Soesjes met room van waterbuffelmelk

Agatha Christie vergezelde haar tweede man, de archeoloog Max Mallowan, trouw op zijn expedities. In de woestijn bleef ze schrijven, maar hielp ze ook met vondsten schoonmaken en met koken....

Het lag voor de hand dat over het tweede huwelijk van Agatha Christie in 1930 met een vijftien jaar jongere archeoloog van naam, Max Mallowan, besmuikt grappen zouden worden gemaakt. Trant: 'Op de hoek van de Spiegelgracht is een 92-jarige weduwe aangerand door een antiquair.' Toen hij haar vroeg of ze het niet raar vond dat hij zich voor zijn werk soms over menselijke resten boog, antwoordde ze dat ze zelf dól was op lijken.

Ze had hem ontmoet bij de opgravingen in Ur, de geboorteplaats van Abraham in het huidige Irak, na een pijnlijke scheiding in 1928 van kolonel Archie Christie, een verstokt golfer die op de baan verliefd was geworden op de tengerder Nancy Neele. Agatha had met Archie al veel van de wereld gezien. Uit hoofde van zijn functie, secretaris van de organisatie die de British Empire Exhibition voorbereidde, moest hij fondsen en immateriële steun verwerven in de overzeese gebiedsdelen.

De schok was enorm toen hij haar verliet. De befaamde Britse misdaadschrijfster deed als moeder iets ongewoons en volgens verontwaardigde ouders ongehoords. Ze liet haar slapende dochter Rosalind van zeven alleen achter en stapte in de auto - bestemming onbekend. Het vervoermiddel werd met nog zwak oplichtende koplampen teruggevonden, verlaten. Zelfmoord leek plausibel, moord - met als hoofdverdachte de ontrouwe kolonel - werd niet uitgesloten, een publiciteitsstunt evenmin.

De pers stortte zich op een sensationele zaak, de Daily News loofde honderd pond uit voor bruikbare aanwijzingen. Honderden politiemannen en duizenden particulieren kamden de wijde omgeving uit. De schaarse aanwijzingen bleken vals, de dunne sporen liepen dood - precies als in haar boeken.

Edgar Wallace, collega-schrijver in hetzelfde genre, opperde in een artikel in de Daily Mail dat mevrouw Christie weleens erg in de war zou kunnen zijn en haar toevlucht had gezocht tot een vorm van mental reprisal. Met haar verdwijning zou ze iemand hebben willen raken die haar emotioneel ernstig had verwond. Een banjospeler in een orkestje, gecontracteerd door het Hydropathic Hotel, een duur kuurhotel in Harrogate, meende haar te herkennen in een gaste die bleek ingeschreven te staan als. . . Mrs. Neele. Na elf dagen was Agatha Christie terecht, maar de details bleven vaag, ook voor haar. De periode was uit haar geheugen gewist. De theorie van Wallace bleek aardig te kloppen.

Oriënt-Express

Om het verdriet - vergroot door het overlijden van haar moeder - te ontlopen, besloot ze in 1929 naar het Caribisch gebied te gaan, maar op het laatste moment veranderde ze van gedachten. Het werd Bagdad, met de Oriënt-Express, van waaruit ze Ur bezocht in Mesopotamië, de in de oudheid verwoeste Sumerische stad waar een Brits expeditieteam al een paar jaar met groot succes opgravingswerk deed onder leiding van de grote Leonard Woolley. Pottenkijkers waren niet welkom, maar Woolleys vrouw Katherine had een paar boeken van Christie gelezen en was blij met de afleiding. Het echtpaar drukte haar op het hart volgend seizoen terug te komen.

Dat deed ze, in maart van 1930 legde ze opnieuw het traject af. In Ur werd ze voorgesteld aan een assistent van Woolley, de veelbelovende Max Mallowan, die haar graag rondleidde. Toen er bericht kwam dat dochter Rosalind ernstig ziek was en Christie gehaast haar terugreis voorbereidde, verstuikte ze een enkel. Max bood aan haar te vergezellen. In het najaar trouwden ze. Na de wittebroodsweken keerde Max alleen terug naar Ur, het jaar erop accepteerde hij het aanbod van Reginald C. Thompson om in Nineveh te komen graven. Zijn vrouw ging mee, ze zou Max sindsdien op alle dienstreizen vergezellen en zich verdienstelijk maken bij alle voorkomende werkzaamheden. Die varieerden van het behoedzaam afborstelen van scherven en opgedolven stukken ivoor - die ze met gezichtscrème oppoetste - tot het fotograferen met haar balgcamera, later met een handzame Leica, van de soms opzienbarende vondsten. Een aantal van die voorwerpen is te zien op de expositie Agatha Christie and Archaeology in het Brits Museum.

Ze sliep in een tent of een eenvoudig lemen onderkomen met in spijkerletters het opschrift 'Agatha's House', maar bracht wel altijd van thuis een donzen kussen mee. Ook werkte ze aan boeken, ongehinderd door de lichte chaos om haar heen, of ze bereidde in de woestijnhitte verhalen voor die een mistig en winters Engeland als decor hadden. Enkele van de bekendste (Death on the Nile, Murder in Mesopotamia) danken hun ontstaan aan haar ervaringen te velde, terwijl Murder on the Orient Express) is gebaseerd op een treinreis met hindernissen, toen de wagons - in het boek als gevolg van een Joegoslavische sneeuwstorm - ergens in niemandsland strandden. Alle beschreven details van het treininterieur klopten - zeker één lezer liep ze allemaal na, zoals ook de archeologische aspecten gerust ook door vaklui tegen het licht konden worden gehouden. Max was trots op haar zelfverworven kennis.

Christie hield van treinen en had in Calais, vroeger, toen ze naar Parijs vertrok, naar de Rivièra of Italië, al gretig naar de blauwe wagons van de Compagnie Internationale des Wagon-Lits et des Grands Express Européens gekeken, waarvan er een, slaapwagen no. 3483, op de binnenplaats van het Brits Museum is te bezichtigen in de eerste weken van de expositie. Ze zou zelfs als frequent traveler nog elke keer onder de indruk zijn van het luxueuze interieur en de volmaakte service. Naar Bagdad was je in die jaren zo'n twee weken onderweg, via Venetië en Istanbul, de laatste etappe met de Taurus Express en het plaatselijk vervoer inbegrepen. Ik hield van het tempo, schreef ze, dat aanving als het allegro con furore van een trein die schommelend en ratelend haast had om uit Calais weg te komen, geleidelijk overgaand in een rallentando en, naarmate het Oosten dichterbij kwam, een onmiskenbaar legato.

Garderobe

Telkens als zij op het punt stond met Max naar het Midden-Oosten te vertrekken, was het vinden van de juiste garderobe weer een crime. Het begon al met het beperkte assortiment in die gehate maat, O.S. (Outsized, een graadje gevulder nog dan F.W., Full Woman). Ook het seizoen speelde haar parten, want de aanschaf geschiedde meestal op het nippertje, en dan hingen de zaken vol winterkleding.

En dan moest het moeilijkste nog komen: de hoed. Die zou van vilt zijn, van een model dat twintig jaar tevoren in zwang was, alleen een stuk minder breedgerand. Echter, de mode schreef in Christies ogen geen hoeden meer voor, maar 'dingen die op de een andere manier aan je hoofd bevestigd moesten worden, half over een oor of oog, en anders in de nek'.

Over de gewenste, neen de enige in aanmerking komende rand ontspon zich dan de volgende discussie.

Verkoper: 'Ze worden met opzet zo gemaakt om de drager te beschermen tegen de zon.'

Christie: 'Waar ik heenga, waait het altijd en zo'n ding zou nog geen minuut op zijn plaats blijven.'

Verkoper: 'We could put Modom on an elastic. . .'

Telkens is daar ook het chaotische afscheid op Victoria Station, tussen de opwindende geuren van de stoomtreinen (zwavel, hoe anders dan het olieachtige van een schip). Uitgeleide gedaan door onder anderen de zuster van Agatha Christie, haar secretaresse en wat vrienden en bekenden van het echtpaar, ontspinnen zich bizarre last-minute gesprekjes op het perron bij de deur van het Pullman-rijtuig. De secretaresse moet niet vergeten zich in verbinding te stellen met de geestelijke die 43 grammaticafouten heeft geturfd in haar jongste boek. De zuster zegt, en dat doet ze bij elk afscheid, dat ze bang is het paar nooit meer terug te zien en is opeens bezorgd dat Rosalind Christie, inmiddels veertien en aan haar zorgen toevertrouwd, blindedarmonsteking zal krijgen - wat moet ze dan in godsnaam doen?

'Niet zelf opereren', zegt Christie.

Ezels

Hoe primitief en soms bar de omstandigheden op de zandvlakten ook waren, klagen lag niet in haar aard. Ze hielp, als ze niet schreef, vondsten labelde of met zorg verpakte, met koken en verraste het team door soesjes te vullen met room van waterbuffelmelk. Ze slaagde er zelfs in soufflés met walnoten of chocola te laten oprijzen uit lege conservenblikjes. Later legde ze de werkzaamheden vast met haar filmcamera, en in het museum is te zien hoe een legioen Arabieren tot zonsondergang bezig is tonnen zand en modder te verplaatsen en zwoegt met hijskatrollen, houwelen, spaden en emmers, of ezels ment die van ver de kolossale kruiken met drinkwater aanvoeren. De Britten zijn overdag gestoken in een nette korte broek met overhemd, ze dragen kniekousen, geveterde schoenen, een hoed en soms een vest waarover een colbert. Aan het eind van de werkdag verkleedden ze zich voor het diner.

Na afloop van het seizoen, dat een maand of vier duurde, werd een groepsfoto gemaakt. Het speciale vrachtwagentje met de mollige contouren, Queen Anne gedoopt, werd volgeladen met kratten vol blootgewoelde schatten, de huisjes werden dichtgetimmerd en een huurauto bracht de Britten naar het station in Irak of Syrië. Thuis werkte Christie haar aantekeningen uit. Een handvol romans en korte verhalen zijn de neerslag van haar ervaringen aan de zijde van Max. Death on the Nile (1937), een van haar populairste romans, heeft de Egyptische bezienswaardigheden als achtergrond, in Appointment with Death (1937) speelt de Jordaanse stad Petra een belangrijke rol, en in Murder in Mesopotamia is niet alleen een van de hoofdpersonen een (Amerikaanse) archeoloog, Eric Leidner, maar is het onuitstaanbare moordslachtoffer gemodelleerd naar Katherine Woolley, de impopulaire vrouw van Max' oude mentor en zeker geen vriendin van Agatha Christie. (Haar eerste echtgenoot schoot zich kort na het huwelijk door het hoofd aan de voet van een piramide.)

Hoewel de archeologie ook een plaats krijgt in een half dozijn korte verhalen met onder anderen de wat eigenaardige detective Parker Pyne, ging Christie zelden terug in de tijd. Ook was het de kosmopoliet Poirot, de welgemanierde Belg met de gekrulde snor en het eierhoofd, die in deze omstandigheden de kastanjes uit het vuur moest halen, de brave en huiselijke Miss Marple met haar garderobe van tweed zou in dit milieu ernstig uit de toon vallen. Slechts tweemaal koos Christie voor de oudheid. Ze keerde terug naar het Luxor van tweeduizend jaar voor onze jaartelling in Death Comes as the End (1945) en naar de farao's uit latere eeuwen in hetzelfde Egypte voor het toneelstuk Akhnaton. Historisch, dat kon je inmiddels aan haar overlaten, zeer verantwoord.

Ze schreef het in 1937, maar de schepper van het langstlopende toneelstuk in de wereldgeschiedenis, The Mousetrap (dat deze week zijn vijftigste speeljaar inging) kreeg dit drama in drie bedrijven niet opgevoerd. Haar literair agente zette zich er amper voor in, het stuk raakte vergeten.

In 1973 verscheen het opeens in druk, zeer tegen de zin van haar uitgever, en kon Akhnaton sporadisch worden opgevoerd door vooral amateurgezelschappen. Bij toeval en tot haar grote verrassing had de schrijfster het typescript na 36 jaar teruggevonden tijdens de voorjaarsschoonmaak - archeologie in eigen huis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden