Sociaal-democraten in Oostenrijk zijn 'das rote Wien' kwijtgeraakt

Veel arbeiders stemmen niet meer op SPÖ

Ook in Oostenrijk heeft de sociaal-democratie het moeilijk. De traditionele achterban van de SPÖ, de arbeiders, stemmen nu deels populistisch rechts.

De Oostenrijkse bondskanselier en politiek leider van de SPÖ Christian Kern. De sociaal-democraten staan in de peilingen op een fors verlies. Foto AFP

Een zwak zonnetje dompelt alles op het stationsplein in een onverschillig licht. De mensen ogen bleek, de gebouwen grijs. Voor smoezelige eettenten staren mannen met halveliterblikken Stiegl-bier in de hand stil voor zich uit. Schreeuwen doen alleen de loterijadvertenties, de enige hoop hier op instantgeluk. De grauwheid regeert, totdat Träumerei van Schumann weerklinkt, gespeeld door twee jonge cellisten. Een moment van schoonheid tussen veel alledaagse lelijkheid.

We zijn in Floridsdorf, een Weense volkswijk op een kwartier afstand met de trein van het monumentale centrum. Hoog op een gebouw prijken de rode letters SPÖ, alsof de socialisten willen zeggen: dit is ons gebied, ons bolwerk. Dat was het ook lang, zoals heel de Oostenrijkse hoofdstad, das Rote Wien. Maar dat is veranderd. Veel arbeiders stemmen niet meer op de sociaal-democraten. De rechts-populistische FPÖ is in Floridsdorf vrijwel even sterk als de SPÖ en dat zal waarschijnlijk zondag bij de parlementsverkiezingen niet anders zijn.

Net als elders in Europa heeft de sociaal-democratie in Oostenrijk het moeilijk en is de achterban deels uitgeweken naar populistisch rechts. Hoe kan dat bij een politieke stroming die een historische rol heeft gespeeld bij de verhefffing van zoveel arbeiders en bij de totstandkoming van de verzorgingsstaat - dat naoorlogse wonder van beschaving?

Misschien is het antwoord te vinden in Café Klim Bim. Er zit iemand met een broek vol verfspatten. Hier moeten we zijn. Maar dat valt tegen. De mannen aan de bar trekken aan hun sigaret. Als ze al wat tegen elkaar zeggen, is dat in korte afgemeten zinnen. Een nieuwe gast kijken ze niet of argwanend aan. Begin daar maar eens een gesprek over de crisis in de Europese sociaal-democratie.

Na een vraag slaat de meest open lijkende man hermetisch dicht. 'Geen politiek', zegt-ie bozig. En dan is er het Weense dialect: onverstaanbaar. Een kleine Oostenrijker begint uit zichzelf tegen me. Ik informeer naar de verkiezingen. Hij praat en praat, ik dein vol verwachting mee op de tonen van het zangerige taaltje. Dan herken ik ineens de woorden Ernst Happel, Weltmeisterschaft, Argentinië. Kom ik erachter dat ik midden in een gesprek over het Nederlandse voetbal verzeild ben geraakt terwijl ik dacht dat we het over politiek hadden.

Later zegt Antje Scheller, een weduwe van 64 die al veertig jaar in Floridsdorf woont, dat de SPÖ haar positie is kwijtgeraakt omdat zij niet luisterde naar de arbeiders. In de volkswijk wordt echter duidelijk dat het andersom ook niet altijd eenvoudig is om hun oor te krijgen. Arbeidersklasse en sociaal-democratie zijn elkaar ontgroeid, wantrouwen elkaar, spreken elkaars taal niet meer.

De Populistenfactor

Rechts-populistische partijen zijn niet meer weg te denken uit de Europese politiek. Lees hier hoe groot ze zijn, wie hun leiders zijn en welke rol ze spelen in hun land. Bekijk de kaart.

In het elegante, rijke centrum van Wenen, in een woonblok vlak bij Berggasse 19, het huis waar Freud grondlegger van de psychoanalyse werd, heeft hoogleraar geschiedenis Lothar Höbelt een uitleg die erop neerkomt dat de sociaal-democratische beweging twee zielen in de borst heeft die zich moeilijk laten verenigen.

Vroeger was alles overzichtelijk: je had arbeiders en bazen. De socialisten vertegenwoordigen de arbeiders. In Oostenrijk werd de SPÖ een bestuurderspartij die zorgde voor woningen, overheidsbanen, pensioenen en een goed opgetuigde verzorgingsstaat. Ze deed haar werk zo goed dat veel arbeiders zich opwerkten tot de lagere middenklasse en hoger. De partij veranderde: ze werd meer van het midden en de publieke sector. De afgelopen jaren moest evenwel het mes in de overheidsuitgaven. Dat deed de arbeidersklasse en lagere middenklasse pijn. Bovendien was het discours van de SPÖ zodanig veranderd dat deze groepen zich niet meer beschermd voelden tegen de concurrentie van immigranten. 'De SPÖ sprak over het internationale recht en Europese regels. Dat schiep het gevoel: ze hebben het alleen over internationale solidariteit, ze zijn er niet voor de Oostenrijkse arbeidersklasse. Dit splijt de SPÖ', aldus Höbelt.

De oudere generatie blijft nog trouw aan de partij vanwege haar pensioenen. Het zijn jonge geschoolde arbeiders, zij die in particuliere bedrijven werken met computers, die zich niet meer herkennen in de SPÖ, volgens hen een slappe ambtenarenpartij. Velen lopen over naar de FPÖ.

Als vakmensen verdienen zij redelijk goed. Zij zijn lagere middenklasse, maar gedragen zich als arbeidersklasse. Höbelt: 'Ze verafschuwen mensen van wie ze denken dat die zich beter voelen. Linkse intellectuelen en ambtenaren die hen belerend toespreken dat ze niet mogen roken en hun auto moeten laten staan.'

Höbelt denkt niet dat de SPÖ, en de sociaal-democratie in het algemeen, de gespletenheid kan overwinnen. 'Of ze kiest voor links populisme zoals Die Linke in Duitsland, maar dan wordt ze klein. Wil ze een partij voor de middenklasse zijn, dan is er veel concurrentie. Je hebt socialisten daarvoor niet nodig.' Volgens hem zijn maatschappijen onoverzichtelijker geworden en is er in Europa een herschikking gaande van het politieke landschap. De grote volkspartijen staan onder druk, nieuwe bewegingen komen op (Macron), er ontstaat een veelvoud aan kleinere partijen.

In de peilingen is de SPÖ derde achter de conservatieve ÖVP en FPÖ. De partij is verdeeld tussen een linker- en rechtervleugel. De laatste wordt vereenzelvigd met minister van Defensie Hans Peter Doskozil, die desnoods het leger de Brennerpas wil laten afsluiten om migranten te stoppen.

Op het stationsplein van Floridsdorf staat Amir Hassan voor de SPÖ te folderen. Zijn partij moet kiezen. Voor Doskozil? De 30-jarige fractiemedewerker lijkt prompt zijn tong te hebben ingeslikt, draait ongemakkelijk met zijn hoofd om er ten slotte uit te persen: 'Inoffiziell, dat is niet mijn kandidaat'.

Zijn er nog FPÖ'ers te vinden? Hanni Harald (47) is spoorbeambte, en moeilijk te ontslaan. 'SPÖ 100 procent.' Antje Scheller werkte voor een Japanse handelsmaatschappij, stemde als enige van haar ambtenarenfamilie niet SPÖ. Zij klaagt over de U6, de metrolijn naar de stad. 'Als ik na tien uur 's avonds daarin zit, ben ik alleen. De meeste mensen nemen dan liever de taxi vanwege de groepen jongeren.' Ze stemde een keer de Groenen, nu overweegt ze de ÖVP. Keus genoeg

Bij een boom staat Richard, een elektricien van 36. Zwart jack, rugzakje, blonde stekeltjes, een ringbaardje, een blik Schwechater bier. Hij stemt FPÖ. 'De SPÖ negeerde ons, wilde ons niet horen'. Hij heeft een week vrij en staat al een uur te luisteren naar de cellisten. 'Het is mooi. Mijn uitje', spot hij, alleen op de wereld.

Meer over