Sneuvelen voor Afghanistan

Wekelijks op VKGeschiedenis.nl: een column van Volkskrantredacteuren over het verleden. Vandaag Willem de Bruin over de 'schone' oorlog in Afghanistan.

Willem de Bruin

Wekelijks op VKGeschiedenis.nl: een column van Volkskrantredacteuren over het verleden. Vandaag Willem de Bruin over de 'schone' oorlog in Afghanistan.

Terwijl de bewijzen voor verkiezingsfraude in Afghanistan zich opstapelen, houdt het geweld onverminderd aan. Dit jaar zijn in de strijd tegen de Taliban al meer doden gevallen dan in heel 2008. Het zal nog veel offers vergen voor Afghanistan een functionerende democratie is. Zijn wij bereid die prijs te betalen?

Geallieerde verliezen
Het past niet luchthartig te doen over de offers die een oorlog vraagt. Voor de nabestaanden maakt het niet uit of hun dierbare de eerste of de duizendste dode is. Dat ligt anders voor de samenleving als geheel.

Op 25 augustus viel het 295ste slachtoffer aan de kant van de internationale troepenmacht. In heel 2008 waren dat er 294. Sinds de campagne tegen de Taliban in 2001 begon, zijn aan geallieerde kant in totaal 1.340 soldaten gesneuveld (stand op 6 september), voor het merendeel Amerikanen (813), gevolgd door Britten (214) en Canadezen (128). In Irak vielen sinds de invasie in 2003 4.652 doden. Dat zijn in het licht van de geschiedenis bescheiden nog steeds verliescijfers.

Volgende week wordt voor de 65ste keer de Slag om Arnhem herdacht, de operatie waarmee veldmaarschalk Montgomery de Tweede Wereldoorlog nog voor kerstmis 1944 had willen beëindigen. Het mocht niet zo zijn. In omvang was de veldslag niet te vergelijken met het bloedbad van Stalingrad of de invasie in Normandië, maar in de herinnering van de overlevenden waren het de bitterste gevechten die zij tot dan toe hadden meegemaakt. Van de 10.000 Britse en Poolse militairen die in september 1944 bij Arnhem waren geland, wisten er ruim een week later iets meer dan 2.000 uit hun benarde positie in Oosterbeek – waar zij zich hadden ingegraven - te ontsnappen. Zij lieten ongeveer 1.500 doden, 3.000 gewonden en 3.000 krijgsgevangenen achter.
De beide wereldoorlogen zullen in dodental niet snel worden overtroffen, maar ook daarna vonden bloedige conflicten plaats. In Korea verloren alleen de Amerikanen al 37.000 man, in Vietnam 58.000. Nederland kende zijn eigen ‘Vietnam’. Tussen 1946 en 1949 kwamen meer dan 6.000 soldaten om het leven bij de vergeefse pogingen van Nederland zijn gezag over Indië te herstellen. Daarbij moet worden bedacht dat ons land nog maar net van de Duitse bezetting was bekomen.

Sneuvelbereidheid
Het dodental in Afghanistan is dus niet schrikbarend hoog, zoals steeds vaker klinkt, maar opvallend laag. Nederland staat nog altijd achter ‘zijn’ soldaten, maar de steun voor de missie brokkelt desondanks gestaag af. In bredere zin is in westerse landen sprake van een afgenomen ‘sneuvelbereid’. Dat is op het eerste gezicht een teken van vooruitgang. Beschaafde landen beslechten hun conflicten aan de onderhandelingstafel, niet op het slagveld. Hoe democratischer en welvarender een land, hoe kleiner de kans dat het nog een oorlog begint.

De keerzijde van de liberale democratie is dat naarmate de nadruk meer op het individu komt te liggen, de bereidheid zich nog op te offerten voor het collectief navenant kleiner wordt. Dat geldt helemaal wanneer iemand wordt gevraagd zijn leven op het spel te zetten. Zonder dienstplicht moet sprake zijn van een reële bedreiging van de nationale veiligheid, alvorens we nog het geweer oppakken. Het wordt moeilijker de bevolking daarvan te overtuigen naarmate het conflict zich verder van huis afspeelt.

'Schone' oorlog
Als er dan toch moet worden gevochten, koesteren we graag de illusie dat de techniek ons tegenwoordig in staat stelt een ‘schone’ oorlog te voeren. Schoon wil in dit geval zeggen dat we zelf op veilige afstand blijven, terwijl slimme bommen en raketten hun weg naar het vijandelijke doel zoeken. De slachtoffers onder de lokale bevolking blijven doorgaans buiten beeld.

Als de Taliban, bij gebrek aan tanks en vliegtuigen, met een bermbom een Nederlandse jeep opblazen, heet het al gauw een ‘laffe’ aanslag. Maar wie is er nu laf, zal de Taliban zich afvragen? Zijn de westerse landen überhaupt nog bereid te vechten? Aan de moed en inzet van de individuele soldaat ligt het doorgaans niet, maar aan de bereidheid zoveel troepen te sturen, dat zij het verschil kunnen maken, kan worden getwijfeld.

De strijd in Afghanistan is geen klassieke oorlog en de Taliban vormen geen regulier leger - in die zin gaan vergelijkingen met andere oorlogen al snel mank. Een ding staat vast: aan hun sneuvelbereid hoeft voorlopig niet te worden getwijfeld.

Willem de Bruin
De auteur is redacteur van de Volkskrant

(Reuters) Beeld EPA
(Reuters)Beeld EPA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden