Sociaal dier in de politiek

Terwijl PvdA'ers het Binnenhof als een duiventil in- en uitvliegen, zit Jeltje van Nieuwenhoven al zeventien jaar op dezelfde stoel....

'WE SPRAKEN thuis heel luid en duidelijk, want mijn dove grootmoeder woonde bij ons in. De meeste zesjarigen hebben geen idee wat het woord articuleren inhoudt, ik wist het toen wel. Grootmoeder was al jaren gestorven maar tijdens de maaltijd bleven we hard praten. Ma riep er dan doorheen: ''Ho, stop! Moeder is dood, we hoeven niet meer te schreeuwen'' Sommige mensen vinden het een handicap van me, maar afdelingen met veel oudere sociaal-democraten waar ik een spreekbeurt houd, zijn er dol op.

'Een hoogleraar heeft ooit uitgezocht waar mijn dialect vandaan komt. Hij snapte er niets van en heeft er stiekem bandopnamen van gemaakt. Uiteindelijk wist hij het te plaatsen. Ik ben opgegroeid in Weststellingwerf, een deel van Friesland waar geen Fries, maar Saksisch wordt gesproken. En we spraken thuis wat mijn ouders dachten dat Nederlands was.'

Jeltje van Nieuwenhoven (54) maakt koffie klaar in haar Haagse appartement, dat op loopafstand van de Tweede Kamer ligt. In haar interieur speelt ze met zachte blauwe, groene en gele tinten. Zwart zeil, open keuken. Ze loopt naar haar boekenkast en pakt er een rode schaal uit. Het is een van de weinige dierbare objecten die ze heeft overgehouden uit haar vorige levens. Op haar slaapkamer staat een zilveren lijstje met de foto van haar overleden man Bob Groen - 'soms praat ik tegen hem'.

'Die rode schaal stond thuis in de mooie kamer. Het is om te gieren van de lach, maar daar gingen we alleen zitten als er visite kwam of iemand jarig was. Normaal gesproken zaten we in een andere kamer, waar we ook aten. De schaal heeft me altijd gefascineerd door de kleur, ik ben dol op kleuren. In mijn herinnering was thuis alles grijs.

'Ik ben van 1943. Enkele jaren na de oorlog reisden we per trein naar Rotterdam. Ik was er doodziek van, ik kon er niet goed tegen. Mijn vader kocht op het Centraal Station een rood plastic tasje om me af te leiden. De rest van het gezin ging met het openbaar vervoer naar familie. Om me dat te besparen, nam mijn vader me op zijn nek. De gevolgen van de Duitse bombardementen waren nog steeds zichtbaar. Ik weet dat ik steeds riep: ''Waarom zijn de huizen er niet meer?'' Het is mijn eerste herinnering.'

Vader werkte op een klein fabriekje, moeder ging wel eens schoonmaken buiten de deur, maar was vooral thuis. Jeltje had een gelukkige jeugd. De oorsprong van het sociale dier dat ze later zou worden, ligt in de ouderlijke woning. Het is een eigenschap die het overleven in de politiek zou vergemakkelijken.

'Ik heb dat van mijn ouders. Sociale dieren zijn ook een beetje allemansvrienden. Ik heb een groot hart tegenover mensen: als ze een fout maken of een streek uithalen, zoek ik er ter vergoelijking altijd een reden voor. Mijn vorige medewerkster zei wel eens: ''Kunnen we niet eens gewoon een hekel aan iemand hebben?'' '

De sociale controle in Weststellingwerf was groot. Het gevolg daarvan is dat Van Nieuwenhoven een sterk liberale inslag heeft als het gaat om de persoonlijke bewegingsvrijheid.

'De buurvrouw zei tegen mijn moeder: ''Jum Jeltje kriegt zo nooit een man as ze maar thuus zit te lezen'' Ze bemoeiden zich ermee dat ik niet uit dansen ging! En ze werd erop aangesproken dat ik in de periode van het existentialisme zwarte kleding droeg. Ik las Sartre en De Beauvoir. Ik had geen zelfmoordneigingen, maar begreep wel dat er iets in de wereld niet in orde was.'

Haar meisjesdroom werd niet vervuld. Ze had geschiedenis willen studeren, maar na de mulo volgde ze een opleiding tot bibliothecaresse. Ze was er enorm op haar plaats, maar eenmaal in de grote wereld voelde ze zich kwetsbaar ten opzichte van academici.

'Dat was lastig, ook toen ik Kamerlid werd. Anderzijds heb ik niet veel gevoel voor autoriteit. Als ik mezelf een minderwaardigheidscomplexje moet aanpraten, dan is het dat ik er moeite mee heb op papier te krijgen wat ik denk. Mulo was veel uit het hoofd leren. De computer lijkt een antwoord op mijn probleem te zijn.'

Haar eerste man, Sake, leerde ze kennen op de middelbare school, maar ze kregen pas jaren later een relatie. Hij ging diergeneeskunde studeren en ze trouwden omdat de hospita van de zolderetage het boterbriefje verlangde. Na dertien jaar huwelijk was het voorbij.

'Op mijn dorp in Friesland dacht iedereen dat ik een ander had, want ik was politiek actief geworden. Maar híí had een ander. Hij had het zijn eigen moeder niet eens verteld. Toen ben ik heel boos geworden en heb dat rechtgezet. De eerste jaren hebben we nog even this is modern times gedaan en bleven we op elkaars verjaardagen komen.'

Ze werd in 1974 medewerkster bij de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk instituut van de PvdA. Niet veel later werd Van Nieuwenhoven de assistent van partijvoorzitter Max van den Berg. Ze zag van dichtbij hoe het sociaal-democraten aan omgangsvormen ontbrak en hoe ze elkaar naar het leven stonden. Het sociale dier raakte in de slangenkuil verzeild.

'Het was echt vreselijk. Als de ene zei dat iets rood was, zei de ander dat hij verdomd veel blauwe tinten zag. Ik denk dat een enorme gedrevenheid een van de oorzaken was. Mensen die de wereld willen veranderen, hebben weinig tijd voor de wereld die dichter bij hen staat. Hun handicap is dat ze niet luisteren met hun oren, maar met hun mond. Ze luisteren, omdat ze dan zelf weer kunnen zeggen hoe het moet. Terwijl luisteren soms ook betekent dat je niet weet hoe het moet.

'De wereldverbeteraars stralen dat ongeduld voortdurend uit. Het zijn niet de aangenaamste mensen. Ik begrijp dat de wereld morgen niet is veranderd. PvdA'ers willen nogal wat aanpassen, dus dat ongeduld leeft in onze partij sterker dan bij anderen.

'Er zijn politici van wie iedereen zal zeggen dat die veel aandacht hebben voor de mensen om hen heen. Ze tikken je op de schouder, beloven dat ze bij je langskomen. Nou, wat héb je dan weer een aandacht genoten. Zo doen ze dat met velen. Mijn vriendin Eveline Herfkens noemt dat de Mythe van de Vliegenmepper.

'Als ik al ergens ongelukkig van kan worden, is het van mensen die geen omgangsvormen hebben. Toen ik 1981 in de Tweede Kamer kwam, heb ik tegen PvdA-fractievoorzitter Wim Meijer gezegd dat het me niet aanstond, dat onderlinge vliegen afvangen. Ik dacht in mijn naïviteit dat de idealen waar je gezamenlijk voor vocht, zich wel zouden openbaren rond de fractietafel.

'Meijer zei: ''Jeltje, je moet je vrienden hier ook niet zoeken.'' Het heeft lang geduurd, maar de kunst van het met elkaar omgaan wordt breder beoefend sinds 1994, met de vernieuwingsgolf van Felix Rottenberg. Er is dus nog hoop.'

IN HET JAAR voor ze Kamerlid werd, leerde ze haar grote liefde kennen, Volkskrant-journalist Bob Groen. Op een forum naar aanleiding van de Russische inval in Afghanistan zag ze hem voor het eerst. Ze verwonderde zich over de enorme konijnenbontmuts die hij droeg.

'We deelden veel dingen. Het was een feest om een dag in bed door te brengen met boeken, lekker eten op een klein tafeltje, en wijn. Zoals Annemarie Grewel wel eens schreef: mijn vriendin kan met haar grote liefde de hele dag hand in hand voor de televisie zitten. Wat kon daar nou aan zijn?

'Er waren ook grote verschillen. Ik ben heel kort door de bocht en opvliegend. Bob was zeer relativerend en afstandelijk. Hij was nogal geserreerd in het geven van zijn mening. In de politiek moet je niet te veel relativeren, want als je daarmee begint, heb je het compromis al gesloten voor het nodig is. Pas later, toen Bob ziek werd, kreeg hij steeds uitgesprokener opvattingen. Alsof hij voelde dat er geen tijd meer was om te bespiegelen.

'In onze beginperiode was er een groot twistpunt tussen ons: de plaatsing van kruisraketten. Daar konden we de hele nacht ruzie over maken. Bob zei dan om drie uur 's nachts: ''We redden het nu toch niet meer, zullen we gaan slapen? Ik spreek je morgenochtend op de verplichte Russische les.''

'Bob wilde per se trouwen. Ik zei altijd: als ik 50 ben en nog niemand anders heb ontmoet, dan trouwen we. Toen hij ziek werd, was zijn eerste reactie dat hij het misschien niet zou halen dat ik vijftig werd.

'Waarop ik zei: regel het morgen maar. We hebben er niet veel drukte van gemaakt. Met een aantal persoonlijke vrienden was het eigenlijk een mooie gelegenheid om afscheid te nemen. Dat mocht je zo niet zeggen, want wij kunnen nu eenmaal niet leven met de dood. Het was natuurlijk wel zo.

'Ik heb er prachtige foto's aan overgehouden. Eveline Herfkens heeft de hele dag gedocumenteerd met bandopnamen en foto's. Ed van Thijn heeft ons op zijn kamer getrouwd. Hans van Mierlo was Bobs getuige en Eveline de mijne.

'Ik heb in volle overtuiging het ja-woord gegeven. Daar zat mijn aarzeling niet, ik kon niet zo goed argumenteren met iemand van wie ik wist dat hij binnen een halfjaar dood zou zijn. Daar heb ik geen spijt van.

'In januari 1989 stierf hij. Toen de Muur later dat jaar viel, belde een van mijn beste vriendinnen op en zei: ''Wat moeten we hier nou van vinden, we kunnen het niet eens aan Bob vragen'' Allebei hadden we zoiets van: dat hij als buitenlandjournalist zo'n omwenteling niet heeft mogen meemaken!

'Maandenlang heb ik moeite gehad me te concentreren. Ik kon niet meer lezen. Als ik in de tweede kolom van een artikel zat, wist ik niet meer wat daarvoor stond. Een van Bobs vrienden, de journalist Michael Stein, belde om te vragen hoe het me ging. Hij adviseerde me mijn gedachten weer te ordenen door een boek te lezen dat ik ooit heel mooi had gevonden. Ik pakte Gejaagd door de wind maar weer eens en het werkte.'

Na een paar maanden viel het tweede kabinet-Lubbers en moest Van Nieuwenhoven beslissen of ze Kamerlid wilde blijven. De campagne en het verkiezingsprogramma leidden haar af. Inmiddels had ze de positie van backbencher verlaten. Via haar media-woordvoerderschap bereikte ze de status van het goed ingevoerde Kamerlid.

'Het is een raar vak, je bent een eenmansbedrijfje en je moet, hoe je het ook wendt of keert, zien te overleven. Ik lijk een geweldig makkelijk en vrolijk mens, maar je kunt me maar één keer belazeren. Ik vergeef alles, ik vergeet niets. De grootste straf is natuurlijk als je die ander niet laat merken dat je je geflikt voelt.'

Dwars tegen het advies van Wim Meijer in, vond en zocht Van Nieuwenhoven vrienden in de politiek. Ze is een van de weinigen in de PvdA die zowel met oud-fractievoorzitter Wöltgens als met diens aartsvijand Rottenberg bevriend kunnen zijn. Annemarie Grewel is zo iemand. Met Elske ter Veld en Eveline Herfkens was ze al bevriend voor ze in de fractie ging.

Ze erkent dat politieke macht erotiseert. 'Het roept een soort spanning op tussen mannen en vrouwen die kan zich ontladen in een seksuele verhouding. Dat gebeurt op alle werkvloeren, dus ook op het Binnenhof. Het is mij ook overkomen; als je die spanning ervaart, sta je voor de keuze of je dat activeert. Zoals de Engelsen het zo mooi zeggen: to act.'

Van Nieuwenhoven is nu het langst zittende PvdA-Tweede-Kamerlid. Maar het pikorde-gedoe en het gevecht voor het eigenbelang aanschouwt ze nog steeds met pijn in haar ziel. 'Als ik me soms erger, is dat aan het gevoel dat sommige collega's zo met zichzelf bezig zijn, met hun eigen positie in het totaal. Het zal me ook niet helemaal vreemd zijn, maar ik doe het uiteindelijk toch voor het ideaal van een betere spreiding van kennis, macht en inkomen.'

Van Nieuwenhoven vangt veel dingen op voor Kamerleden die niet naar een mondeling overleg of een spreekbeurt kunnen. Als haar sterke punt beschouwt ze haar 'bovengemiddelde vermogen om dingen te bereiken', haar zwakke punt haar 'opvliegendheid, hoewel die steeds meer afneemt.' De politieke antenne van Van Nieuwenhoven wordt geroemd, maar een onbetwiste nestor-achtige functie heeft ze nog niet bereikt.

'Bij sommigen wel. Ik ben er eigenlijk niet zo geschikt voor, want ik blijf een kwikzilverachtig iemand die ook tegen een nieuweling kan uitvallen. Er zijn mensen die dat een handicap vinden, het is mijn karakter. Toch ben ik na zeventien jaar Binnenhof een generalist die veel weet. Daar gaat een zekere autoriteit van uit en dat ervaar ik als prettig.'

Voor de ruim vijfentwintig nieuwe PvdA-Kamerleden die na de verkiezingen moeten overleven in de fractie, heeft de survivor Van Nieuwenhoven als ervaringsdeskundige een aantal adviezen.

'Toen ik van het partijbureau naar de Tweede Kamer ging, kreeg ik een boek met daarin een opdracht van Maarten van Traa. Hij schreef: 'Nu, daar ga je dan. Naar het grotere leven, met hart en hoofd open. Da's mooi voor een gewone sterveling.'

'Het is in essentie waar het Kamerlidmaatschap om draait. De beste tip voor een Kamerlid: houd je verstand erbij, maar laat het nooit je emotie overwoekeren. Het is geen technocratisch vak, het is geen optellen en aftrekken.

'Doe het kalm aan. Het is niet erg een paar jaar backbencher te zijn. Ze kunnen er beter niet, zoals ik, een jaar of vijf mee wachten om die positie te verlaten.

'Wees beleefd, aardig en eerlijk tegen collega's van andere partijen, ook als je het niet met ze eens bent. Een inhoudelijk verhaal overwint niet omdat je goede contacten hebt. Maar het helpt wel mee om het zo te organiseren dat je daar heel ver mee komt.

'En vragen stellen, nooit bang zijn voor het antwoord. Als je bang bent om te falen, kom je er toevallig achter of na een fout. Oudkerk, een natuurtalent, stak in de eerste maanden drie keer per dag zijn hoofd om de hoek van de deur. De meest eenvoudige dingen wilde hij weten. Mijn medewerkster zei: daar komt ie weer aan!

'De maiden-speech: ga een dag van tevoren op de katheder staan om te kijken hoe dat voelt. Sta daar al even en kijk die zaal in. Die tip kreeg ik van Kamervoorzitter Dolman. Als je de volgende dag je verhaal moet houden, sta je daar toch mooi voor de tweede keer.

'Via procedures regel je in de Tweede Kamer een deel van de inhoud. Een klein deel, maar je kunt bepalen wanneer het besproken wordt, wat de volgorde is en dat kan cruciaal zijn. Laatste tip: ga nooit in discussie met de voorzitter, want dat verlies je altijd.'

OVER DE atmosfeer in de huidige PvdA-fractie is Van Nieuwenhoven goed te spreken: die is beter dan in de vorige fractie, die het WAO-debacle moest verwerken. Maar er zijn er die wegkwijnen. Dijksman, Woltjer, Sterk en Liemburg klagen over de sfeer. Dunning maakte er in zijn eindrapport aan het partijbestuur kritische kanttekeningen over.

'Degenen die klagen, zijn ongetwijfeld oprecht. Toch heeft het ook te maken met je eigen vermogen er iets aan te doen. Als er niet naar mij wordt geluisterd of ik voel me onrechtvaardig behandeld, kan ik op mijn kamer gaan zitten en denken: snotverdrie, die lui deugen allemaal niet.

'Zet de eerste stap! Ga naar iemand toe als iets je niet aanstaat. Ik heb veel met Gerda Dijksman gepraat, die niet tegen de fractiecultuur kan. Misschien heb ik niet gezien dat ze veel ongelukkiger was dan ik dacht. En Mieke Sterk is heel authentiek, maar daar word je als Kamerlid niet op afgerekend. Als je authentiek wilt blijven, denk ik: dan besluit je misschien toch geen Kamerlid te zijn.'

Verslaafd aan het Binnenhof zou ze het niet helemaal willen noemen. Van Nieuwenhoven wil ook niet sterven in de Kamerbankjes, een leven buiten het Binnenhof houdt ze voor mogelijk. Ze heeft al eens mogen nadenken over een burgmeesterschap buiten de Randstad. En het voorzitterschap van de Tweede Kamer, waarvoor ze al werd genoemd toen de CDA'er Bukman het uiteindelijk werd?

'Ik ga ervan uit dat de PvdA straks na 6 mei de grootste partij blijft. Het is een moeilijke klus, dat kunnen we nu allemaal zien, en daar verkijk ik me niet op. Het is niet iets dat je eventjes doet. Ik denk dat ik het zou kunnen en eerlijk gezegd zou ik graag voorzitter van de Tweede Kamer willen worden.

'We staan er goed voor in de peilingen, maar dat is een kwestie van optiek. Zonder eigenwijs te worden, moet de PvdA zich eens gaan realiseren dat het ertoe doet wat sociaal-democraten vinden. Zo'n congres als dit weekend gaat over het verkiezingsprogramma en over de mensen die daarmee op pad moeten.

'Het maakt echt wat uit als de PvdA vindt dat de uitkeringen generiek moeten worden verhoogd, het is niet vrijblijvend. In het programma hoort te staan wat wij willen. En laat niemand van tevoren zeggen: dat bereiken we niet. O nee? Dat zullen we nog wel eens zien. We moeten het compromis niet op tafel leggen voor we zelf hebben gekozen. We moeten niet bang zijn dat regeringsdeelname straks in gevaar komt door nu een duidelijk standpunt in te nemen. De PvdA moet ook als regeringspartij leren weer eens zelfbewust te zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden