Sociale dienst is trein met één reisdoel: werk

Bedrijven schreeuwen om personeel, maar toch leven ruim 400 duizend mensen in Nederland van de bijstand. Vroeger moesten ze van de sociale dienst maar een leuke hobby nemen, nu moeten ze toch aan de slag....

JE MOET tegenwoordig eens proberen van het Helmondse stadskantoor naar het kanaal te lopen zonder een baan te vinden. Dat lukt je gewoonweg niet. Zo omschrijft de sociale dienst in Helmond de huidige krapte op de arbeidsmarkt.

Maar waarom zijn de laatste Helmondse bijstandsgerechtigden dan niet al lang aan het werk? Omdat, om bij de Zuid-Willemsvaart te blijven, een deel van die bijstandsgerechtigden dat kanaal niet kan vinden en het andere deel wettelijk helemaal niet naar dat kanaal hóeft te lopen.

Het gaat goed met de Nederlandse economie. Zo goed, dat veel werkgevers niet meer weten hoe ze aan personeel moeten komen. Door dit schreeuwend tekort aan mensen zie je busjes op de snelweg met de tekst 'wie wordt mijn nieuwe collega?' En kun je geen supermarkt binnenstappen die niet om vakkenvullers of caissières vraagt.

Toch zijn er nog steeds ruim vierhonderdduizend mensen in Nederland die leven van een bijstandsuitkering.

Vandaar dat de sociale dienst in Helmond de politiek maar eens moest uitleggen hoe dat nu kan. Alleen voor de eigen stad natuurlijk. Maar wat in Helmond nog klant is van de sociale dienst verschilt in grote lijnen niet veel van de bijstandscliëntèle in Rotterdam, Zwolle of Heerlen.

De Oost-Brabantse stad, met zijn tachtigduizend inwoners, telt zon 2500 bijstandsgerechtigden. Daar staan vijfduizend vacatures tegenover. Volgens de huidige wet hoeven zo'n zevenhonderd van de bijstandsgerechtigden niet te solliciteren op deze vacatures. Dat zijn de alleenstaande moeders met kinderen onder de vijf jaar en werklozen ouder dan 57,5 jaar.

Minister Vermeend van Sociale Zaken heeft onlangs laten weten dat hij opnieuw de discussie aan wil met de Tweede Kamer over de moeders met jonge kinderen. Wat de minister betreft, moeten ze aan de slag, mits er goede kinderopvang is. Dat ouderen niet hoeven te solliciteren, stamt nog uit de tijd van grote werkloosheid. Begin jaren negentig besloot de politiek deze groep uit te zonderen. Een besluit dat ook alleen de politiek weer ongedaan kan maken.

Wat Dick Vink, vertrekkend hoofd sociale zaken in Helmond, betreft, zwengelt de politiek die discussie heel snel aan. 'Je sluit de ouderen uit en uitsluiting betekent dat mensen zich overbodig voelen, terwijl juist nu iedereen nodig is. In Amerika zie je door de krapte op de arbeidsmarkt dat ook niet zo flitsende, oudere mensen bij McDonald's hamburgers staan te verkopen. Waarom zou dat hier ook niet kunnen?'

Na aftrek van de alleenstaande moeders en ouderen blijven in Helmond nog zo'n 1700 bijstandsgerechtigden over. Wat voor mensen zijn dat? 'Van die groep kun je zeggen dat er iets mis mee is', vindt Leon van de Laar, teamleider bij de Helmondse sociale dienst. 'Het zijn nooit mensen die spontaan zeggen: ik heb toch zó'n leuke jeugd gehad. Er zitten echt nog een paar tussen die niet willen werken, maar de meeste kúnnen helemaal niet direct bij een werkgever aan de slag. Ze zijn bijvoorbeeld verslaafd, ex-psychiatrisch patiënt, mishandeld of slachtoffer van incest.'

Ook tien jaar geleden waren dit klanten van de sociale diensten. Maar toen gingen ze onder in de grote, anonieme hoop.

Dick Vink zet de veranderingen bij sociale diensten in Nederland graag in historisch perspectief. Toen hij zijn eerste baan kreeg bij een gemeente was de sociale dienst nog een echte uitkeringsfabriek. Klanten waren dossiers, en de sociale diensten waren al lang blij als ze die grote aantallen dossiers konden bijhouden.

'Toen zeiden we tegen elke uitkeringsgerechtigde: accepteer je werkloosheid, maak er het beste van, neem een hobby en vul je briefje zorgvuldig in zodat jij en wij geen last krijgen.'

Nu verlopen de gesprekken in de spreekkamertjes van een sociale dienst heel anders. Zo klopte er laatst in Helmond een man aan die meende recht te hebben op een uitkering. Hij kwam niet ver. Direct in het eerste gesprek werd tegen hem gezegd: ''we hebben werk voor je''. Daar schrok hij zo van dat ze de man nooit meer hebben terug gezien.

Wie wel door de intake komt, stapt tegenwoordig samen met de sociale dienst op de trein, zoals Vink dat noemt. En die trein heeft maar één eindbestemming: werk. De trein kan misschien eens omrijden en een langere route nemen, maar uiteindelijk wordt het werk, al kan dat behalve betaald werk, ook een gesubsidieerde baan of vrijwilligerswerk zijn.

De afgelopen drie jaar wist de Helmondse sociale dienst het aantal klanten met achthonderd te verminderen tot de huidige 2500. Helmond heeft daar hard aan gewerkt en krijgt daarvoor van het onderzoeksbureau Nyfer, na een vergelijking met andere Brabantse steden, ook een pluim.

Maar Helmond weet heel goed dat er is meegelift met de groeiende economie. De werkgevers moesten daardoor, noodgedwongen, wat water bij de wijn doen waar het hun eisen aan het personeel betreft. 'Ik zie soms wondertjes. Oud-klanten van wie ik denk: is zelfs die aan het werk?', aldus Van de Laar.

De Helmondse dienst wil ook de komende drie jaar het aantal klanten blijven terugdringen. Met 10 procent per jaar. Maar, zo realiseert de dienst zich, daarvoor zal meer uit de kast moeten worden gehaald dan in de afgelopen jaren het geval was. 'Er zitten mensen bij met wie we ons echt geen raad weten', aldus Sjak Vrieswijk, net als Van de Laar teamleider in Helmond.

In het vakjargon heten dit fase 4 klanten. Driekwart van het huidige Helmondse bestand bestaat uit mensen die in fase 4 zijn ingedeeld, wat betekent dat ze niet direct beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Cliënten die in fase 1 zijn ingedeeld worden daarentegen geacht morgen al aan de slag te kunnen. Behalve de ouderen en jonge moeders die van de wet niet hoeven te solliciteren, gaat het in Helmond om nog eens 1200 fase 4 klanten. De dienst zet speciale programma's op poten om ook deze groep uiteindelijk tóch aan het werk te krijgen.

Arbeidstraining is één van die programma's. In een grote, lichte fabriekshal op het Helmondse industrieterrein zitten een aantal mannelijke deelnemers daarvoor rond een tafel. Ze sorteren onderdelen van autosloten op nummer, begeleid door keiharde muziek.

Het is makkelijk, ongeschoold werk. Het gaat hier dan ook niet om het leren van een vak. Scholing, jarenlang gezien als hét wondermiddel, is volgens Vink niet meer waarop het misloopt. Het gaat hier heel simpel om leren werken. Daar hoort bij dat je in overleg met je baas een snipperdag regelt en niet zomaar wegblijft, dat je er op de werkvloer niet meteen op slaat als iets je niet zint en dat je op tijd komt.

Dat laatste wil nog wel eens een probleem zijn als je jarenlang noodgedwongen hebt thuisgezeten. Zo was er onlangs iemand uit het arbeidstrainingsprogramma die te laat kwam en als reden opgaf: tegenwind. Zijn begeleider adviseerde de man de volgende ochtend eerst met hem te bellen, dan zou hij hem vertellen hoeveel wind er stond zodat hij op tijd kon vertrekken. Het muntje viel.

Gelukkig voor de betrokkene. Want op het niet nakomen van afspraken staat een sanctie: een strafkorting op de uitkering. Volgens Vink deelt de sociale dienst gemiddeld dertig strafkortingen per maand uit. Een goede zaak, vindt hij. Maar de politiek moet niet denken dat je met het dreigen met strafkortingen mensen aan het werk krijgt. Dat beleid gaat uit van de gedachte dat het om niet-werkwilligen gaat. 'Dan leg je de schuld bij deze mensen. En dat is niet reëel als je de problemen van deze mensen kent', zegt Vink.

Ook van het opheffen van de zogenaamde armoedeval moet de politiek geen al te hoge verwachtingen hebben. Een bijstandsgerechtigde met recht op huursubsidie, bijzondere bijstand en dergelijke gaat er vaak op achteruit als hij gaat werken voor een minimumloon. Maar degenen die in Helmond deelnemen aan het programma dagbesteding zullen nooit doorstromen naar een reguliere baan, en dus vormt de armoedeval voor hen ook geen belemmering om te gaan werken.

Niet dat ze bij dagbesteding nutteloos werk doen. Hier wordt niet hele dagen gepunnikt, wat de term dagbesteding mogelijk doet vermoeden. Twee mensen zijn bezig uit elkaar vallende bibliotheekboeken opnieuw in te binden. En een jonge vrouw zit pepermuntjes van een bekend merk in de nieuw vormgegeven verpakking te steken. Allemaal werk dat moet gebeuren, waar de opdrachtgever ook voor betaalt, maar wat wél wordt uitgevoerd op een plek waar begrip bestaat voor de werknemers. Die zijn vaak (ex-)psychiatrisch patiënt en kunnen daarom meestal niet elke dag onder grote druk presteren.

Het is wel typisch Hollands, die indeling van bijstandsgerechtigden in fasen van 1 tot en met 4, vindt Vink. 'Het klinkt zo mooi, maar eigenlijk is het een rot-instrument. Het gaat om een opsomming van belemmeringen. Draai het eens om. Vraag je eens af wat een klant wél kan.'

Volgens Vink zitten er verkeerde intenties achter de fasering. 'De fasering wordt gebruikt om te sturen op budgetten. Hoe verder iemand van de arbeidsmarkt zit, hoe meer geld je krijgt. Het is een miljarden-industrie.'

Teamleider Vrieswijk weet hoe de dans om die subsidiestromen tot vreemde spelletjes kan leiden. Toen de Helmondse arbeidsvoorziening zag dat het aantal gemakkelijk bemiddelbare klanten afnam, trachtte ze fase 4 klanten in een andere fase in te delen. De reden: dan zou arbeidsvoorziening geld krijgen voor de bemiddeling, want fase 4 klanten horen nu niet bij haar thuis.

Als het aan Vrieswijk ligt, worden alle schuttinkjes tussen de budgetten voor arbeidsbemiddeling opgeheven. Hij illustreert dat met nog maar een voorbeeld. Toen het ministerie geld beschikbaar stelde voor het begeleiden van bijstandsgerechtigden naar vrijwilligerswerk was daar één eis aan verbonden: de deelnemers mochten niet doorstromen naar (gesubsidieerd) werk.

Vrieswijk vond dat absurd. In de praktijk bleek waarom: er zijn mensen die via het vrijwilligerswerk uiteindelijk weer zoveel zelfvertrouwen krijgen dat ze 'echt' werk vinden. 'Maar laat niemand de illusie hebben dat het bijstandsbestand ooit leeg zal zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden