Sociaal doe-het-zelven in volksbuurten

De overheid predikt de participatie-samenleving. Maar twee volksbuurten in Leeuwarden ondervinden hoe smal de marges zijn.

De volksbuurt Wielenpôlle Beeld Harry Cock

Bea Moed kon haar ogen bijna niet geloven toen ze de brief las. Toch stond het er: ze mocht zich als zelfstandig opbouwwerkster niet langer begeven in de Wielenpôlle, 'met uitzondering van familieverjaardagen'. Was getekend Welzijn Centraal, de werkgever van wie ze net afscheid had genomen.

Wielenpôlle, dat was haar wijk. Een eenvoudig maar gemoedelijk Leeuwardens volksbuurtje, het domein van dakdekkers en handelaren uit het woonwagenkamp. Moed groeide er op als dochter van een timmerman. Haar moeder maakte alleen de lagere school af. Toch ging ze zelf op haar 11de naar het gymnasium. 'Dat is niets voor ons', zeiden haar ouders, maar ze worstelde zich erdoorheen, ging rechten studeren en vond een baan bij een bank. Tot achterstandsbuurten in de politieke belangstelling kwamen. 'Het bracht me terug naar waar ik vandaan kwam. Ik vroeg me af: wat is er in vredesnaam in die wijken gebeurd?'

Ze nam afscheid van de financiële sector en ging werken bij een welzijnsorganisatie. Meteen werd ze gevraagd Wielenpôlle onder haar hoede te nemen. Andere hulpverleners kregen geen voet aan de grond in de gesloten gemeenschap.

Bea Moed - Zelfstandig opbouwwerkster: "Het is coaching, geen hulpverlening. Wij lossen geen problemen voor mensen op" Beeld Harry Cock

Het weerzien in buurthuis de Kobbekooi schokte haar. De volkse bravoure was omgeslagen in wantrouwen en apathie. In 2010 verscheen het onderzoek Kinderen in Tel. Wielenpôlle bleek voor kinderen een van de slechtste wijken in Nederland om op te groeien.

Zo'n ranglijst is een goudmijn voor instanties, merkte Moed. Professionele hulptroepen rukten massaal uit. Maar ze zag hoe plichtmatig uren werden geschreven en concludeerde: dit gaat de wijk niet redden. Ze nam ontslag en begon voor zichzelf. Wielenpôlle wilde haar als kind van de wijk houden, maar dat bleek niet de bedoeling. Welzijnsinstellingen hadden het grondgebied met bijbehorende subsidies verdeeld.

'De Friese Jordaan' wordt de blanke volksbuurt wel genoemd. In een voortuintje aan de Tynjedijk staat witgoed opgestapeld. De werkloosheid is hoog. Een kwart van de gezinnen moet rondkomen van een uitkering. Een 'aandachtswijk', in beleidsdocumentenjargon.

Al is er aan sociale samenhang geen gebrek. Vanuit zijn woonkamer wijst Piet Kramer naar de overzijde van de Grote Wielenstraat. De buurvrouw hangt 's morgens het beddengoed uit het raam. 'Als het er niet wappert, ga ik kijken. Het zal hier niet gebeuren dat iemand drie maanden dood in huis ligt.'

De gepensioneerde havenmeester is voorzitter van de wijkstichting. Zijn huiskamer staat vol porseleinen beeldjes. Kramer woont hier nu bijna zo lang als hij leeft. Hij zag welzijnswerkers komen en gaan. Maar nieuwe generaties zijn nog steeds afhankelijk van een uitkering. Als je blijft doen wat je deed, zegt hij, blijft het zoals het was.

Big Society

Het moest anders, vonden Moed (44) en Kramer (70). Maar alle wegen leken te leiden naar klassiek welzijnswerk. Tot politiek filosoof Phillip Blond in Engeland het idee van de 'Big Society' lanceerde. De bureaucratische verzorgingsstaat heeft de publieke sector verstikt, betoogde Blond in zijn boek Red Tory (2009). Mensen zijn afhankelijk gemaakt. Marktdenken heeft gemeenschapszin uitgedreven. Zeggenschap over de eigen omgeving is verdwenen.

Mensen in volksbuurten moeten hun lot weer in eigen handen nemen, doceerde Blond. Met aandacht voor zelfontplooiing, wijkbedrijven en zorg voor elkaar. Premier David Cameron omarmde de filosofie in 2010 in een beleidsprogramma. Lokale organisaties konden meedingen naar overheidsopdrachten, er kwamen buurtbudgetten en een maatschappelijke dienstplicht voor jongeren. Ook in Nederland kreeg Blond veel bijval. 'Misschien moet Mark Rutte zijn boek eens gaan lezen', schreef welzijnsdenker Jos van der Lans.

Blond beschreef wat Moed in Leeuwarden had zien gebeuren. 'De wederkerigheid was verdwenen. Wielenpôlle was een parallelle wereld.'

Buurtbewoners Wielenpôlle Beeld Harry Cock

Onder haar aansporing besloot de wijk het samen met de aangrenzende Schepenbuurt zelf te willen doen. Het jongerenwerk, de re-integratie van werklozen en groenonderhoud zouden ze overnemen van de gemeente. De wijk heroveren. Niet als hulpverleners, maar door mensen in staat te stellen hun eigen problemen op te lossen.

Politiek zat het tij mee. De participatiesamenleving domineerde de Troonrede van 2013. Premier Rutte sprak een maand later lovend over buurtinitiatieven in zijn Willem Drees-lezing. Minister Plasterk presenteerde een nota over de 'doe-democratie'. De cocktail van zelfredzaamheid en verheffing smaakte zowel links als rechts.

Maar Wielenpôlle is geen bakfietsbuurt waar hoger opgeleiden zich inspannen voor een kruidentuintje in het plantsoen. Wethouder Harry van der Molen (CDA), toentertijd raadslid: 'Sommige fracties vonden het nogal spannend, om het eufemistisch te stellen. De gemeente was gewend te dicteren.'

Toch kwam er in 2011 groen licht voor een sociaal experiment volgens de filosofie van een Big Society. Wijkbewoners waren aan zet. Maar de pilot moest na drie jaar meetbare resultaten opleveren, zoals minder uitkeringen. En extra geld was er niet.

Coachen

Bea Moed weet waar ze het voor doet: Sao, Marian, Saïd, Sabah, Maria, Monique en Fatima, de vrouwen die elke donderdagochtend bij elkaar komen in een vergaderruimte in de kerk. Jarenlang verdwenen ze zonder werk in de anonimiteit van de gemeentelijke kaartenbak. Bij de sociale dienst leerden ze steeds opnieuw hun cv opstellen. Of ze deden verplicht vrijwilligerswerk. 'Dat noem ik geen persoonlijke ontwikkeling', zegt Moed. 'Zonder diploma ben je een magneet voor problemen.'

'Coaching' noemen Moed en haar collega Linda Nauta het, geen hulpverlening. 'Wij lossen geen problemen voor mensen op.' Fatima (32) rondde een opleiding tot helpende in de zorg af. Zonder ondersteuning was haar dat nooit gelukt, zegt ze. Monique (42) loopt stage bij een kleinschalige zorginstelling en heeft zich ingeschreven voor een vervolgopleiding.

Van deelnemers wordt verwacht dat ze iets terugdoen voor de wijk. Sabah uit Marokko helpt bij de kinderclub, Marian (58) geeft naailes aan vrouwen uit de buurt. Anderen assisteren bij huiswerkbegeleiding, organiseren een boekenclub of runnen de wijkwinkel. Drie mannen hebben de groenvoorziening overgenomen van de gemeente.

'Dit gaat verder dan een buurtbingo of een naaikransje', zegt Kramer. 'Mensen met amper lagere school halen een diploma. Het maakt hen trots, ze komen weer onder de mensen en zijn een voorbeeld voor hun kinderen. We staan pas aan het begin, maar we kunnen eindelijk de vicieuze cirkel van armoede doorbreken.'

Moed koestert de successen. Zo'n veertig mensen met een uitkering zijn nu op een of andere manier actief, vijftien mensen volgen een onderwijstraject, vier zijn uit de bijstand, twintig ouders volgden een cursus 'positief opvoeden'. 'Geen overbodige luxe', aldus de wethouder over dat laatste. Ook hij is positief: 'De pilot heeft de wijken een boost gegeven. Ze boeken resultaat in groepen die wij niet bereikten.'

Aan goede bedoelingen van beide kanten geen gebrek. Toch wringt steeds de schoen: wat kan de wijk echt zelf en wat durft de gemeente los te laten?

De volksbuurt Wielenpôlle Beeld Harry Cock

Zo eindigde het Big Society-programma in Groot-Brittannië in een grote deceptie. De overheid hield de hand op de knip en was niet in staat de regie uit handen te geven, bleek vorig jaar uit een evaluatie. Buurten zijn verzwakt en de kwetsbaarste groepen staan nog steeds langs de zijlijn. 'Bezuinigingen hebben de Big Society getorpedeerd', zegt Phillip Blond vanuit Londen. 'Het ongelijkheidsprobleem is alleen maar groter geworden.'

Ook in Leeuwarden ervaren Kramer en Moed permanent de argwaan van ambtenaren en hulpverleners. Steeds botst de onconventionele wijkaanpak met de ambtelijke bureaucratie. Neem Christian uit Burundi, die wijkcentrum it Skiphus in de Schepenbuurt runt. Hij volgt een mbo-opleiding maatschappelijk werk, maar volgens de gemeente staat hij 'te dicht bij de arbeidsmarkt'. Hij moest zijn vrijwilligerswerk staken, dreigde de sociale dienst, anders zou zijn uitkering worden stopgezet. Weer moest Moed een uitzondering vragen. Of neem de voetbalkooi in Wielenpôlle. Een stratenmaker uit de buurt was al bijna klaar toen Piet Kramer een boze ambtenaar aan de lijn kreeg. 'Of we wel naar de bouwtekening hadden gekeken.' De wijk overlaten aan wijkbewoners bleek makkelijker gezegd dan gedaan.

Maar zonder gemeente gaat het niet. Het 'terugverdienmodel' waarmee de wijken zichzelf uiteindelijk willen bedruipen, bijvoorbeeld met een eigen bierbrouwerij, staat nog in de kinderschoenen. Dus zijn ze afhankelijk van subsidie.

En wie subsidie krijgt, moet zich verantwoorden. Vooraf was 'aantoonbare verbetering' geëist. Maar in Wielenpôlle steeg het aantal uitkeringen van 48 naar 82. Op Kinderen in Tel, de ranglijst slechte wijken voor kinderen, ging de wijk van plek 28 naar 5. 'Neergang in wijken ondanks Big Society', kopte de Leeuwarder Courant. De wethouder nuanceert dat beeld. De cijfers zouden niet actueel zijn en daarom niet synchroon lopen met het experiment.

Toch zijn er meer zorgwekkende gegevens. Uit de onlangs verschenen veiligheidsindex van de gemeente blijkt Wielenpôlle na de binnenstad de minst veilige wijk van Leeuwarden. Burenoverlast, bedreigingen en vernielingen zijn sinds 2014 toegenomen. Een 'clan' zou de dienst uitmaken in de wijk. 'Angst regeert in Wielenpôlle', aldus de Leeuwarder Courant. De politie hing vorige week een beveiligingscamera op.

Criminaliteit

Moed wordt er moedeloos van. Ja, er is criminaliteit en die moet keihard aangepakt worden. Maar een stammenstrijd? 'Ik vrees dat het minder romantisch is.' Het probleem is dat je in zo'n hechte wijk nauwelijks afzijdig kunt blijven waardoor ruzies sneller uit de hand lopen. Aangifte doen doe je in de Wielenpôlle niet. 'Nu zeggen mensen: buurtinitiatieven werken niet. Maar dit zijn de vruchten van het verleden. De wijk is een afvoerputje geweest.'

In de goedkope huurwoningen strijken regelmatig ex-gedetineerden, dealers en verslaafden neer. Het leidt tot een verstoord sociaal evenwicht. Kramer: 'Onze wijk is niet meer van ons.' Buurtbewoners hebben de woningbouwcorporatie een systeem voorgesteld onder het mom: of jullie lossen het op, of wij doen het - op onze manier.

En dat is natuurlijk niet de bedoeling van sociaal doe-het-zelven. De wethouder, diplomatiek: 'Openbare orde blijft een zaak van de gemeente.' Aan groenbeheer kun je je geen buil vallen. Maar ook met zorg, waar ze zich in Wielenpôlle het liefst zelf over zouden ontfermen, ligt dat anders. 'Als dat mis gaat, kun je mensen beschadigen', zegt Van der Molen.

Pieter Kramer - Voorzitter wijkstichting Wielenpôlle: "Dit gaat verder dan een buurtbingo of een naaikransje. Mensen met amper lagere school halen een diploma" Beeld Harry Cock

Hij noemt het niet, maar zijn opmerking voert terug naar 2013. Toen overleed in de Wielenpôlle een peuter van 8 maanden. Zijn 25-jarige moeder, die problemen had met drank en drugs, werd veroordeeld tot 3 jaar cel en tbs. Dat nooit weer, denken ze op het gemeentehuis.

Ondanks de strubbelingen gaf de gemeenteraad onlangs groen licht voor twee jaar verlenging. 'Maar het oude systeem blijft in stand', verzucht Piet Kramer. Moed: 'Wij werken in de marge.'

De wethouder gelooft niet zo in harde tegenstellingen tussen het 'oude systeem' en de Big Society-aanpak. 'Wij gaan ook uit van wat mensen zelf kunnen.' Hij wil de Big Society-aanpak een plaats geven in het welzijnsbeleid.

Daarvoor zijn ze in de Wielenpôlle juist uiterst huiverig. De samenwerking met de wijkteams verloopt stroef, vindt Piet Kramer. Hulpverleners kwamen een gezin helpen met de financiële administratie. 'Twee maanden later stond jeugdzorg op de stoep: gaat dat wel samen, die hond met kleine kinderen? Hier wordt dat ervaren als verraad.' Als we het zelf niet kunnen oplossen, zegt Kramer, dan trekken we wel aan de bel. 'Maar we kunnen een heleboel zelf.'

Moeds grootste vrees is dat het initiatief de wijken weer uit de vingers glipt. Neem het succesvolle multiculturele kookfeest in de Schepenbuurt. 'Nu klopt opeens een welzijnsinstelling aan: wij hebben ook zo'n project, zullen we het volgend jaar samen doen? Ik zeg: dat is het begin van het einde.'

Piet Kramer: "Twee maanden later stond jeugdzorg op de stoep: gaat dat wel samen, die hond met kleine kinderen? Hier wordt dat ervaren als verraad." Beeld Harry Cock
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden