Snoekduik met dubbele schroef

De Canadese dansgroep La La La Human Steps heeft een rock 'n' roll-imago: risicovolle sprongen en vallen, gecombineerd met scheurende gitaren, kinky doorkijkpakjes en lichtshow....

Ariejan Korteweg

DE FOTO'S op deze pagina werden gemaakt door Édouard Lock, choreograaf van de Canadese dansgroep La La La Human Steps. Dat is niet gebruikelijk. Ieder z'n vak, en dat van Lock is nu eenmaal dansmaker. Evenmin gebruikelijk is dat het geen scènefoto's zijn, maar gemanipuleerde beelden.

Omdat er geen tussenkomst van een fotograaf is geweest, mogen we ervan uitgaan dat die foto's zorgvuldig het effect weerspiegelen dat Lock (45) met zijn dans wil bereiken. De voeten zijn schimmig en lijken de grond niet te raken, de benen zijn extreem lang, wat nog wordt versterkt doordat been en voet in een rechte lijn in elkaar overlopen. Boven het middel wordt het beeld helderder en het lijf meer gedrongen. De hoofden zijn haarscherp, maar hebben het formaat van een speldenknop.

Wie vertrouwd is met de dans van La La La Human Steps zal misschien verbaasd zijn door die foto's. Verdwenen zijn de horizontale rollen en sprongen en duiken met wapperende haren die de groep beroemd maakten. Alle energie heeft nu een verticale richting. Opwaarts en dan, onvermijdelijk, toch ook weer naar beneden.

Het is de geheime wens van alle dans aan de zwaartekracht te ontsnappen. In overdrachtelijke zin, maar heel vaak kan dat verlangen ook letterlijk worden genomen. Uit dat verlangen werd de barrelturn geboren, de horizontaal uitgevoerde dubbele schroefsprong waarmee de danseressen van La La La Human Steps zich met blind vertrouwen in de armen van hun partner wierpen. Of omgekeerd, want Lock heeft lange tijd geen verschil willen maken tussen de fysieke vermogens van de seksen.

Die barrelturn is een sensationele poging de wetten van de zwaartekracht met eenvoudige mensenarbeid te weerstreven. Je zou die sprong ook anders kunnen duiden: als een negentig graden gekantelde double tours en l'air, zo'n hoge sprong sur place in het klassieke ballet, doorgaans alleen uitgevoerd door de mannen, die weer keurig met hun gezicht naar het publiek horen neer te komen.

In het klassieke ballet zijn die tours en l'air vooral een etalage voor de sprongkracht van de heren. De kanteling die Lock erop toepaste, verrijkt de sprong met drama. Ook het neerkomen krijgt nu betekenis. Meer nog dan van de sprong is Lock een choreograaf van de val. Hij is daarmee een geestverwant van de Amerikaanse beeldend kunstenaar Robert Longo, die een eindeloze reeks vallende stadsbewoners vastlegde, en van de Nederlandse componist Dick Raaijmakers, die in zijn werk alle denkbare aspecten van de val onderzoekt, van Chaplin tot Mussolini. De mogelijkheden van de val zijn oneindig, heeft Lock vaak beweerd. Zijn gekantelde buiteling staat symbool voor gevaar, maar tegelijk ook voor het vertrouwen in de partner, die blessures zal voorkomen.

Doodsverachting, vertrouwen, risico - voeg daarbij nog scheurende gitaren, kinky doorkijkpakjes en een indrukwekkende lichtshow, dan zijn alle ingrediënten genoemd die duidelijk maken waaraan La La La Human Steps zijn rock 'n' roll-image heeft te danken. Aan dat beeld heeft de groep vele jaren voldaan. Het komt tot uiting in de samenwerking met David Bowie (Lock was artistiek supervisor van diens Sound and Vision Tour), met Frank Zappa (La La La deed mee aan de enscenering van The Yellow Shark) en met Einstürzende Neubauten, die de muziek voor Infante c'est destroy verzorgden.

Zoals een rockband is La La La voortdurend op tournee, wereldwijd wordt elke voorstelling tussen de honderd en tweehonderd keer gespeeld. Quebec is niet veel meer dan een plek om zo nu en dan naar terug te keren.

En wereldwijd vond de esthetiek van La La La weerklank. De choreograaf in zijn leren motorjack en zwarte broskuif, die zulke intelligente observaties over dans kan debiteren, altijd gesecondeerd door zijn muze met de peroxideblonde slangeharen. Zíj is sinds het prille begin in de vroege jaren tachtig uitvoerder van zijn meest drieste plannen: Louise Lecavalier, flame on legs, een danseres die het onmogelijke binnen handbereik brengt.

Ze eet rauw vlees en doet duizend push-ups per dag, werd over haar beweerd - waar al in doorklinkt hoe buiten de orde haar dans is. La La La werkte zelf aan die mythevorming mee. In Human Sex, de voorstelling waarmee de groep in 1985 internationaal doorbrak en waarin Lecavalier met groot gemak veel grotere kerels rondsjouwde, droeg ze bij wijze van oneliner een flinterdun snorretje. Met als gevolg dat lang werd getwijfeld aan haar vrouwelijkheid.

La La La Human Steps bleef geruime tijd een buitenbeentje in de dans, een merkwaardige, maar uiteindelijk vast en zeker ten dode opgeschreven variant in de evolutie. Naar de weerklank van de voorstellingen bij een jong publiek werd met jaloezie gekeken. Maar anders dan bij Martha Graham, Merce Cunningham, Pina Bausch, William Forsythe of Anne Teresa de Keersmaeker heeft de dansstijl van Édouard Lock amper navolging gekregen.

Misschien komt dat doordat het veel oefening vergt om snoekduiken met dubbele schroef en koprol toe onder de knie te krijgen. Misschien ook omdat de dramatische mogelijkheden van zijn stijl uiteindelijk beperkt zijn. De horizontale dans van Lock kan alleen in ijltempo worden uitgevoerd, anders ontbreekt eenvoudigweg de dynamiek om de bewegingen te voltooien. Elke voorstelling begint overrompelend, maar als het oog eenmaal is gewend aan het tempo, en de geest de grenzen van wat mogelijk is heeft verlegd, ebt de spanning weg. Dan wreekt zich het gebrek aan contrast.

Dat effect wordt versterkt door de manier waarop de groep werkt. La La La Human Steps bestaat bij de gratie van coproducerende theaters, en moet, om uit de kosten te komen, een voorstelling lang in het repertoire houden. Dat verklaart de grote intervallen tussen de choreografieën van Lock. Human Sex stamt uit 1985, New Demons is van 1987, Infante c'est destroy van 1991 en 2 van 1995. Zo kan het lang duren alvorens veranderde inzichten in een choreografie zijn terug te vinden.

Met 2 zette de kentering in. Opvallend mild was de toon van de reeks duetten waaruit de voorstelling bestond. De korte explosies in de dans, die meer dan tevoren opwaarts gericht is, worden getemperd door live gespeelde klavecimbel-muziek van Rameau en Frescobaldi - wel iets anders dan Einstürzende Neubauten.

De volgende stap kon niet uitblijven. De Keersmaeker, Forsythe, Jan Fabre, Ed Wubbe, Karol Armitage - er is amper een choreograaf die zijn leven lang weerstand kan bieden aan de verleidingen van de spitz. Het damesschoeisel met harde neus stelt de danseres in staat het contact met het aardoppervlak tot luttele vierkante centimeters terug te brengen. Spitzen maken de ballerina een kop groter, ze geven haar benen de proporties die Lock op zijn foto's nog eens extra benadrukt. Maar vooral: ze stellen haar in staat ver te reiken en razendsnel te draaien. De strijd tegen de zwaartekracht wordt met andere middelen gevoerd.

De voorstelling Salt, die in het Saitama Arts Theater in Japan werd voorbereid, daar in oktober in première ging en volgende week in het Muziektheater staat, is een spitzenballet. Van de oude cast zijn Louise Lecavalier en een mannelijke danser gebleven, vier vrouwen en drie mannen zijn nieuw. Vooral de vrouwen zijn alleskunners. Ze zijn stoer en tegelijk verleidelijk als sirenen. En ze beschikken inderdaad over de spitzentechniek die pas na een jeugdlang oefenen wordt bereikt. Daarnaast zijn ze zo atletisch als je van een moderne danseres mag verwachten.

Die combinatie van eigenschappen wordt in de choreografie uitgebuit. Andermaal is het duet de basis voor de dans. Maar de rolverdeling is veranderd. De man is gedegradeerd tot klimrek of leunstoel, zijn taak is niets anders dan er voor zorgen dat de vrouw tot haar recht komt. Precies als de danseur noble in het klassieke ballet. Maar Lock maakt het zijn mannen veel lastiger. Aan een paar handen die losjes de heupen steunen hebben zijn vrouwen niet genoeg. De mannen dribbelen om hen heen, grijpen hals of been of bieden hun rug aan. Terwijl de vrouwen ongenaakbaar lijken in hun strakke zwarte pakjes, zien de mannen eruit als jonge zakenmannen die struikelen over hun ambitie.

De bewegingen van de vrouwen volgen elkaar op als een lange reeks stuipen. Ze tunnelen, meanderen, krioelen, krampen, schichten, huiveren - een regen van zelden gebruikte werkwoorden trekt op de dansvloer voorbij. Draaien of rollen nemen halverwege een andere wending, alsof voortdurend het horizontale en het verticale op elkaar stuiten. En zo is deze choreografie ook op te vatten: als een strijdtoneel van klassiek en hedendaags, van opwaarts en voorwaarts en zijwaarts en neerwaarts.

Geen wonder dat de sfeer vaak grimmig is. De dansers kronkelen als vissen op het droge. De contacten met hun partner zijn vooral frustrerend. En steun hoeven ze van elkaar niet te verwachten. Spotlichten isoleren hen van hun collega's en het publiek. Heel vaak dansen ze met hun rug naar de zaal toe. Maar ook dan is de wanhoop en gekweldheid van hun houding af te lezen.

En Louise Lecavalier, de flame on legs? Ze is geen spitzendanseres. Louise is barrevoets aanwezig, verricht ceremoniële handelingen en gaat soms een moment lang een duet aan. Dat kan niet verhullen dat haar inbreng nooit eerder zo beperkt was. Ze is de vijfde vrouw. De eenvormigheid die bij zijn op snelheid en precisie geënte dans op de loer ligt, pareert Lock - opgeleid als cineast - vaak met filmbeelden met een contrasterend tempo. In het verleden waren dat vertraagde opnamen van dansscènes, of eindeloze tuimelingen in het luchtledige. In 2 koos hij daarnaast voor een verschil in leeftijd. De beelden van Louise Lecavalier als stokoude vrouw vormden een intense relativering van het aura van eeuwige jeugd dat om theaterdans hangt.

Ook in de beelden die Salt begeleiden zoekt hij dat contrast in leeftijden. Een van de cirkelvormige projecties toont een voldane baby, die suffig z'n spuug laat lopen. In een andere zien we een hippie-achtig meisje, dat al niet veel minder suf kijkt. Maar Salt (met live-muziek van David Lang en Kevin Shields: cello, piano, elektrische gitaar) heeft die contrasterende beelden eigenlijk niet nodig. De combinatie van explosief spitzenwerk en horizontale bewegingen brengt voldoende contrast binnen de dans teweeg.

Zo komt ook Édouard Lock, rockster van de moderne dans, uiteindelijk terecht bij het simpele hulpmiddel waarvoor de tsaren al door de knieën gingen. In zijn geval gaat het eigenlijk om een terugkeer. Toen Rudi van Dantzig, artistiek leider van het Nationale Ballet, in 1985 Human Sex in het Holland Festival zag, was hij zo enthousiast dat hij Lock meteen vroeg een choreografie voor zijn gezelschap te maken. Drie jaar later hing er in het Muziektheater een filmdoek dat de hele toneelopening in beslag nam. Daarop zag je twee reusachtige in spitzen gestoken voeten traag op en neer gaan. . . een sprong. . . en met verende knieën terug op de voet. . . en weer een sprong. Wat kon de klassieke techniek toch prachtig zijn.

Voor dat doek gingen de dansers als op hol geslagen machines tekeer in een verhaspeld ballet-abc. Bread Dances noemde Lock zijn choreografie, een verwijzing naar de in zijn ogen mislukte samenwerking. Lock was geschokt door de ambtenarenmentaliteit en het gebrek aan ambitie bij deze dansers. De dansers op hun beurt vonden Lock ijdel en egocentrisch.

Tien jaar heeft hij gewacht alvorens zich weer aan spitzendans te wagen. Nu is er Salt, een verjongingskuur voor de klassieke techniek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden