Sociaal-democraat heeft een conservatieve inborst

CONSERVATISME Je hebt conservatisme in soorten en maten. Maar met sommige conservatieven kunnen sociaal-democraten best door één deur.

'Iedereen wil vandaag de dag bij de conservatieve club horen' , schreef Martin Sommer afgelopen zaterdag in zijn column. Dat is maar de vraag. Toch zijn er misschien overeenkomsten te vinden tussen conservatisme en de sociaaldemocratie, die ogenschijnlijk diametraal tegenover elkaar staan.


Een eenduidige definitie van conservatisme ontbreekt. Simpel gezegd kunnen we vier soorten onderscheiden: herstel-, neo- , hervormings- en sceptisch conservatisme.


Bij herstelconservatisme moeten we vooral denken aan die conservatieven die zich afzetten tegen de beginselen van de Franse Revolutie en de negentiende-eeuwse politieke stromingen als liberalisme en socialisme. Herstelconservatieven willen terug naar de tijd waarin koning, adel en kerk het nog voor het zeggen hadden.


Het neoconservatieve geluid wordt in Nederland vertolkt door de in 2000 opgerichte Edmund Burke Stichting. Ik doe een willekeurige greep uit de neoconservatieve geloofsartikelen: asielzoekers moeten worden geweerd, islamitische immigratie moet worden tegengegaan. De Edmund Burke Stichting is tegen het minimumloon, maar voor versoepeling van het ontslagrecht, belastingverlaging en afschaffing van het draagkrachtbeginsel in de inkomstenbelasting. De westerse waarden hebben een universele geldigheid en moeten dus overal worden verspreid. Neoconservatieven hebben - en dat is op zijn minst merkwaardig te noemen - een groot geloof in de maakbaarheid van de maatschappij.


'Als wij willen dat alles blijft zoals het is, dan moet alles veranderen.' Het is een klassiek citaat uit De Tijgerkat van Giuseppe Tomasi di Lampedusa en geeft de kern van het hervormingsconservatisme (of behoudconservatisme) goed weer. Om revolutie te voorkomen, moesten de bakens op tijd worden verzet, zoals de grote Britse conservatief Edmund Burke (1729-1797) bepleitte. Het negentiende-eeuwse liberale kapitalisme leidde tot het uiteenvallen van het land in rijken en armen. Daarom was de romantische Britse staatsman Benjamin Disraeli (1804-1881) voorstander van kiesrechtuitbreiding , zocht hij een bondgenootschap met de arbeiders en streefde hij naar sociale maatregelen. Ook Bismarck (1815-1898) in Duitsland probeerde door sociale wetgeving de arbeiders op zijn hand te krijgen om de aantrekkingskracht van het revolutionaire socialisme te breken.


Ten slotte: nauw verwant met het hervormingsgezinde conservatisme is het sceptische conservatisme. We kunnen dit nauwelijks een ideologie noemen, beter is het te spreken van een mentaliteit of levenshouding. Sceptisch-conservatieven geloven niet in de goedheid van de mens en in de maakbaarheid van de maatschappij. Ze wijzen radicale veranderingen af. Een geleidelijke of, beter gezegd, een organische ontwikkeling verdient de voorkeur. Een goede vertegenwoordiger van dit conservatisme in ons land is Jerôme Heldring, columnist van NRC Handelsblad.


Kunnen sociaal-democraten iets leren van het conservatisme? Op het eerste gezicht niet. Een kenmerk van (bijna) alle conservatieve stromingen is de afkeer van de Verlichtingsfilosofie en daarmee onder andere van de sociaal-democratie. Toch raken naar mijn mening conservatisme en sociaal-democratie elkaar op bepaalde punten .


Een conservatief benadrukt zekere traditionele structuren en waarden. Maar juist die structuren en waarden worden ondermijnd door de dynamiek van het kapitalisme, die Marx al zo fraai heeft beschreven in Het Communistisch Manifest (1848). Diezelfde Marx schreef over de corrumperende werking van het geld. Thema's die conservatieven aanspreken.


De conservatieve mr. Heldring ziet inderdaad de gevolgen van het kapitalisme. 'Het kapitalisme tast (...) tradities en waarden aan die conservatieven juist hoog wensen te houden, door toe te geven aan alle lusten van een onverzadigbare markt.' Een echte conservatief zal net als een sociaal-democraat vraagtekens zetten bij de globalisering en de vrijemarkteconomie waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt: onderwijs, zorg, media, cultuur.


Het conservatieve organische denken over de samenleving en afwijzing van het revolutionair geweld is bovendien zeker niet in strijd met het reformistische gedachtengoed zoals dat door de sociaal-democraat Eduard Bernstein al in 1899 was geformuleerd. Het denken in blauwdrukken (bijvoorbeeld op onderwijsgebied om maar een berucht voorbeeld te noemen) is uit den boze.


Hoewel volgens de eerder genoemde Edmund Burke de maatschappij weliswaar op een verdrag berust, is dit contract niet zo maar opzegbaar. Het bindt de levenden aan de doden én aan het nageslacht. Wij hebben verplichtingen tegenover onze kinderen en kleinkinderen. Rekeningen van economische groei en milieuschade mogen niet bij ons nageslacht worden neergelegd. Conservatisme en sociaal- democratie behoren beide duurzaamheid hoog in het vaandel te hebben en zeer kritisch te staan tegenover het consumentisme. Immers: socialisme is meer dan 'een warme stal en goed voer' (Jacques de Kadt).


Sociaal-democraten hebben kortom weinig of niets op met herstel- en neoconservatieven. Met het hervormingsgezinde conservatisme zijn er daarentegen wel punten van overeenkomst.


CAREL ZUIL


was geschiedenisleraar en PvdA-wethouder.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden