemen, je kunt zijn kameraderie verstaan als gulheid. Maar in de kringen voert het vaak genoeg tot verzuchtingen: tjesis, niet weer, alsjeblieft niet weer al dat geluid uit dat omvangrijke lichaam, mag god ons voor één keer bewaren.


Arthur Japin: 'Een mens bestaat uit kwetsuren. Je moet jezelf beschermen, het is niet zo gek als je dat doet door jezelf uit te vergroten. Vervelend is het als mensen daar niet doorheen kijken. Ze moeten niet zomaar aannemen dat iemand die heel zichtbaar is, graag gezien wil worden.'


'Ik heb een heel laag ik-gevoel', heeft Jeroen Krabbé eens gezegd. 'Namelijk geen.' Hij stelde een paar jaar geleden vast, in Vrij Nederland dat hij zijn leven lang al zestien is. Toen was hij 'een dik propje' en 'diep ongelukkig'. Als man op weg naar ouderdom is dat niet veranderd, zei hij. 'Maar ik laat het niet meer merken.'


Al op z'n zesde wist hij: ik wil bij het toneel. Waarom? 'Ik wilde dat de mensen voor me zouden gaan klappen.'


Hij was 31 toen hij naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunst ging. Hij wilde behalve acteur ook schilder zijn, zoals zijn vader en zijn grootvader schilder waren. Zijn zoon Jacob noemt hem 'een schilder die acteert'. Jeroen Krabbé zelf formuleerde het in zekere zin met meer precisie in een interview met Bibeb, 1985: 'Ik ben acteur, maar wie ik ben, zal moeten blijken uit mijn schilderijen. Als ik schilder kan ik me nergens achter verschuilen.' Dit is de volgorde.


Jeroen Krabbé wil in de allereerste plaats schilder zijn, een bewonderde schilder wel te verstaan. Pieter Broertjes: 'Hij wil doodgaan als een van de erkend beste schilders van Nederland.'


Jeroen Krabbé is een oorlogskind, geboren in de hongerwinter van 1944 uit een joodse moeder. In de oorlog is de halve familie vermoord. Hij heeft volgens filmregisseur Ate de Jong het oorlogstrauma van zijn ouders als erfenis meegekregen. Het cultuurprogramma Opium maakte een portret van Krabbé. De Jong zei daar: 'Dat oorlogstrauma uit zich in vragen als: vinden mensen mij wel aardig, hoor ik hier wel thuis, moet ik hier wel zijn. Hij heeft een enorme behoefte aan erkenning.'


En: 'Hij wil bewonderd worden, want die bewondering brengt mee dat hij bestaansrecht heeft. Dat zit nog steeds in hem.'


Cornald Maas, de programmamaker van Opium vroeg aan de zoons van Krabbé: als er nog iets is dat jullie je vader echt zouden gunnen, wat is dat dan?


Jacob, de jongste, antwoordde: 'Een Oscar.' Jasper, de schilder van de volgende generatie zei: 'Een mooie tentoonstelling in een groot, buitenlands museum. Ik denk dat dat rechtvaardig zou zijn.' Het gaat om rechtvaardigheid, zegt de zoon. Iets waarop je aanspraak kunt maken. Kennelijk is Jeroen Krabbé in weerwil van al zijn successen nog altijd iets onthouden. Erkenning.


CV Jeroen Krabbé


1944 Geboren in Amsterdam


1962-1965 Amsterdamse Toneelschool


1975 Rijksacademie voorBeeldende Kunst in Amsterdam


1977 Begin filmcarrière met Soldaat van Oranje


1981 Een vlucht regenwulpen


1987 Internationale doorbraak als filmacteur in The Living Daylights, James Bondfilm


1997 Left Luggage, eerste filmregie


2001 Discovery of Heaven, naar De ontdekking van de hemel


2005 Laatste toneelrol, in Amadeus


2008-2010 Drie exposities in De Fundatie, Zwolle


2014 Terug op het toneel, in Vaslav

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden