Soep in december

De feestdagen zijn begonnen. Men gaat aan tafel ziten. De kinderen die het huis uit zijn gegaan, komen terug om met hun ouders feest te vieren....

KADER ABDOLAH

'Op je gezondheid.'

'Op uw gezondheid.'

Proost. Wat deden wij vroeger in december?

December kenden we helemaal niet. Dus ook geen gebraden haas, geen glas, of geschenk. Zelfs Jezus werd bij ons niet geboren. Op het moment dat men hier de geboorte van Iessa Masih vierde, kropen wij, kinderen onder de kachels. De traditionele kachels in de bergen die bestonden uit een tafel met smeulend houtskool eronder en een grote wollen deken er om heen. We wisten niets over de anderen die op een ander continent woonden. Dachten dat zij ook net als wij altijd soep aten.

Soep was onze enige maaltijd. De hele dag door hing er een pan boven het vuur. In de winters aten we soep en 's zomers en in het voorjaar. Bij de feestdagen en zelfs in rouw Soep.

De soep bevatte twee delen. Het waterige deel aten we met brood en we stampten de rest. Men maakte grappen over ons: 'In het kader van de landbouwverbetering vloog er eens een helikopter boven het gebied. Het was de bedoeling een Hollandse landbouwkundige de regio te laten zien. Ik hoor iets vreemds, zegt de Hollander ineens, wat voor geluid is dat? De piloot spitste zijn oren. Niks bijzonders, zegt hij. De soepeters zijn met z'n allen aan het stampen.'

Als ik de gebeurtenissen een beetje verplaats, kan ik zeggen: Op het moment dat de helikopter boven ons dak vloog, vond er iets bizars in ons huis plaats. Hoe moet ik het uitleggen? Gewoon. Ik stampte een stuk rundvlees fijn. Dat was het. En het was de eerste keer dat we rundvlees in de pan hadden. Dat goedkope harde vlees paste niet bij onze maaltijd, meende mijn vader. Maar het was een zware winter en mijn vader was lang werkloos. Op een vroege ochtend in Dee (december) drukte mijn moeder een paar centjes in mijn handpalm. 'Ga maar gauw even naar de koeienslager en koop wat vlees, maar pas op dat niemand je ziet'

Met een wollen muts op, een sjaal om mijn hoofd en een dikke jas aan ging ik stiekem naar de slager. Eenmaal thuis legde ik een stuk goedkoop vlees op de plank. Vernederd at mijn vader zijn soep. Op het moment dat hij met smaak zijn Perzische thee dronk werd er geklopt. Hadj Morad die tapijten exporteerde, stond in de kou voor de deur.

Is je vader thuis? riep hij.

Ik wist meteen dat het afgelopen was met de langdurige werkloosheid van mijn vader.

De dag daarna toen ik weer aan het stampen was, kwam mijn vader vrolijk binnengewandeld. Hij haalde een presentje uit zijn zak en overhandigde het me. Ik was verbaasd. Het was niet normaal om deze tijd van het jaar een cadeau te krijgen.

'Waarom vader?' vroeg ik.

Misschien wel omdat het stukje vlees dat ik op de plank had gelegd van een koe was die geluk bracht. Of misschien had mijn vader in een soera een citaat gevonden dat er ergens een volk bestond dat in een maand die december heette, vrolijk gebraden rundvlees at en geschenken aan elkaar gaf.

Kader Abdolah

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden