Sociale druk, angst om af te wijken, maar Chinese studenten voelen zich vrij

Ze leven onder grote sociale druk, de angst om teleur te stellen, om anders te zijn. Maar toch voelen hoogopgeleide jongeren in China zich vrij, merkte Daan Heerma van Voss, die in Guangxi een maand leefde en werkte met tien studenten.

Chinese middelbare scholieren bereiden zich voor op de Gaokao, de negen uur durende nationale toets die bepaalt op welke universiteit ze terechtkomen. Beeld Hollandse Hoogte

Een Chinees gezegde stelt: als je een week in China hebt doorgebracht, kun je er een boek over schrijven. Als je er een maand hebt doorgebracht, kun je er een artikel over schrijven. Als je er een jaar hebt doorgebracht, schrijf je helemaal niets meer. Hoe beter je de wortels van de verschijnselen en tradities die je dagelijks waarneemt begrijpt, hoe moeilijker het is om er nog iets zinnigs over te zeggen.

Het was allemaal een stuk overzichtelijker toen ik me nog in Nederland bevond. Zodra ik de uitnodiging van de universiteit kreeg om een maand in China te verblijven als writer in residence, begonnen de fantasieën. In mijn slotspeech zou ik de grote woorden niet schuwen. Ik zag het helemaal voor me; ik zou achter de katheder staan, honderden - ach, waarom geen duizenden? - studenten die het land vermoedelijk nog nooit hadden verlaten, zouden aan mijn lippen hangen. Ze zouden geschokt zijn door de verlichte woorden van deze blonde, westerse apostel van het vrije woord, vertegenwoordiger van het tolerante Nederland, het land van Spinoza, de geleerde die hier de vrijheid vond te schrijven wat hij wilde. Ik verleidde mezelf met dit genante visioen en nam de uitnodiging aan.

In Guangxi, een beeldschoon en veelgeroemd berggebied in het zuiden van het land, niet voor niets afgebeeld op het biljet van 20 yuan, ontmoet ik mijn hoogleraar en de overige schrijvers in de residency. Op de eerste dag neemt de hoogleraar me apart. Ze geeft me de gelegenheid de komende maand met tien Chinese studenten samen te werken. Ze hebben een belangrijke opdracht gekregen; ze mogen (in het Engels) een kort verhaal schrijven, het onderwerp staat hun vrij. In plaats van een speech te geven, zoals aanvankelijk is afgesproken, zal ik de eerste buitenstaander zijn die hun stukken leest. Vervolgens zal ik de studenten helpen met herschrijven. Op deze manier krijg ik de kans erachter te komen waarover jonge, goed opgeleide Chinezen werkelijk nadenken, wat ze ervaren en of ze zich wel vrij voelen te schrijven wat ze willen. Ik neem de uitdaging van de hoogleraar graag aan.

De studenten, vrijwel allemaal 20 of 21 jaar, noemen zichzelf onderling 'The Little Flowers'. Hun verhalen zijn zachtmoedig, licht sentimenteel en zonder uitzondering autobiografisch. Alle verhalen hebben te maken met teleurstelling en de angst te worden verdrukt.

In de pauze doen deelnemers aan de Gaokao spelletjes ter ontspanning. Beeld reuters

Moedermelk

Diep ontroerend is het verhaal van een jonge moeder die hevig wordt bekritiseerd door haar moeder en schoonmoeder, die steeds herhalen dat ze niet genoeg moedermelk geeft. 28 dagen lang wonen de drie vrouwen onder één dak, zoals een millennia oude Chinese traditie voorschrijft. De traditie, die 'De maand uitzitten' heet, stamt uit een premoderne tijd, waarin kouvatten levensgevaarlijk was en elke hoestbui mysterieus en onheilspellend. Tijdens deze maand leeft de moeder in een gouden kooi. Ze hoeft zich alleen bezig te houden met het kind. In haar pyjama herstelt ze van de bevalling en raken yin en yang langzaam weer in balans.

Maar er zijn ook verboden. De jonge moeder behoort niet te douchen en evenmin haar tanden te poetsen. Ze gaat niet naar buiten, de ramen blijven dicht, ze drinkt geen koude dranken en loopt geen trappen. Nog altijd durven veel jonge moeders de traditie niet naast zich neer te leggen, uit angst voor tegenspoed, pech en ongeluk. De jonge moeder in het verhaal doet erg haar best de baby genoeg te voeden, maar hij blijft hongerig. De twee ervaren moeders schudden het hoofd. Elke keer dat de baby huilt van de honger, voeren ze hem poedermelk, totdat hij eindelijk stil is. De jonge moeder wordt steeds onzekerder, het moederschap is nog niet eens begonnen of ze schiet al tekort. Een zin die ik niet snel zal vergeten: 'En zo gebeurde het dat ik intens jaloers werd op poedermelk.'

Een andere Little Flower schrijft over de gigantische academische druk waarmee Chinese scholieren en studenten te kampen hebben. Nadat de hoofdpersoon een overhoring Engels heeft verklungeld, krijgt ze op haar kop van haar moeder, die zegt dat deze ene mislukking een catastrofale kettingreactie in gang zal zetten die het leven van haar dochter uiteindelijk zal verpesten. Ironie, stel ik me zo voor, of literaire overdrijving. Maar de andere Little Flowers verzekeren me ervan dat hun moeders hun soortgelijke doemscenario's voorschotelden.

Arbeidsethos

Bij een bezoek aan een middelbare school in de stad Yangshuo zie ik stapels boeken op de tafels van de leerlingen liggen. Er is geen ruimte meer over voor schriftjes. De leerlingen zijn zich aan het voorbereiden op de Gaokao, misschien wel de belangrijkste toets in hun leven. De negen uur durende toets bepaalt op welke universiteit ze terechtkomen. Er is geen vangnet. Als je tijdens de Gaokao een black-out hebt en ondermaats presteert, dan heb je pech. Een goede universiteit biedt je de kans om te reizen, om later geld te verdienen. Een minder goede universiteit is daarentegen als een vakschool; een voorbereiding op een baantje dat je voor de rest van je leven zult uitvoeren. De leerlingen van de school willen van ons schrijvers weten waar we vandaan komen, hoe het is om te reizen, of we Amerika kennen, of we veel geld verdienen, in welke auto's we rijden. Tientallen kinderen willen op de foto, we moeten klassenvlaggen tekenen. Naast het prikbord hangt de foto van de ster van de vorige sportdag: een jochie in een zelfgemaakt kartonnen Captain America-pak.

De Little Flowers hebben deze eerste schifting overleefd: ze zijn op een goede universiteit beland. Sommigen hebben een halfjaar in het buitenland gestudeerd: in Denemarken of Duitsland. Een enkeling heeft rondgereisd. Maar ook de rest van de Flowers is zich goed bewust van westerse symbolen. Ze luisteren naar Kanye West of Taylor Swift. Ze zijn dol op de Marvel-films, vooral op Captain America, 'zo'n aardige vent'.

Met andere woorden: hun referentie-kader lijkt verdacht veel op het onze: Amerikaans en kapitalistisch getint. Voor de Flowers is Amerika de ultieme fantasie. Soms botst de Amerikaanse fantasie met de Chinese werkelijkheid. Het vreemdste Flower-verhaal gaat over een man met 'op hotdogs lijkende' vingers, die het hem onmogelijk maken om met stokjes te eten. Hij wordt belachelijk gemaakt en hoort nergens bij. Hij begint te fantaseren over een leven als menselijke hotdog. Hij zou in een pretpark komen te werken en permanent de show stelen. 'Mensen zouden een uur in de rij staan om met me op de foto te gaan. Kinderen zouden huilen, en ik zou ze vertellen dat de hotdog altijd zou voortleven in hun harten.' Soms zouden mensen hem aanklampen en zeggen dat hij een genie is. Dan zou hij het hoofd schudden en zeggen: 'Ik ben maar een hotdog.'

Hoewel de Gaokao hen goedgezind is geweest, moeten de Little Flowers hard werken om hun bevoorrechte positie vast te houden. Het arbeidsethos van de Chinese studenten lijkt weinig op dat van de Nederlandse. Ik heb de Little Flowers zelden iets anders zien doen dan werken. In de gesprekken over hun verhalen zijn ze nederig en leergierig. Verveling lijken ze niet te kennen. Hun houding is een uitkomst omdat ze zich niet aangevallen voelen door mijn kritiek, omdat ze niet meteen alles beter weten, wat het samenwerken bevordert.

En het is een probleem omdat verveling misschien wel een voorwaarde is voor creativiteit; als je intellectuele arbeid als lopendebandwerk beschouwt, belemmert dit de originaliteit aanzienlijk. Soms zitten ze uren achtereen achter hun laptop, handen in het haar, hoofdschuddend. Waarom gaan ze niet naar buiten? We bevinden ons in een van de mooiste gebieden van China, vol met 50 meter hoge bamboestruiken, idyllische beekjes, bijzondere puntbergen, elke dag komt er wel een vlinder op je schouder zitten. Maar wanneer ik ze meevraag voor een wandeling, schudden ze het hoofd. Er moet gewerkt worden.

collectivisme

Altijd en overal die druk, de angst om teleur te stellen, om anders te zijn. Het confuciaanse collectivisme, waarin het geheel altijd belangrijker is dan het individu, is zo diep verankerd in het Chinese denken dat het vermoedelijk nooit zal verdwijnen, hoe veel consumptieve trends ook vanuit het Westen overwaaien. Een sterke illustratie van de sociale druk die Chinezen die afwijken van het collectieve ideaal ervaren, is het verhaal van een delicate 20-jarige lesbische Flower die steevast wordt aangezien voor een klein jochie. Ze beschrijft het vreselijke moment dat ze 'ontdekte' dat ze lesbisch was. Het was 2005. 'Ik zat voor mijn computer. Terwijl ik naar de woorden 'lesbienne' en 'queer' staarde, zonk het hart me in de schoenen, mijn benen trilden. Het was alsof ik was gediag-nosticeerd met een terminale ziekte.'

Deze passage was minder hyperbolisch dan ik dacht. De Chinese overheid heeft homoseksualiteit pas in 1997 gelegaliseerd. In 2001 schrapte ze het van de officiële lijst van psychische aandoeningen. Deze Flower had een lange, eenzame weg afgelegd om hier te komen, maar ze was er, een trotse lesbische vrouw die haar verhaal niet uit de weg ging.

Het is niet verwonderlijk dat ten minste één Flower schrijft over de verlokkingen van de enige definitieve manier om aan alle druk te ontsnappen: zelfmoord. De hoofdpersoon, een naamloze Hij, is zo wanhopig op zoek naar controle dat hij zich aanmeldt bij een zelfmoordforum op internet. 'Ik wil er een eind aan maken', post hij. 'Dat zei je vorige maand ook', antwoordt een ander. 'Deze keer meen ik het, zegt de Hij. Maar uiteindelijk doet hij het niet. Hij doet het niet, maar de 'Schaduw van zelfmoord' zal hem altijd blijven vergezellen.

Alle verhalen zijn doordrongen van een tragische betekenisloosheid. Het is alsof de Flowers zich verdrukt voelen, bekneld, geplet. Maar door wie of wat? Op een ochtend in de wereldstad Guangzhou durf ik het aan. Ik vraag hen of ze zich vrij voelen over alles te schrijven wat ze willen.

'Zeker', zegt een Flower. 'We zijn helemaal vrij.'

'Menig jonge westerse auteur schrijft graag over politiek en sociale misstanden', probeer ik.

De Flowers vallen stil. Een van hen antwoordt: 'Geloof het of niet, we houden ons met andere dingen bezig dan met politiek. Met onze ouders bijvoorbeeld, met kinderen, met familie en succes, met nieuwe auto's, met aardbevingen in de streek waar we vandaan komen. We willen schrijven over onze levens, niet over de levens van anderen.'

Ik ken ze goed genoeg om te weten dat ze de waarheid spreken. Dit is niet een antwoord van bordkarton waarachter zich een andere wereld bevindt, ik heb uren met ze opgetrokken, we hebben gewinkeld, gedanst, gelachen en gehuild. Nooit heb ik ze horen praten over wat zij 'de levens van anderen' noemen, over de maatschappij, over politiek. Ik zal hun voorkeuren niet in twijfel trekken en ook niet proberen hun mijn idealen op te dringen. Het gaat tenslotte om hun levens, niet om mijn perceptie van hun levens. Bovendien, hoe kom je erachter hoe vrij iemand werkelijk is? Zijn het objectieve, zelfs door een buitenstaander aan te wijzen feiten die maken dat iemand vrij of onvrij is, of gaat het om de innerlijke beleving van de direct betrokkene?

Hypocriet

Toen in 2011, onder leiding van het Nederlands Letterenfonds, een delegatie Nederlandse schrijvers naar de boekenbeurs in Peking vertrok, barstte de kritiek los. Velen beschuldigden de deelnemende Nederlandse auteurs van hypocrisie, aangezien ze hadden geweigerd een Amnesty International-speldje te dragen met aandacht voor de censuur in China. Wat zou er gebeurd zijn als ik al mijn hoogdravende westerse ideeën over zelfontplooiing en vrijheid, alle idealen waarvan het nog maar de vraag is of wij ze zelf naleven, op hen zou hebben losgelaten? Als ik volgehangen met speldjes het vliegtuig was uitgestapt?

De Flowers zouden zijn dichtgeklapt en hun leefwereld zou voor mij gesloten zijn gebleven. Mijn oppervlakkige ideeën zouden niet zijn bijgesteld en China zou zich precies zo gesloten hebben getoond als ik het van tevoren zou hebben uitgetekend. Maar de werkelijkheid is altijd gecompliceerder. Om een werkelijk gesprek met de ander te voeren, moeten we soms even vergeten wie wij zelf zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden