Sociale emancipatiemachine aan eigen succes ten onder

Het eigen succes en veranderende politieke prioriteiten hebben een einde gemaakt aan het onderwijs als emancipatiemachine.

Oud-minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen Jo Cals legt de Mammoetwet uit tijdens een persconferentie in Den Haag (1958). Beeld anp

We waren eraan gewend geraakt, hoewel het eigenlijk heel bijzonder is. Na 1945 werd het onderwijs ten dienste gesteld aan de emancipatie - 'verheffing' - van wat toen nog de arbeidende klasse werd genoemd. En het werkte ook nog. Decennialang nam het aantal hoogopgeleiden toe. Steeds meer kinderen van laagopgeleide ouders wisten de hogeschool of universiteit te bereiken. Maar de sociale emancipatiemachine hapert of is al tot stilstand gekomen. En dat komt deels doordat 'we' zelf andere eisen zijn gaan stellen aan het onderwijs.

Eerst was er al de vaststelling van de inspectie, vorige week, dat het schooladvies nieuwe stijl vaak uitpakt in het voordeel van kinderen met hoogopgeleide ouders. De eindtoets speelt in dit advies een ondergeschikte rol, het advies van de docenten juist een grote rol. Hoogopgeleide ouders weten daar beter mee om te gaan dan laagopgeleide. En deze week werd bekend dat sinds de invoering van het leenstelsel de instroom van kinderen van laagopgeleide ouders met 15 procent is gedaald.

Je zou kunnen zeggen dat de emancipatiemachine aan zijn eigen eclatante succes ten onder is gegaan: het oude ideaal van 'hoger onderwijs voor velen' is bereikt. Zodanig dat het allang niet meer vanzelfsprekend is dat kinderen het opleidingsniveau van hun ouders overtreffen. De laatste jaren is eerder sprake van een negatieve emancipatie, zegt Maarten Wolbers, hoogleraar onderzoek van onderwijs aan de Radboud Universiteit. 'Kinderen van beter gesitueerden evenaren vaak niet meer het opleidingsniveau van hun ouders of moeten werken onder hun niveau.'

Dat is niet alleen het gevolg van de successen van gisteren, maar ook van veranderende politieke prioriteiten. Zoals er eerder veel steun was om onderwijs in te zetten als verheffingsmiddel, zo is er sinds de jaren tachtig met brede steun besloten om het onderwijs 'efficiënter' te maken.

Zeven redenen waarom de emancipatiemotor hapert

-Het verdwijnen van brede brugklassen en scholengemeenschappen: maakt het moeilijker om, bijvoorbeeld, van vmbo naar havo te promoveren

-Strengere eisen vwo-scholen aan leerlingen met een havo-diploma

-Havo-scholen zijn strenger voor houders van een vmbo-diploma

-Het leenstelsel: hoe meer opleidingen je stapelt, hoe hoger de eventuele schuld

-Puntensysteem Onderwijsinspectie: scholen spelen daardoor meer op safe bij het aannemen van leerlingen

-Minder gemengde schooladviezen: vmbo/havo-advies wordt dan vaak naar beneden bijgesteld

-Selectie aan de poort door universiteiten en hogescholen

Doorlopende leerweg

Het 'onderwijzerssocialisme' dat eerder al was beproefd in steden die door de SDAP werden bestuurd, werd na de oorlog over het hele land uitgerold. Met instemming van de christen-democraten: de leerplicht werd verlengd, er kwamen meer onderwijsinstellingen die meer vakken aanboden, kinderen van minder draagkrachtige ouders werden met van overheidswege verstrekte beurzen in de gelegenheid gesteld het hogerop te zoeken - een mogelijkheid die eerst aarzelend, maar vanaf de jaren zeventig op grote schaal werd benut.

Het onderwijs in Nederland werd door liefhebbers van gelikt jargon als 'doorlopende leerweg' aangeprezen: een strak geasfalteerde route met enkele afslagen die van de 'lagere school' via de hbs of het gymnasium naar hogeschool of universiteit kon voeren. Met de invoering van de Mammoetwet, in 1968, kreeg de verheffingsgedachte nog eenmaal een forse impuls. De wet schiep de mogelijkheid voor leerlingen om van mavo via havo en vwo de hogere onderwijsregionen te bereiken. De overgang van basis- naar voortgezet onderwijs werd gedempt door de invoering van een brugklas, waar leerlingen van uiteenlopende niveaus bij elkaar zaten.

Jos van Kemenade, de minister van Onderwijs in het kabinet-Den Uyl, had met de invoering van de zogenoemde Middenschool de brugperiode zelfs nog met een aantal jaren willen verlengen, waardoor de leerlingen meer tijd zouden krijgen om hun aanleg te ontdekken dan wel te ontwikkelen. Dat ging zelfs het egalitaire Nederland van dat moment te ver. Critici verweten Van Kemenade dat hij doeners en denkers tot een gedwongen samenzijn wilde veroordelen. Begin jaren tachtig werd het initiatief in stilte ten grave gedragen. De hoogtij van het onderwijzerssocialisme was ten einde.

En daarna werd het mede door een sociaal-democratische minister van Onderwijs op de helling gezet: Jo Ritzen, minister van 1989 tot 1998. Onder Ritzen legde het emancipatiestreven het af tegen de efficiencycultuur van de jaren negentig. Hij beperkte de studiefinanciering, maakte de toekenning van een beurs (als gift) afhankelijk van de studieprestaties en hij maakte een begin met de afsluiting van de 'indirecte leerwegen' die door de stapelaars werden benut. Zo ontmoedigde hij hbo'ers om na het behalen van hun diploma de studie voort te zetten aan een universiteit. Dit beleidsonderdeel stond destijds als 'stapelverbod' te boek.

Gelanterfant

Ritzen ontmoette uiteraard weerstand bij de studenten en anderen die zich gedupeerd achtten door zijn beleid. Maar buiten die kring oogstte hij overwegend bijval: het moest maar eens afgelopen zijn met het gelanterfant in het onderwijs. Ritzen voerde het beleid uit, maar tot op zekere hoogte gehoorzaamde hij slecht de tijdsgeest. De middenmoot was lang genoeg in de watten gelegd, nu moest ambitie maar eens worden beloond. De reguliere universiteiten vestigden - om te beginnen in Utrecht - university colleges: Engelstalige bacheloropleidingen voor gretige studenten (die aan een strenge selectie werden onderworpen). Voor de betere studenten werden 'excellente tracés' en 'honoursprogramma's' ontwikkeld. Het bindend studieadvies raakte in zwang. De Universiteit Leiden wil het zelfs na het tweede en derde studiejaar invoeren - opdat de studie-ijver nooit verslapt.

In het basis- en voortgezet onderwijs zijn geëngageerde ouders, die zich tot dan toe nog enigszins op de achtergrond hadden gehouden, zich als aandeelhouders gaan gedragen, aangespoord door Schoolprestaties, het vergelijkend warenonderzoek van wijlen Jaap Dronkers. Zij huren remedial teachers in als die door de school zijn wegbezuinigd en zij sturen hun kinderen naar bijles, ook als hun schoolprestaties daar welbeschouwd geen aanleiding toe geven, om hun kansen bij de selectie voor het voortgezet onderwijs te vergroten. Daarna gaan die kinderen bij voorkeur naar scholen met homogene (vmbo-, havo- of vwo-)brugklassen, die daardoor feitelijk geen brugklas meer zijn, en naar homogene scholengemeenschappen, die daardoor feitelijk geen scholengemeenschappen meer zijn maar categorale scholen voor vmbo óf havo en vwo. Om nog maar te zwijgen over de categorale gymnasia waarvan ten tijde van Van Kemenade het einde werd aangekondigd, maar die nu al jaren in een toenemende behoefte voorzien.

Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad, onderkent dat het toegenomen engagement van de ouders 'onbedoelde neveneffecten' heeft gehad. 'Dat is tot op zekere hoogte het gevolg van het feit dat scholen werden aangemoedigd om zich open te stellen voor de samenleving. Waarmee ik uiteraard niet wil zeggen dat we er dus maar in moeten berusten. Integendeel: als er elementen in het stelsel zijn die tot een sociale tweedeling in het onderwijs leiden, moeten we niet aarzelen die ter discussie te stellen.' Rosenmöller noemt het 'klassieke rendementsdenken' dat lange tijd leidend is geweest in het onderwijs, de muur die tussen het beroepsonderwijs en het algemeen vormend onderwijs is geplaatst, en - vooral - het nadeel dat 'kansarme kinderen' zouden ondervinden van de vroege selectie.

De vroege selectie, die komt altijd terug in discussies over het Nederlandse onderwijs. Niet zo gek ook, want het is een feit dat kinderen in Nederland uitzonderlijk vroeg (rond hun 12de levensjaar) aan een selectie voor het voortgezet onderwijs worden onderworpen. En als het over de vroege selectie gaat, dan gaat het ook al snel weer over de Middenschool.

Oud-minister Jo Ritzen (Onderwijs) tijdens een persconferentie over de wijzigingen in zijn onderwijsnota (1990). Beeld anp

Lonkend vergezicht

Voor de PvdA is de Middenschool een bron van gêne gebleven. Wie het ideetje van Van Kemenade wilde reanimeren, kon op een ijzig stilzwijgen rekenen. Maar de laatste tijd wordt de Middenschool opvallend vaak als lonkend vergezicht genoemd. Ook buiten de sociaal-democratische kring. Meerjarige brugklassen of een Middenschool, die, ter voorkoming van allergische reacties, dan soms Junior College wordt genoemd, zouden de manier zijn om te vroeg afschrijven van kinderen, vaak van laagopgeleide ouders, te voorkomen.

'We zouden naar de Middenschool kunnen kijken', zegt Karin Westerbeek, stafmedewerker van de Onderwijsraad. 'Een vroege selectie is niet onoverkomelijk als er nadien mogelijkheden zijn om een verkeerde keuze te kunnen repareren. En aan die mogelijkheden ontbreekt het nogal. Wie eenmaal op een bepaald spoor is gezet, komt daar moeilijk weer vanaf.'

Of een Middenschool het juiste antwoord zou zijn op dat probleem, valt natuurlijk nog te bezien. Want een Middenschool kan, zegt Westerbeek, weer bezwaarlijk zijn voor kinderen die rondom hun 12de al weten wat ze willen en wat ze kunnen. Want die kinderen zijn er natuurlijk ook. 'Om te voorkomen dat zij zich vervelen tot ze eindelijk kunnen gaan voorsorteren voor een passende vervolgopleiding, zou het onderwijs meer kunnen worden toegespitst op de behoeften van de individuele leerling. Het is allemaal het onderzoeken waard. En de overheid moet daarin, als drager van de stelselverantwoordelijkheid, het voortouw nemen.'

Oud-politicus Rosenmöller brandt zich niet aan een uitspraak over de Middenschool. Ook binnen het huidige bestel zijn er mogelijkheden om kinderen meer tijd te geven tot wasdom te komen. Daarbij zou je, zegt Rosenmöller, kunnen denken aan de invoering van een zesjarig vmbo en een zesjarige havo die de leerlingen beter zou voorbereiden op hun eventuele vervolgopleiding.

Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen (de vroegere HBO-Raad), liet zich donderdag tijdens het jaarcongres van zijn organisatie in soortgelijke zin uit. 'Waarom hebben we het stelsel zo ingericht dat de beste leerlingen de langste schooltijd krijgen en de net iets minder of anders getalenteerden een jaartje minder?' Het was zomaar een vraag. Maar wel een die het vermoeden wekt dat het onderwijs de komende jaren weer eens ingrijpend op de schop zal gaan.

Özcan Akyol (32): 'Volgens mijn juf had ik geen kans'

'Op mijn basisschool in Deventer gingen leerlingen door naar het vbo. Of als je heel slim was, naar de mavo. Uit mijn Cito-toets rolde een atheneumadvies. Volgens mijn juf had ik geen kans. Ze zei: je ouders zijn analfabeet en spreken geen Nederlands. Wie gaat jou ondersteunen?

De mavo haalde ik met twee vingers in de neus, maar ik had geen idee wat ik wilde. Ik was een recalcitrante puber die meer op straat was dan op school. Pas op mijn 21ste realiseerde ik me dat ik gevoelig was voor intellectuele prikkels en schrijver wilde worden. Toen werd ik ijverig en haalde versneld mijn hbo-diploma. Om tijd te kopen en veel te kunnen schrijven, heb ik nog twee jaar Nederlands gestudeerd, tot ik een boekcontract kreeg. Achteraf was het beter geweest als ik eerder in staat geweest mijn passie te ontdekken. Nu is het een omweg geworden die ik alleen dankzij veel wilskracht heb voltooid.' Jeroen Visser

Schrijver en columnist Özcan Akyol (32). Beeld anp
De schoolloopbaan van Paul Cliteur, Kim Kötter en Özcan Akyol. Beeld Graphic Volkskrant

Kim Kötter (33): 'School nog altijd dankbaar'

'Ik was vroeger erg onzeker. Omdat ik in de tweede eentiende punt te weinig haalde, werd ik naar de mavo gestuurd. Ik was zó teleurgesteld dat ik me voornam zo veel mogelijk hoge cijfers te halen. Ik wilde kinderrechter worden en via het mbo doorstromen naar een juridische hbo-opleiding. De mbo-school was verschrikkelijk en ik stapte over naar de havo, op mijn oude school. Wel combineerde ik havo-5 met een voorbereidingsjaar voor hbo management economie en recht. Omdat ik zo gedisciplineerd was, mocht ik in de zomer na mijn havo-examen vwo-5 inhalen. Uiteindelijk deed ik in vier jaar tijd drie keer examen. Vlak nadat ik geslaagd was, werd ik verkozen tot miss Twente. Mijn vader had me stiekem ingeschreven. Toen ik miss Nederland werd, moest ik veel naar het buitenland en ben ik gestopt met de universiteit. Nu heb ik mijn eigen onderneming. Ik ben de school nog steeds dankbaar voor wat ze voor mij hebben gedaan.' Jeroen Visser

Ondernemer en presentator Kim Kötter (33). Beeld anp

Paul Cliteur (60): 'Ik hield me vast aan lichtpuntjes'

'Ik ben in de vierde klas van de lagere school blijven zitten; ik was nerveuzig en kon me niet goed concentreren. Daarna ging ik verder op de ivo (individueel voorgezet onderwijs) mavo in Amstelveen. Mijn vader vond kleine stapjes verstandig. Ook kreeg je daar meer individuele begeleiding.

Mijn vader bestierde de familiedrukkerij en het lag in de verwachting dat daar mijn toekomst lag, maar op de heao worstelde ik me door vakken als boekhouden en bedrijfseconomie. Ik hield me vast aan lichtpuntjes zoals psychologie en ethiek. Het werd me steeds duidelijker dat ik naar de universiteit wilde. Maar hoe? Ik kon met mijn heao-diploma alleen economie of rechten studeren. Dat laatste vond mijn vader een goed idee; als jurist kon je altijd je brood verdienen. Eenmaal op de universiteit nam ik filosofie als tweede studie. Toen ik later opperde om rechten te laten vallen, dreigde mijn vader mijn toelage stop te zetten.' Jeroen Visser

Hoogleraar encyclopedie van de rechtswetenschap Paul Cliteur (60). Beeld Gerhard van Roon
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden