Soedan stuurt Rode Kruis weg

In Soedan zijn drie vergeten burgeroorlogen uitgegroeid tot één nationale crisis. De rebellen hebben zich verenigd tegen president Bashir, die weigert concessies te doen. Hulp is stopgezet.

AMSTERDAM - Het Rode Kruis werkt overal in Afrika in conflictgebieden, maar sinds afgelopen weekend niet meer in Soedan. De hulporganisatie, die meer dan een miljoen mensen bijstaat in de opstandige gebieden in het zuiden, kreeg te verstaan dat zij haar werkzaamheden direct moet opschorten.


Het is het zoveelste teken dat het nog geen lente is in Soedan. Vorige week zou president Omar al-Bashir, die in 1989 via een coup aan de macht kwam en met harde hand regeert, een toespraak houden waarin hij oppositie en rebellen zou oproepen te praten over de toekomst van het land. Gehoopt werd zelfs dat hij voorstellen zou doen voor democratische hervormingen.


Die verwachtingen loste Bashir niet in. Hij sprak over een nationale dialoog, niet over hervormingen. Terwijl daar alle aanleiding toe is. Soedan zit in een diepe crisis. Sinds de afscheiding van Zuid-Soedan in 2011, waardoor het land 75 procent van zijn oliereserves verloor, zijn de inkomsten gekelderd met bezuinigingen en inflatie tot gevolg. Dat leidde vorig jaar tot de ernstigste rellen in de hoofdstad Khartoem in decennia.


Soedan verkeert bovendien in isolement. Het islamitische land werd een internationale paria toen de VS het in 1997 kwalificeerden als schurkenstaat en steunpunt van het internationale terrorisme. Het zucht onder economische sancties. Daarbij komt dat het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag in 2008 en 2010 arrestatiebevelen uitvaardigde tegen Bashir wegens oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide in Darfur.


Veel gevaarlijker voor het regime zijn drie door de buitenwereld vergeten gewapende opstanden waarmee Soedan kampt, zegt Jér¿me Tubiana, analist van de International Crisis Group, de denktank die vorige week het derde van drie rapporten over Soedan publiceerde. Het vredesakkoord dat in 2005 een einde maakte aan de burgeroorlog tussen noord en zuid en in 2011 leidde tot afscheiding van Zuid-Soedan, heeft ervoor gezorgd dat de strijd zich naar het 'Nieuwe Zuiden' heeft verplaatst.


De oudste opstanden woeden in de deelstaten Zuid-Kordofan en Blauwe Nijl. Ze worden gevoerd door afsplitsingen van de zuidelijke Sudanese People's Liberation Movement, die zich na de secessie van het zuiden in de steek gelaten voelden en de wapens weer opnamen. Het hevigst is de strijd in Zuid-Kordofan, waar de rebellen zich verschanst hebben in de Nubabergen, terwijl het regeringsleger de vlakten beheerst. Een patstelling met de bevolking als grootste slachtoffer.


De strijd in Darfur begon in 2003 met een door Tsjaad en Libië gesteunde opstand van diverse rebellengroepen, die door Bashir met hulp van islamitische milities, de janjaweed, werd neergeslagen. Daarbij kwamen 300.000 mensen om. Meer dan 2,7 miljoen mensen raakten ontheemd. De rebellie is ondanks de inzet van een vredesmacht van de VN en de Afrikaanse Unie en het vredesplan van Doha (2011) nooit opgehouden. Vorig jaar laaide het geweld op en sloegen opnieuw honderdduizenden op de vlucht.


Arabische elite

De drie conflicten hebben dezelfde achtergrond: de politieke, economische en culturele achterstelling van de periferie in een sterk gecentraliseerde staat. Al sinds de koloniale tijd deelt de Arabische, islamitische elite in Khartoem de lakens uit en casht het leeuwendeel van de inkomsten uit olie en andere hulpbronnen. De randgebieden krijgen er weinig voor terug.


Het regime heeft de conflicten altijd als afzonderlijke kwesties behandeld en met verdeel-en-heerspolitiek bestreden. Maar dat lijkt steeds minder mogelijk. De rebellenbewegingen hebben in 2011 een coalitie gesloten, het Sudan Revolutionary Front (SRF), met een leger van 60 duizend man, dat steeds meer een nationale agenda voert en toenadering zoekt tot de vreedzame politieke oppositie in Khartoem.


De drie gewapende conflicten in Soedan zijn zo één groot conflict geworden, zegt Tubiana. 'Ze zijn uitgegroeid tot een nationale crisis. En dat terwijl het ernstig verzwakte regime nog steeds geen enkel plan heeft voor het voortbestaan van de Soedanese staat.'


De problemen van het regime worden versterkt door de crisis in Zuid-Soedan. De bijna-burgeroorlog daar heeft de oliestroom naar de haven en raffinaderijen van Port Sudan doen opdrogen. Die drooglegging kan chronisch worden want Zuid-Soedan, Oeganda en Kenia werken aan een pijpleiding naar de Indische Oceaan, waardoor de route over Soedan overbodig wordt.


Soedan staat politiek op een kruispunt, concludeert het ICG-rapport. Dat kan tot rampscenario's leiden, zoals een coup in Khartoem of een opmars van de rebellen en een verder uiteenvallen van Soedan. Maar er zijn ook kansen voor een hoopvoller scenario.


Wat daarvoor nodig is, zegt Tubiana, 'is een dialoog van alle partijen' die moet leiden tot 'nationale consensus' over de toekomst.' Met democratisering en spreiding van macht en rijkdom. Belangrijk is dat de internationale gemeenschap zich terughoudend opstelt. 'Omdat die het oneens is over de toekomst van Soedan en die vooral een zaak van Soedanezen moet zijn.'


En wat is de toekomst van Bashir? Hij beweert dat hij in 2015 aftreedt maar de man is onvoorspelbaar, zegt Tubiana. Bovendien dwingt de ICC-aanklacht hem vast te houden aan de macht. 'Wij pleiten er daarom voor dat de VN-Veiligheidsraad het ICC vraagt de juridische procedure op te schorten. Dat kan Bashir ertoe aanzetten eindelijk met hervormingen te beginnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden