Snijders van puisten en lijk

Het snijwijf. Zo noemen we haar oneerbiedig als we het hebben over patholoog-anatoom prof. Sam Ryan in de Engelse detectiveserie Silent witness....

Maar in de Gouden Eeuw moest men zich behelpen met de anatomische les in een Theatrum Anatomicum, in Leiden bijvoorbeeld. Daar werd twee keer per jaar voor leken, tegen betaling, in een dood mens gesneden. Afgeladen vol was het bij zo'n sessie.

Wie is geïnteresseerd in dergelijk werk kan in Museum Boerhaave in Leiden de tentoonstelling Theater van Leven en Dood bekijken. Ze geeft inzicht in de gezondheidszorg in de Gouden Eeuw.

Aan zieken en ziekten bestond in elk geval geen gebrek, in die tijd. De Tachtigjarige Oorlog woedde nog in de eerste helft van de Gouden Eeuw, dus waren er veel oorlogsinvaliden. Epidemieën heersten; huis- en bedrijfsongevallen waren aan de orde van de dag.

De gezondheidszorg in de 17de eeuw gaat in Museum Boerhaave leven, omdat de bezoekers kunnen plaatsnemen in het anatomisch theater, de chirurgijnwinkel bezoeken en bedstedes in de ziekenzaal bekijken. In een dwarsdoorsnede van een met stro gevulde matras huizen nagemaakte muizen; de kussens zijn met 'bloed' bespat.

De locatie is toepasselijk omdat het museum is gevestigd in het voormalige Caeciliagasthuis, de plek waar studenten uit heel Europa werden opgeleid in de medische praktijk. De allerarmste zieken werden er opgevangen op kosten van de gemeenschap (sociale vernieuwing avant la lettre). En wie kind noch kraai had en overleed - en dus zonder al te veel bezwaar ontleed kon worden - diende als studieobject in de anatomische les.

Zoals zo vaak in het leven, ontstond deze opleiding uit broodnijd. De Leidse hoogleraar in de medicijnen Otto Heurnius had er in 1636 lucht van gekregen dat een professor aan de nieuwe universiteit van Utrecht zijn pupillen in het gasthuis aldaar college ging geven over de oorzaken en symptomen van ziekten en over de geneeswijzen die men moest toepassen. Aan het bed van patiënten.

Heurnius vreesde een grote uittocht van medische studenten uit Leiden en vond dat zijn stad ook klinisch onderwijs moest geven. Aldus geschiedde en zo groeide het Caeciliagasthuis uit tot het oudste academische ziekenhuis ten noorden van de Alpen.

Niet alleen de werkplekken, ook de werkers in de gezondheidszorg staan op de expositie in de schijnwerpers. Aan de top van de hiërarchie staat de doctor medicinae, hoog opgeleid, spreekt Latijn, en neemt vaak alleen de beter betalende patënten. Armen en minder bedeelden als oorlogsinvaliden komen bij de stadschirurgijn terecht. Die krijgt weliswaar een tractement, maar moet in ruil daarvoor ook slachtoffers van besmettelijke ziekten helpen. Dat is riskant en daarom is het ambt van stadschirurgijn niet populair.

De chirurgijn snijdt vooral uitwendig aan abcessen, puisten en trekt rotte tanden en kiezen. Daar valt nauwelijks droog brood mee te verdienen en daarom wordt en passant ook geknipt en geschoren achter een schot in zijn chirurgijnwinkel.

'Ons beeld van de geneesheren in de Gouden Eeuw is verkeerd', zegt drs. Kees Grooss, wetenschappelijk medewerker van Boerhaave en één van de ontwerpers van de tentoonstelling. 'Doctores medicinae werden voorgesteld als opgeblazen heren, die nauwelijks wisten waarmee ze bezig waren. En chirurgijnen zouden harteloze, dronken lieden zijn, die zonder verdoving patiënten behandelden.

'Beide beelden kloppen niet. Chirurgijnen zijn vaak oppassende, naar de patiënt toe gevoelige zorgfiguren, die ook veel nazorg verrichten', weet Grooss uit de boeken van die tijd. Zo ontwierp chirurgijn Cornelis Solingen de baarstoel, uitklapbaar tot bed, die in zittende stand prettiger was voor vrouwen tijdens het persen. Het is een van de vele pronkstukken op de tentoonstelling.

Met 150 medische instrumenten heeft Boerhaave de grootste chirurgijncollectie ter wereld. De veelheid aan amputatiemessen, boren, zagen en brandijzers en de zeldzaamheid ervan zijn uitgestald als kostbaarheden bij de juwelier. Grooss spreekt over de 'schatkamer van de pijn'.

Voor de 8- tot 12-jarigen heeft museummedewerkster drs. Annette Los een spannende tocht in petto, professor Lugdunus magische tijdmachine genoemd. Het complexe museum herbergt een uitdeelplaats voor turf aan de armen, de oude ziekenzalen, een pesthuis. In de kelder werden de dollen afgezonderd en proveniershuisjes (aanleunwoningen) voor ouden van dagen gevestigd. Los wil kinderen leren kijken naar oude elementen in deze wirwar van zalen en gangen. Ze doet dit door hen opdrachten te laten uitvoeren en als beloning komt de tijdmachine tot leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden