Snijden uit onmacht

Verslavend en besmettelijk: automutilatie lijkt een virus met kenmerken van een harddrug. Nu het taboe op zelfbeschadiging verdwijnt, wordt het probleem in rap tempo groter....

Ze was als zesjarige een pienter meisje. Klein van stuk, blonde staarten en altijd een duim in de mond. Ze was gek op het verhaal van Goudlokje en de drie beren. En ze deed zichzelf met opzet pijn. Alice stak haar hand tussen deur en stijl en zwaaide zo hard ze kon de deur dicht. Of ze liep met blote benen door de brandnetels. En als ze op haar fietsje zat, sloot ze expres haar ogen.

Alice is nu 18. Een week geleden vertrok ze uit psychotherapeutisch centrum De Vier sprong in Halsteren, waar ze dertien maanden werd behandeld. De laatste zak met mesjes en pillen leverde ze twee weken geleden in. Met Noor en Lotte, twee meiden die eveneens kort geleden de kliniek verlieten, praat ze over mishandeling van het eigen lichaam.

Even zegt niemand wat. Iedereen kijkt naar Lotte, en die kijkt naar de mouw van haar witte bloes. Dan zegt ze: 'Ik vind het moeilijk dat de littekens verdwijnen.' Noor knikt, Alice ook. Ze zuchten alledrie, want de herkenning lucht op. Alice' dokter gaf haar een dure siliconencr om de littekens mee in te smeren. 'Gebruik ik niet.' Lotte heeft precies zo'n zalfje. Ook nog dicht. De meiden schateren even als Noor vraagt: 'Krijgen jullie ook allemaal tubes Calendula cadeau?'

Het tekent de tegenstrijdige gevoelens van jonge vrouwen die in hun lichaam snijden, branden en krassen. Tegenstrijdig, omdat Noor, Alice en Lotte zijn gestopt met opzettelijke zelfbeschadiging. Ze zijn begonnen aan een nieuw leven, waarin ze - zoals Alice herhaaldelijk zegt - goed voor zichzelf gaan zorgen. Maar van de littekens kunnen ze nog geen afscheid nemen.

Aandachttrekkerij

Automutilatie is een groeiend probleem, zeggen hulpverleners. Maar niemand weet het zeker, cijfers zijn er niet. Het zou kunnen dat zelfbeschadigend gedrag alleen vaker aan het licht komt. Wel staat vast dat in een kliniek als De Viersprong jongeren met steeds ernstiger stoornissen worden opgenomen.

Tot een paar jaar geleden was er weinig zicht op automutilatie. Zelfbeschadiging werd ook in de psychiatrie vaak afgedaan als aandachttrekkerij. Bovendien worden de wonden meestal verborgen. En als ze tzichtbaar zijn, heeft de 'dader' een plausibel verhaal paraat.

Zo verwondde Alice jarenlang haar linkerhand. Ze sloeg ermee tegen alles wat hard was, en als ze nergens alleen kon zijn, sloeg ze haar hand kapot tegen de wc-pot. 'Als je jezelf wilt verwonden, houdt niemand je tegen.' Twee jaar geleden spraken artsen over het amputeren van Alice' linkerhand.

Niemand begreep hoe die zo gekneusd, gezwollen en verwond kon zijn. Al helemaal niet waarom hij niet wilde genezen. En Alice had altijd een verklaring. In de gymles blesseerde ze met opzet haar linkerhand. Daarna ging ze naar de wc om het erger te maken. 'Ik sloeg mijn hand een paar keer tegen de muur, en liet daarna de docent de zwelling zien.'

Toen Alice werd geopereerd, hing een gefrustreerde arts de arm in gips aan een beugel. Zo moest die hand eindelijk eens goed herstellen. Maar Alice wurmde hem uit de constructie en bonkte ermee tegen de bedrand.

Onmacht

Al zijn de persoonlijke verhalen achter automutilatie nog zo verschillend, zelfbeschadiging is altijd een uiting van onmacht, het onvermogen met bepaalde spanningen om te gaan. Lichamelijke pijn moet emotioneel of geestelijk lijden overstemmen. Hoe scherper de pijn van buiten, hoe minder aandacht voor die van binnen.

De oorsprong van die spanningen wisselt, maar veelvoorkomende oorzaken zijn: mishandeling, seksueel misbruik, pesten en loyaliteitsconflicten jegens een of beide ouders. In alle gevallen is sprake van wat Jonneke Ravenhorst van de Steungroep Zelfbeschadiging 'emotionele verwaarlozing' noemt.

Precies dat omschrijft Noor als ze vertelt over de eerste keer dat ze in haar armen sneed. Ze was 13 en woonde met haar moeder in een Blijf-van-mijn-lijf-huis. Als de kinderbescherming niet had gedreigd Noor in een pleeggezin te plaatsen, was haar moeder niet weggegaan bij haar man die zijn twee dochters misbruikte.

Noors zus Nina takelde zichzelf toe met mesjes. Logisch dat alle aandacht zich richtte op de oudste dochter. Nina moest naar een psychiatrische inrichting en Noors moeder was altijd in gesprek met artsen en hulpverleners. Noor maakte zich zoveel zorgen om Nina, dat ze brieven schreef naar iedereen die haar misschien kon helpen: naar tv-programma's, naar de Yes, naar het ministerie van Volksgezondheid, Amnesty International en naar koningin Beatrix. 'Niemand schoot te hulp. En niemand keek naar mij om. Ik werd gek van machteloosheid.'

Het zijn bijna altijd meiden of jonge vrouwen die zichzelf beschadigen; soms ook jongens, maar die reageren gevoelens van machteloosheid doorgaans af op de buitenwereld en niet op zichzelf. In veel gevallen is sprake van (de ontwikkeling van) een borderline-persoonlijkheidsstoornis. De zelfverwonding is dan een symptoom van die psychische stoornis, net als de eetstoornis die meestal gepaard gaat met automutilatie. Alle meiden die hun lichaam verminken, hebben een extreem negatief zelfbeeld.

Zelfbeschadiging is geen poging tot zelfmoord. In te gendeel. Hoe paradoxaal ook, iemand die zichzelf beschadigt, doet dat omdat hij wil leven. Alleen, zoals Alice zegt: 'Je weet niet hoe dat moet.'

Lotte: 'Het is snijden om te overleven.'

Endorfine

Eigenlijk is praten over dit onderwerp heel gevaarlijk. Psychotherapeut Kirsten Hauber van het centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie De Jutters in Den Haag legt uit dat het lijkt op een nieuw virus met kenmerken van een harddrug: 'Automutilatie is besmettelijk en erg verslavend.'

Jonneke Ravenhorst wil van zwijgen niets weten. Voordat Ravenhorst werkte bij de Steungroep Zelfbeschadiging, verwondde ze zichzelf. Nu helpt ze onder meer lotgenoten die bellen, en geeft ze voorlichting op scholen. Ze merkt dat met de aandacht voor automutilatie de zelfverwondingen toenemen, maar Ravenhorst vindt praten noodzakelijk. 'Er zijn nog veel verborgen gevallen van zelfbeschadiging. Zolang het taboe blijft bestaan, merken docenten en hulpverleners het niet op en blijft hulp achterwege.'

En zonder hulp kom je er eigenlijk niet meer van af. Alle meiden die zichzelf beschadigen zeggen dat het krassen, branden, snijden of slaan oplucht. Alice, Noor en Lotte spreken over een roes. Voor even, daarna is er schuld en schaamte over opnieuw de mist ingaan, en voelen ze zich ellendiger dan ervoor.

Wil automutilatie echt lichamelijk verslavend zijn, dan moet iemand 'behoorlijk diep snijden', zegt psychiater Kirsten Catthoor van De Viersprong. Bij hevige pijn maakt het lichaam het hormoon endorfine aan. Meestal is de verslaving volgens Catthoor vooral een psychisch mechanisme. 'Voor het verdriet, de woede of de frustratie waar ze geen kant mee uit kunnen, hebben ze ineens een uitlaatklep.' Die geven ze alleen op als ze er iets anders voor in de plaats krijgen. Uiteindelijk is dat het doel van psychotherapeutische afdelingen als die van De Jutters en De Viersprong: de jongeren leren op een minder destructieve manier om te gaan met problemen.

Permanente bewaking

Dat begint met een verbod. Het is regel nummer in de kliniek: niet krassen, niet branden en niet je lijf wassen met Cif. De Viersprong is geen gesloten inrichting, zegt manager jeugdzorg Koos Fngs, en iedereen kan scherpe voorwerpen bewaren in zijn la. Het leren beheersen van die als onweerstaanbaar ervaren drang is essentieel.

Daartoe leven de patien in een groep. Na tuurlijk is de hele dag gevuld met therapie(drama-, socio-, psychotherapie), maar de groep is het kloppend hart van De Vier sprong. De veertig jongeren bespreken onder permanente begeleiding elkaars gedrag - en daarmee ieders angsten, frustraties, verdriet en verlangens. Wanneer iemand een gevaar is voor zichzelf, krijgt hij permanente bewaking van twee andere groepsleden. Fngs: 'Ook onder de douche.' Wie niet voor zichzelf instaat, wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

In De Viersprong krijgen bewoners een jaar de tijd om met behulp van een psychiater en psychotherapeuten de herkomst van hun problemen te leren kennen, en vervolgens te oefenen met andere strategieom spanningen te kanaliseren.

De eerste maanden, zegt Noor, zijn hel. 'Je enige houvast wordt je afgenomen.' Tegelijkertijd wordt de druk opgevoerd. Fngs: 'Ouders vermijden uiteindelijk alle moeilijke onderwerpen, om maar te voorkomen dat ze weer gaat snijden. Wij doen het tegenovergestelde. Door iemand met zichzelf te confronteren, neemt in het begin de zelfverwonding toe. Eigenlijk lokken we het uit. Maar er is geen andere weg om de mechanismen rondom zelfbeschadiging te veranderen.' Natuurlijk gaat weleens een bewoner over de grens, maar er stierf nog nooit iemand aan de gevolgen van automutilatie. Fngs: 'Ze weten precies hoe ver ze kunnen gaan.'

Voor Noor, Alice en Lotte zijn de vooruitzichten niet slecht. De Viersprong is weliswaar een van de laatste haltes in de psychische hulpverlening voordat alleen de gesloten inrichting overblijft, en borderline persoonlijkheidsstoornissen zouden niet te genezen zijn, maar 85 procent van de hier behandelde jongeren leidt naderhand een normaler leven dan voorheen.

Verstoppen

Noor, Alice en Lotte zijn wat Jonneke Ravenhorst van de Steungroep Zelfbeschadiging 'de stillen' noemt. Zij voelden immense schaamte over wat ze zichzelf aandeden, en maakten de wonden op plaatsen die zich laten verbergen. Nu is dat verstoppen niet altijd gemakkelijk. Noor, bijvoorbeeld, is danseres. Na een jaar in De Viersprong is ze terug op de dansacademie in Amsterdam. Dansers douchen na een training, en dragen open hemdjes. Noor traint altijd in balletpakje en maillot. Douchen doet ze thuis.

Een andere groep heeft minder last van schaamte. Niet dat de wonden of littekens expliciet worden getoond, nee, ze worden onnadrukkelijk, schijnbaar per ongeluk, prijsgegeven.

Alice kent ze wel. Mensen die toevallig hun mouwen opstropen en zogenaamd ongemerkt littekens onthullen. Ook Noor en Lot te knikken. Alice: 'Dat zijn wannabees.'

Zonder af te dingen op het verdriet en de pijn, het lijden heeft een niet onwelkom neveneffect. Aan waarachtig lijden kan een soort status worden ontleend, een identiteit. Onwaarachtig lijden is niet goed voor het imago, dan ben je een aansteller. En dat is wel het laatste waar de drie meiden van De Viersprong voor willen worden uitgemaakt.

Het is het tegenstrijdige aan de worsteling van Alice, Lotte en Noor om te ontsnappen aan hun destructieve gedrag. Door te genezen raken ze de littekens kwijt. Ze willen af van de eenzaamheid van dit lijden, en ze verafschuwen de identiteit van een meisje dat snijdt, maar het was, hoe negatief ook, wel een identiteit.

Dark Angel

Iets soortgelijks lijkt nu op grotere schaal te gebeuren: automutilatie als teken des onderscheids. Maar dan moeten de sporen van zelfbeschadiging wel te zien zijn. Dat 'zien' hoeft niet altijd letterlijk te worden genomen. Er bestaan websites waarop - onder pseudoniem - ervaringen worden uitgewisseld. Meiden die snijden heten er Deathangel, Vlinder of Dark Angel. Het leed wordt erkend en dat voegt iets toe aan de identiteit, ook al is het anoniem.

Op self-injury.nl gaat een doos vol kitsch open. Uit een zwarte roos druipt bloed. Dramatische dichtregels, in vuurletters: 'automutilatie'. En een waarschuwingstekst: 'Als je een snijder bent, kunnen deze pagina's je aanzetten tot automutilatie... Wees gewaarschuwd.'

Op de site staan dagboeken, hulpvragen en reacties en antwoorden van lotgenoten. Zo als het volgende fragment:

sabje,vin je et vervelend dat ik er zo over praat en t zo vertel wat ik voel? is het een trigger voor je? want dan zal k probere er rekening mee te houden. ik heb niet meer gesneden, echt een wonder want k had echt hele erge snij neigingen! maar ik ben maar gwoon in bed gaan liggen en muziekje luisteren en er niet meer aan denken. al was t wel heeeel moeilijk. mn armen zien er nog steeds niet uit. helemaal gekrast en vol littekens en ik vind het zelfs mooi! het vertelt mijn verhaal, raar genoeg. aan de andere kant vin ik t lelijk. hmpf wat ben ik tog raar he.

maar hey meiden, ik vind jullie allemaal helemaal geweldig! en jullie zijn echt een steun voor me!

heel veel liefs, x

Cultus

Hulpverleners delen de indruk dat zelfverwonding een opmars maakt binnen bepaalde subculturen. Tom ter Bogt, hoogleraar popmuziek aan de Universiteit van Amsterdam, onderzocht of er een verband bestaat tussen jeugdcultuur en zelfbeschadiging, en kwam tot een onverwachte conclusie.

Hij stelde weliswaar vast dat automutilatie vaker voorkomt bij jongeren 'met een sterke jeugdculturele oriatie', maar hij ontdekte ook dat het niet echt uitmaakt tot we subcultuur iemand behoort. 'En dat terwijl het uit de wetenschappelijke literatuur aannemelijk leek dat vooral heavy metalfans en gothicmeiden zouden snijden.'

Ter Bogt benadrukt dat ook degenen die gepireerd door anderen of door een subcultuur in hun eigen lichaam snijden, vaak ernstige psychische problemen hebben. Vol gens Jonneke Ravenhorst kan dat niet vaak genoeg worden gezegd. En hetzelfde denken Alice, Noor en Lotte over de wannabees: 'Het blijft natuurlijk ziek als je zo om aandacht vraagt.'

Jonneke Ravenhorst spreekt van 'een cultus rondom zelfbeschadiging'. Die cultus wordt gefaciliteerd door internet, en gevoed door songteksten die naar automutilatie verwijzen. In de muziek van Marilyn Manson bijvoorbeeld, is volgens Ravenhorst sprake van een 'verheerlijking van zelfbeschadiging'. Maar ook Tori Amos bezingt haar wonden. Veel groter is de invloed van Eminem. Die zingt:

Sometimes I even cut myself to see how much it bleeds.

It's like adrenaline, the pain is such a sudden rush for me.

Op internet is een site gevuld met dergelijke regels uit songteksten. De lijst is lang, en bevat teksten van onder meer Manic Street Preachers, Soundgarden, dfi, Def tones en The Cure.

Psychotherapeut Kirsten Hauber vermoedt dat automutilatie zich snel verspreidt doordat jongeren het fenomeen kennen uit muziek, films en van internet. 'Mijn patien noemen zo een paar films waarin wordt gesneden.'

Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Nederlandse film Ik ook van jou, naar het boek van Ronald Giphart, waarin Reza haar lijf bewerkt met scheermessen. Dat adolescenten thuis of op school problemen hebben, is van alle tijden, zegt Kirsten Hauber. Maar als ze zelfbeschadiging in de bioscoop of op tv hebben gezien, pakken ze gemakkelijker een mesje.

'Natuurlijk voelen deze mensen zich ellendig', zegt Jonneke Ravenhorst hierover, 'en als ze in hun arm snijden doet dat ook echt pijn. Maar met ondraaglijk geestelijk lijden heeft het weinig te maken.' Meer met het uitdrukken van een identiteit. En dat vindt ze eigenlijk buitengewoon pijnlijk voor de meiden voor wie snijden een daad van wanhoop is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden