InterviewJaron Harambam

Socioloog Harambam: ‘We zetten complotdenkers te gauw weg als gekkies’

Jaron Harambam.Beeld Malou van Breevoort

Zet complotdenkers niet weg als gekkies, zegt socioloog Jaron Harambam, maar luister naar ze. ‘Radicalisering begint er altijd mee dat mensen hun plek niet kunnen vinden.’

Is het niet gevaarlijk, dat complotdenkers met hun onbewezen onzin een podium krijgen? Juist nu er in de strijd tegen het Virus zoveel afhangt van deugdelijke informatie?

Nou nee, zegt Jaron Harambam, als socioloog gepromoveerd op complotdenken. Het heeft hem juist allemaal wat lang geduurd, maar hij beziet tevreden hoe de laatste maanden steeds meer alternatieve geluiden doordringen tot het publiek debat.

Hij beseft wat er op het spel staat: hoe bestrijden we covid-19? Hoe beschermen we de economie, de persoonlijke vrijheid, het levensgeluk? Alleen al door de reikwijdte van die vragen, zegt hij, zie je dat daarop nooit een zuiver wetenschappelijk antwoord kan komen. ‘Uiteindelijk zijn alle antwoorden door en door politiek. Die moeten we met de hele samenleving vinden en dat lukt niet als we groepen of ideeën bij voorbaat uitsluiten.’

Laten we Willem Engel nemen, de veelbesproken dansleraar met een studie biomedische wetenschap op zak, die de beweging Viruswaanzin leidt. Beau van Erven Dorens maakte hem in diens talkshow een landelijke bekendheid. Daar mocht Engel uit de doeken doen dat covid-19 lang niet zo gevaarlijk is als de autoriteiten ons willen doen geloven en de inperkende maatregelen dus ‘een grote dwaling’. Veel weerwoord kreeg hij niet. Hoewel de onderbouwing die Engel voor zijn beweringen geeft voor het overgrote deel aantoonbaar onjuist is.

Harambam: ‘Goed dat hij werd uitgenodigd.’

Waarom? Mijn eerste gedachte is: zet zo’n man niet aan tafel.

‘Engel wordt alleen maar aangesproken op feiten die niet kloppen. Het is vliegen afvangen. Daar doet hij zelf ook aan mee. Maar zijn zorgen worden door velen gedeeld. Hij staat voor een mondige, hoogopgeleide en kritische bevolking die wil meedoen aan ingewikkelde wetenschappelijke discussies. Dat is heel moeilijk voor ze, maar ze merken wel dat dingen raar in elkaar steken. En hebben nergens toegang. Laat al die mensen niet alleen voortploeteren, maar organiseer burgerplatforms waarin zij met experts samen onderzoek kunnen doen en debat kunnen voeren.’

Moet een viroloog, die hier al zijn hele leven mee bezig is, in zo’n platform dan luisteren naar een bakker die ook komt vertellen wat hij van de pandemie denkt?

‘Ik zeg niet dat elke inbreng evenveel waard is. Je mag best context geven: dit komt van een hoogleraar bij een groot laboratorium en dat komt van iemand die zich er sinds kort in verdiept. Ik vraag ook niet dat die hoogleraar met iedereen apart in gesprek gaat; het gaat mij om de instituties. Politiek, media en vooral wetenschap hebben nauwelijks loketten waar buitenstaanders terechtkunnen. In de wetenschap mag je alleen meedoen als je aan een instituut bent verbonden. Onderzoek telt alleen als het dubbelblind is uitgevoerd en onder peerreview is geweest...’

Dat is kwaliteitsbewaking.

‘Natuurlijk, maar die heeft slechte kanten. Het betekent ook dat andere perspectieven makkelijk kunnen worden buitengesloten. Dat een grote groep, die zich zeer betrokken voelt, geen manier heeft om betrokken te zijn en maar moet aannemen wat er wordt beweerd, op grond van autoriteitsargumenten. De wetenschap is niet heilig. Er gaan dingen fout. Er zijn belangen, ook financiële. Mensen zien dat, maar krijgen te horen: bemoei je er niet mee. Dan draag je bij aan het wantrouwen. Biedt meer inzicht en inspraak in hoe kennis wordt geproduceerd.’

Toch gaat het tijd kosten om meer mensen met een idee bij onderzoek te betrekken.

‘Ja, de infrastructuur daarvoor ontbreekt. Er zijn middelen nodig en organisatie om de onderliggende zorgen boven tafel te krijgen zodat de verschillende groepen niet radicaliseren maar van elkaar leren.’

Harambam, die onderzoek doet aan de KU Leuven, heeft een Israëlische vader. In zijn tienerjaren werd hij gegrepen door de verschillende werkelijkheden over het Israëlisch-Palestijns conflict. Wat was nu waar? Later vond hij antwoorden in het werk van postmoderne denkers, met name de Fransman Bruno Latour. Postmodernisten krijgen het verwijt dat zij de sluizen hebben opengezet voor de huidige stroom desinformatie en nepnieuws. Ze betoogden immers dat er niet zoiets als ‘de waarheid’ bestaat. Wat voor waar wordt gehouden is de uitkomst van een machtsstrijd: wie wint, bepaalt.

Postmodernisten op hun beurt werpen tegen – en zo ziet Haramabam het – dat zij geen wens tot relativisme uitspraken, maar juist als eersten adequaat het krachtenveld beschreven dat we vandaag de dag volop in bedrijf zien. Zij zien hun theorie juist bevestigd nu alternatieve feiten de officiële feiten blijken te kunnen verdringen.

Harambam ziet in complotdenken vooral de noodzaak van openheid, insluiting en conflictbemiddeling. Hij schuwt in zijn werk het contact met de complotdenkers zelf niet. Voor zijn promotie dook hij in de Nederlandse complotwereld waar hem de grote verscheidenheid aan ideeën en mensen opviel. Op YouTube staat een video waarin hij te gast is bij Flavio Pasquino, iemand die een verborgen agenda denkt te zien en met veel zelfreflectie het fenomeen uitlegt waarvoor Harambam waarschuwt: ‘Ik heb veel research en moeite gedaan om het te begrijpen. Als ik dan word gediskwalificeerd als een gekkie, wekt dat het gevoel op dat ik niet word begrepen. Dan krijg ik een nog grotere bewijsdrang.’

Wat is eigenlijk een complotdenker?

‘Volgens het stigma zijn dat mensen die heel stellig en zonder bewijs beweren dat een groepje mensen stiekem ergens achter zit – maar dan heb je het over de extreme figuren. Complotdenken is breder. Binnen de antivaccinatiebeweging zijn mensen met legitieme ideeën over natuurgeneeskunde. Onder 9/11-truthers zitten mensen die veel weten van geopolitiek of bouwkunde, of mensen die alleen maar veel vragen hebben. 

‘We zetten al deze mensen te gauw weg als gekkies, maar wat zeggen zij nu eigenlijk, wat voor kennis dragen zij aan en wat kunnen wij van hen leren? Dogmatische fanaten vind je ook in de mainstream. Iemand die Bill Gates voorstelt als een pure weldoener vind ik eigenlijk net zo ridicuul als iemand die beweert dat hij het coronavirus heeft laten verspreiden om geld aan vaccins te verdienen, maar die eerste krijgt veel minder kritiek. Terwijl je je toch moet afvragen of het wel wenselijk is dat een privaat persoon zo veel invloed heeft zonder verantwoording te hoeven afleggen en kritisch moet kijken naar de bedrijven die profiteren.’

Stel, iemand vertelt mij als journalist over dat coronacomplot van Bill Gates. Hoe moet ik dan reageren?

‘Dat ligt eraan. Wat hoop je te bereiken?’

Ik wil zoeken naar een gemeenschappelijke werkelijkheid, omdat ik denk dat die de samenleving bijeenhoudt. En ik wil dat zo iemand mij vertrouwt, ook al vind ik dat complot totale onzin.

‘Dat kun je dan het best vertellen. En vraag ook wat die ander hoopt te bereiken. Heb het niet meteen over de feiten. Vraag waar iemand zich zorgen over maakt. En voer zo’n gesprek in een veilige omgeving.’

Vaak vindt het plaats op sociale media.

‘Die zijn totaal ongeschikt. Je merkt niet dat je te maken hebt met een mens, met zijn eigen geschiedenis. Je uit je vaak kort. Anderen lezen mee. De algoritmen stimuleren conflict, want het verdienmodel voor techbedrijven is: meer controverse is meer engagement is meer geld. Maar ook hier gaat het me niet om het een-op-eengesprek, het gaat me erom dat media hier geen structuur voor bieden.’

Harambam juicht zoiets toe als het Open Redactie-project van de Volkskrant, waarbinnen abonnees mogen meedenken over journalistieke vragen en onderwerpen. Maar hij hoopt dat daar de ‘rare’ of ‘extreme’ vragen niet uit worden gefilterd. ‘Media beslissen soms te snel dat een vraag niet hoeft te worden gesteld of dat een geluid niet hoeft te worden gehoord. Ik heb dat erg gemerkt in de discussie over de coronamaatregelen. Er was vanaf het begin een groep die vond dat er te slap werd ingegrepen en een groep die denkt dat corona niet zo gevaarlijk is en beide groepen voelden zich totaal niet gehoord. Tuurlijk, er waren uitzonderingen, maar over het algemeen hebben media de regering gevolgd. Wat mij opviel: toen de regering nog zei dat het zou meevallen met het virus, meldden media dat ook. En toen de regering zei dat het heel erg was, gingen de media dáárin mee.’

De regering baseerde zich op wetenschappers die bezig waren een nieuw virus te onderzoeken. Is het dan gek dat media meebewegen?

‘Het deel van de samenleving dat zich niet gehoord voelt, is gealarmeerd door die volgzaamheid: de media moeten toch kritisch blijven op de overheid en de wetenschap, juist in crisistijd? En dan werd ook nog de Wet Openbaarheid Bestuur opgeschort en daar zijn jullie als media gewoon in meegegaan.’

Harambam doelt op de wet die de overheid verplicht om informatie zo veel mogelijk prijs te geven, essentieel voor de journalistiek. Het kabinet zei na het uitbreken van de coronacrisis geen tijd meer te hebben om verzoeken in behandeling te nemen.

Beeld Malou van Breevoort

Er is protest aangetekend, wat hadden we moeten doen?

‘Leg je werk neer, ga demonstreren! Het is toch helemaal niet hoog opgelopen? En de stappen van de overheid werden intussen heel beperkt uitgelegd. Er werd beweerd: dit zegt de wetenschap. Maar omdat dit virus nieuw was, was de wetenschap nog volop in ontwikkeling. Er was hoogstens al expertise. Waardevol, maar niet hetzelfde. Op grond daarvan werden besluiten genomen die diep ingrepen in onze samenleving. En welke expertise? Het was een politieke beslissing om alleen op medische deskundigheid te vertrouwen en dan nog specifiek op virologen en epidemiologen, terwijl dit van begin af aan ook een economische en maatschappelijke crisis was. Er werd ook niet duidelijk gemaakt hoe die experts tot hun conclusies kwamen. Lange tijd was zelfs geheim wie de leden waren van het Outbreak Management Team. Zoiets kán niet meer.’

‘Nergens werden in het begin politieke vragen over gesteld. Ja, door Baudet en de PVV, omdat die nu eenmaal altijd overal tegen tekeergaan. Dus als je vraagtekens of twijfels had, werd je alleen door hen vertegenwoordigd. Dan gaan mensen hun eigen weg zoeken. Dat werkt radicalisering in de hand. Ik heb het zien gebeuren.’

De meerderheid heeft vertrouwen gehad in de crisisaanpak en het vertrouwen in de politiek is gegroeid.

‘Ook als een minderheid radicaliseert, is dat een probleem. Nog los van de vraag of je er zo blij mee moet zijn als een groot deel van de bevolking zich bij een crisis automatisch achter het gezag schaart. Zonder kritiek en tegenspraak kom je nooit tot de beste aanpak.’

Dus toen Jort Kelder zei: ‘We zijn 80-plussers die te dik zijn en gerookt hebben aan het redden’, was het ook goed dat hij werd uitgenodigd om verder te praten?

‘Ja, hij wordt gepakt op zijn toon en op feiten die hij verkeerd heeft. Maar luister nou naar wat hij eigenlijk zegt, in plaats van te muggenziften: er worden draconische maatregelen genomen om voor een belangrijk deel mensen te redden die al oud en ziek zijn, en is dat wel terecht? Dat is een belangrijke vraag waar op dat moment veel mensen mee zaten.

‘Als je tot de mainstream behoort, ben je bevoorrecht. De meeste mensen zijn het dan al met je eens. Dan vind ik dat je het moet opbrengen om naar mensen met een ander geluid te luisteren, óók als die fouten maken of zich vervelend gedragen.’

Zulke ruimhartigheid vergt zelfverzekerdheid. Binnen de mainstream voelt men zich belaagd. Er is angst dat alles gaat glijden als desinformatie en extreme opvattingen de vrije hand krijgen, met Amerika onder Trump als schrikbeeld.

‘Maar Amerika is juist een perfect voorbeeld van wat je krijgt als je alleen maar vasthoudt aan je eigen gelijk, als je je niet openstelt voor de ander. Het is daar niet meer: wat vind je? Maar: bij welke groep hoor je? Het wordt een identiteitskwestie. Om dat te voorkomen moet je zo veel mogelijk geluiden laten horen en in dialoog blijven. Politiek, media en wetenschap moeten democratischer worden. Meer transparantie, betere communicatie, kleinere sociale afstand, inspraak.’

U heeft het bijna over mediation.

‘Het is pure mediation, wat we nodig hebben. We moeten samen in therapie, met zeventien miljoen mensen.’

Harambam wijst op de Ierse Citizens’ Assembly als goed voorbeeld, een groep van honderd wisselende burgers die meepraten over een daar heikel onderwerp als abortuswetgeving. Of de G1000, een burgeroverleg dat in België en Nederland heeft plaatsgevonden, geïnspireerd door de Belgische cultuurhistoricus David van Reybrouck.

Als Baudet met een complottheorie komt en Mark Rutte vraagt: goh, Thierry, wat zit je dwars? Dat helpt niet, toch? Of als mijn hoofdredacteur Robert Jensen naar zijn zorgen vraagt?

‘Nee, dat zijn demagogen. Maar de mensen die zich door hen aangesproken voelen, die zoeken ergens naar. Die weten niet wat ze moeten geloven; ze willen zich ermee kunnen bemoeien. En alleen bij de demagogen zijn ze welkom. Als Baudet het over ‘een kartel’ heeft, misbruikt hij dat gevoel van uitsluiting.’

Moet je zelfs met bijvoorbeeld een racist in gesprek?

‘Je kunt wel grenzen aangeven. Je kunt zeggen dat in deze samenleving de grens ligt bij discrimineren en haatzaaien. Maar stel ook grenzen aan mainstreamdenkers die zich antipluriform gedragen, door complotdenkers te kleineren of hen een podium te ontnemen. Radicalisering – of het nou extreemrechts is, islamitisch of iets anders – begint er altijd mee dat mensen hun plek niet hebben kunnen vinden. Natuurlijk moeten we ons wapenen tegen hen die vooral willen relschoppen, treiteren en intimideren. Maar richt je op de mensen die vragen hebben, zich niet gehoord voelen en dan soms steeds extremere ideeën krijgen.’

Hoe ga je om met een complotdenker binnen familie of vriendenkring?

Socioloog Jaron Harambam raadt het volgende aan:

- Vraag je af waar het vandaan komt dat je wilt reageren? En wat hoop je te bereiken?

- Is het iemand met een totaal ander wereldbeeld, overtuigd van zijn eigen gelijk? Dan zal inhoudelijke discussie de ander alleen maar nog sterker een gevoel van uitsluiting geven. Is het iemand met vragen en twijfels, dan heeft dit al meer zin.

- Toon interesse en stel open vragen, doe niet betweterig en maak iemand niet belachelijk

- Heb niet alleen aandacht voor het onderwerp, maar ook voor de drijfveren van de ander

- Als je zorgen hebt, over het thema of de ander, formuleer die dan in de ik-vorm, stel je kwetsbaar op

- Bespreek wat belangrijke waarden zijn voor jullie beiden en welke jullie wellicht delen. Wat vinden jullie een betere wereld?

- Wees ook bereid je eigen vooronderstellingen te bevragen en iets te leren. Kijk samen naar bronnen

- Geef je grenzen aan als je iets te ver vindt gaan, bijvoorbeeld racisme.

- Als het echt niet lukt om (iets) nader tot elkaar te komen: agree to disagree en houd deze onderwerpen buiten het contact

Lees ook:

Hoe ga je als instituut om andersdenkenden?
Hoe gaat het RIVM of de GGD om met mensen die overal een dubbele agenda in zien? ‘Meestal praten mensen óver ons, niet mét ons.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden