Snert

Minimaal 125 liter snert wordt zaterdag vanaf 12.00 uur in het Groningse winkelcentrum De Paddepoel ter keuring aan het publiek aangeboden....

Het begon als een grapje dat geheel uit de hand liep, zo staat in het voorwoord van Snertboekje (uitgegeven door Haan in Bedum; ¿ 18,-; ISBN 90 71372 04 9). Hierin zijn de recepten opgenomen van de deelnemers aan de eerste wedstrijd in 1995, plus nog wat internationale erwtensoepen.

Nadia Saro uit Groningen maakte Surinaamse snert. Kook in 2 liter water 250 gram geweekte spliterwten gaar. In wat boter of olie 250 gram gemengd vlees (kip, gerookte krabbetjes, gerookt spek) en 100 gram saucijsjes droog bakken. Doe er dan 1 ui, zwarte peper en 2 teentjes knoflook bij. Doe de gare erwten en het vlees in een pan en voeg er 1 tomaat, 2 kruidnagels, 1 laurierblad, een paar takjes selderij en 1 gele Madam Janet-peper bij. Laat de snert zachtjes koken tot alles gaar is, maar kook het pepertje niet langer dan tien minuten mee, anders wordt het hete, pittige erwtensoep, waarschuwt Saro.

Winnaar in 1995 werd R. Bultena uit Stedum met zijn 'Ouderwetse Groningse snert': doe 1 kilo spliterwten, 1 kilo rookspek, 500 gram verse doorregen spek, 2 uien, 1 prei, boerensoepgroente en 1 plak koolraap in een pan en breng het aan de kook. Als de snert kookt, blijven roeren. Na 3,5 uur is de snert klaar.

In alle snertrecepten zitten natuurlijk (split-, kikker- en gele) erwten en allerlei soorten vlees en groenten. Maar geen schorseneren, laat staan zuring en postelein. Die werden in achttiende- en negentiende-eeuwse kookboeken wel in de erwtensoep gestopt (geen winterwortel te bekennen). Als een vastendag dat niet verhinderde kon er ook vlees (worst, gepekeld vlees, ham, spek) in en 'anders een gebraden en gefarceerden visch (. . .) of men legt gebraden bokking op den rand van den schotel' (Nederlandsch Kookkundig Woordenboek, van Catharina Zierikhoven). De Volmaakte Geldersche Keuken-meyd (1768) legt 'een gebraden haring op den rand van den schotel'.

Ook in Het koopen en bereiden van visch wordt vis aan de bijna gare erwtensoep toegevoegd. En onder mosselensoep wordt verstaan 'boonen- of erwtensoep met mosselen'. Dit is een zeldzaam krachtig smakelijk voedsel.'

Het boekje, propaganda voor het eten van vis, had in 1916 moeten verschijnen maar de oorlog verhinderde dat. De Tentoonstelling voor Volksvoeding was voor Calvé omstreeks 1918 aanleiding het alsnog uit te brengen.

Yvonne Gnirrep

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden