Sociaal durfkapitaal rukt op

Duurzaam ondernemerschap is het nieuwe toverwoord in ontwikkelingshulp. Terwijl in Nederland een verhitte discussie woedt over de hoogte van die hulp, gaan miljarden aan 'sociaal kapitaal' naar Afrika.

'Wie stopt er geld in een bedrijf als de financiële haalbaarheid niet is onderzocht? Een investeerder wil bovendien rendement op zijn investering, waarmee hij de ondernemer op zijn beurt dwingt tot vernieuwing om zijn bedrijf overeind te houden.'


Zie hier de sleutel tot het succes van sociaal ondernemerschap. En zie ook de reden waarom traditionele ontwikkelingshulp niet werkt. Aan het woord is Fons van der Velden, directeur van Context, een adviesbureau voor ontwikkelingsorganisaties en sociaal ondernemers. Voor Van der Velden, gepokt en gemazeld in de traditionele hulpindustrie, is het duidelijk: 'weggeefgeld werkt niet'.


Schaduwmarkten

De traditionele ontwikkelingshulp prikkelt niet tot creativiteit en duurzaamheid, weet Van den Velden nu. 'Met de beste bedoelingen werden schaduwmarkten gecreëerd, waar ondernemers niet werden afgerekend op hun prestaties. De projecten stortten in elkaar zodra de financiering ophield en de hulporganisaties elders neerstreken.'


Bij sociaal ondernemerschap gelden de harde wetten van de markt. Ondernemers kunnen kapitaal aantrekken met een goed onderbouwd businessplan en moeten de leningen terugbetalen, mét rente. Sociaal is alleen de gedachte achter de kapitaalverstrekking; maatschappelijke problemen oplossen op een bedrijfsmatige manier. Maar behalve maatschappelijk rendement, verlangen de sociale investeerders toch ook gewoon financieel rendement - al zijn de voorwaarden met lagere rentes en langere aflossingsperioden vaak wat milder. 'Langzaam kapitaal', zo noemt Van der Velden het.


'We functioneren net als opkoopfondsen; instappen, waarde toevoegen en dan uitstappen', legt Hedwig Siewertsen uit. Hij is directeur van d.o.b. Foundation, een sociaal-investeringsfonds van de familie De Rijcke, oprichters van Kruidvat. Maar maatschappelijk rendement staat voorop: een beter inkomen of toegang tot nieuwe producten voor arme mensen in ontwikkelingslanden.


Zo participeert d.o.b voor bijna een half miljoen euro in een melkfabriek in Tanzania en verstrekte nog eens 3 miljoen euro aan leningen, waarmee 4.500 melkveehouders aan een stabieler hoger inkomen - en hun families uit de armoede - zijn geholpen. In 2015 hoopt d.o.b ruim 20 miljoen euro te hebben geïnvesteerd in sociale ondernemingen of 'impact genererende bedrijven' zoals Siewertsen het liever noemt.


Sociaal ondernemerschap neemt in rap tempo toe, zegt Ton Dietz, hoogleraar sociale geografie en directeur van het Afrika Studiecentrum in Leiden. 'Al een jaar of tien worden allerlei initiatieven ontplooid door ontwikkelingsorganisaties als SNV en ICCO, investeerders als FMO, Triodos en ASN Bank of Rabobank Foundation en er komen steeds nieuwe bij zoals Stichting Doen of de 1%-club. En dan heb ik het nog niet eens over het pionierswerk op dit gebied van onze eigen multinationals als Heineken, Unilever en Ahold. Nederland loopt hierin echt voorop.'


Het zou Dietz niet verbazen als er al 2 tot 3 miljard aan sociaal durfkapitaal Nederland uit is gegaan. Meer dan de helft van het huidige budget van 4,3 miljard euro voor ontwikkelingssamenwerking dus. De discussie of Nederland zich nu wel of niet moet houden aan de internationale norm voor de bijdrage aan ontwikkelingshulp van 0,7 procent van het nationaal inkomen is volgens Dietz dan ook irrelevant. 'Het gaat erom hoe we dat geld besteden. En dat is niet altijd even zinvol geweest.'


Dubieuze overheden

Volgens Dietz moet Nederland de officiële criteria voor internationaal erkende ontwikkelingshulp (ODA) loslaten omdat die wringen met allerlei nieuwe initiatieven op het gebied van sociaal ondernemerschap. 'Een groot deel van het geld gaat direct naar vaak dubieuze overheden, waarmee afhankelijkheidsrelaties in stand worden gehouden. Voor het stimuleren van sociaal ondernemerschap en bedrijvigheid - hetgeen juist wel effectief is - is nauwelijks financiële ruimte binnen de ODA-normen. Zodra ondernemers winst maken - succesvol zijn dus - past zo'n project niet meer binnen de criteria voor ontwikkelingssamenwerking.'


Geld wordt steeds minder belangrijk bij ontwikkelingssamenwerking. Kapitaal komt in toenemende mate van private partijen - filantropen, sociale investeerders, het bedrijfsleven en vooral ook uit de Afrikaanse diaspora, zo verwachten de voorstanders van sociaal ondernemerschap. Overheden zouden zich moeten gaan toeleggen op het verbinden van kennis, kapitaal, ondernemerschap en sociale instituties via netwerken, publiek-private-samenwerking of garantiestellingen.


De cijfers bevestigen deze tendens. Afrika ontving vorig jaar 52 miljard dollar aan donorgelden van de internationale gemeenschap en maar liefst 60 miljard aan directe bedrijfsinvesteringen, een vervijfvoudiging ten opzichte van tien jaar eerder. Veel sociale investeringen en geld uit de Afrikaanse diaspora (naar schatting 40 miljard per jaar) zijn daar nog niet eens bij inbegrepen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden