Snelwandelen: zwalken, zweven en fladderen

De lijdensweg van de snelwandelaar, grotere schoonheid is er in de atletiek niet denkbaar...

Van onze verslaggever

Rolf Bos

BARENDRECHT

Daar heb je nummer '14', met de lange wapperende haren en de handen gestrekt langs het lichaam. Even later komt '31' voorbij, met verbazing en verdwazing op de ogen.

'4' Heeft een gebogen loopje, met een kreunend hoofd erboven dat constant 'nee' schudt.

De vastberaden tred van '10': geen moment verflauwt de militair-aandoende mars, links, rechts, links, rechts, met de motor op de spaarbrander.

Het mooiste bewegende kunstwerk is echter '12', die de snelwandelsport tot grote kunst heeft verheven: met de armen breeduit gaat dit getal fladderend over het pad, de tanden opeengeklemd, het voorhoofd rood, met benen die een eigen, welhaast rubberen leven zijn gaan leiden.

En de fotograaf, hij ziet de hoofden der snelle wandelaars boven de struiken aankomen, zucht: 'Zo veel fraais, ik krijg het echt niet op één beeld. Ik wou dat ik filmer was geworden.'

Aan de rand van Barendrecht, ineengeklemd tussen spoorbaan en woonwijk, wordt zondag het Nederlands kampioenschap 50 kilometer snelwandelen gehouden, en nagenoeg niemand komt kijken. Bijna geen pers, natuurlijk geen televisie, nauwelijks publiek, buiten wat familieleden van atleten, en het moet gezegd: wat een gemiste kans. Zelden zo'n prachtig sportief evenement aanschouwd.

De 25 deelnemers, onder wie een Ier, een Duitser én zes Belgen (want onder de rook van Rotterdam wordt tegelijkertijd het Belgisch kampioenschap gehouden) moeten 44 volle ronden, met elk een lengte van 1123 meter afleggen, plus nog eens een afsluitende 588 meter om tot de vijftig kilometer te komen.

Langs de kantine van atletiekvereniging Energie gaat het, langs een spoordijk, langs een nieuwbouwwijk, langs een parkje, langs een voetbalveld, langs het tentje van de jury, en weer langs de kantine, 44 rondjes lang. Een thuiswedstrijd voor de Nederlandse lopers, maar het is een Belg die het eerst de vijftig kilometer volbrengt.

Het snelwandelen is zo oud als de mens zelf: de mensaap ging staan, lopen, en meteen snelwandelen. Een sprongetje verder: in de vorige eeuw werd in Engeland door pedestrians van pub tot pub gesnelwandeld, met stevige geldprijzen als inzet.

Sinds 1908 is het snelwandelen Olympisch (tegenwoordig met de 20 én de 50 kilometer op het programma), maar toch leidt in Nederland dit sportieve wandelen sinds jaar en dag een armzalig bestaan. Er zijn nauwelijks atletiekverenigingen die iets doen met deze edele discipline.

De bondscoach - Charles Sowa - komt tien keer per jaar uit Luxemburg over om de kleine kernploeg van adviezen te voorzien. Maar Sowa heeft bijna de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en houdt er binnenkort mee op. Er staat niemand klaar om hem op te volgen.

Ook met de aanwas van atleten is het in Nederland somber gesteld: alleen vanuit de wandelsport komen snelwandelaars voort. Vanuit de atletiek schuift bijna niemand op naar deze ritmische wijze van voortbewegen waarbij het constante contact met de aarde van elementair belang is.

Dat laatste behoeft waarschijnlijk enige uitleg, maar dat is geen probleem. In Barendrecht is zondag iedereen even aardig. Hoofdscheidsrechter Sjef Schippers - 'al vijfentwintig jaar in het vak, mijnheer' - legt uit: 'De snelwandelaar moet contact houden met de grond. Hij mag niet met beide benen los komen. Bovendien moet hij het been strekken vanaf het moment dat het op de grond komt totdat het lichaam zich recht boven dat been bevindt. In die tijd mag de knie niet gebogen zijn.'

Schippers heeft langs het parkoers vier scheidsrechters geposteerd, die in de gaten moeten houden of de wandelaars zich wel aan deze regels houden. Gaat het lichaam even zweven, dan volgt een waarschuwing. Bij herhaling volgt een voordracht, en gaat Schippers een kruisje zetten op een groot schoolbord bij de finish. Drie kruisjes op het bord betekent: gediskwalificeerd.

De hoofdscheidsrechter heeft twee stationschef-bordjes in zijn hand die hij voor de neus van de atleet omhoog kan houden: een met aan de ene kant een zweverig streepje ('U was los van de aarde'), en met aan de andere kant een gebogen lijn ('U liep met gebogen knie'). Het andere ronde bordje is rood van kleur: dan is het goed mis.

In Barendrecht wordt zondag nauwelijks gezweefd of met gebogen knie gelopen. Het schoolbord blijft bijna leeg, slechts de latere Nederlands kampioen Pedro Huntjens krijgt wat waarschuwingen wegens 'gebogen knieën', maar de drukwerkafwerker uit Urmond kan de uiteindelijke schade beperken tot één 'kruisje'.

Lijkt voor de leek zondag nagenoeg iedereen te zweven, scheidsrechter Schippers heeft betere ogen. Hij ziet alleen Huntjens steeds op 'het randje lopen'. Hij houdt hem in de laatste rondjes daarom extra in de gaten.

Gaan we Huntjens betrappen? De hoofdscheidsrechter stelt zich, half verdekt, achter een bosschage langs het parkoers op, en staart tegen het licht, met een hand boven de ogen, naar de naderende atleet in de verte: 'Nou, hij doet het goed, hij komt net niet los.'

En dan natuurlijk de prachtige wedstrijd zelf. De Belgische broers Dirk en Luc Nicque snelwandelen het mooist van allemaal. Ook zij lijden, maar het is een zeer waardig lijden, en zeker niet van het onnavolgbare fladder-niveau van onze favoriet, de nummer '12'. Dirk loopt het snelst (vijftig kilometer in ruim vier uur, en dat is echt héél snel), en wordt Belgisch kampioen, voor zijn broer.

In het Nederlandse kamp is de strijd dramatisch. Bij afwezigheid van meervoudig kampioen Harold van Beek (in 1992 nog deelnemer op de Spelen van Barcelona, en voorlaatste), is vooraf Henk Plasman (nummer '1') de grote favoriet, maar de wandelaar uit Best gaat na driekwart van de race zo kapot, dat hij zwalkend bijna tegen de muur van een dug-out van een nabijgelegen voetbalveld terechtkomt.

Pedro Huntjens, op dat moment nog op ruim een minuut achterstand, passeert binnen twee rondjes Plasman: 'Wat doet Henk nou?' 'Henk' doet niet veel, 'Henk' kent op dat moment zijn eigen vrouw niet meer. Hoewel bijzonder goed getraind, heeft hij - na afloop - wel een verklaring voor die 'verschrikkelijke inzinking': 'De laatste twee weken heb ik weinig nachtrust gehad. Mijn schoonvader was plotseling erg ziek geworden.'

De meeste lopers bewegen zich nog over het parkoers, wanneer de beste snelwandelaars van de Benelux rond drie uur gehuldigd worden. Daartoe staat een klein rostrum bij de finishlijn. Eerst klimmen drie Belgen naar boven, en krijgen hun medailles opgehangen. Vervolgens klinkt uit de speakers de Brabançonne. Onderwijl wandelt '8' voorbij, de 62-jarige Nico Schroten, onlangs in Brugge nog wereldkampioen geworden bij de veteranen.

Daarna betreden Huntjens, Plasman (ondanks zijn black-out toch nog tweede) en Kees Lambregts het podium. Even later klinkt, voor familie en andere bekenden, het Wilhelmus. Met strakke koppies en betraande ogen kijken de atleten recht vooruit, de bloemen in de hand.

Links, net zichtbaar achter de bosjes, staat '15', nog lang niet gefinisht, stokstijf stil op het parkoers. Een mankement aan de motor? Nee, een correcte opvoeding. Als het bandje met het volkslied is stopgezet, snelwandelt hij zwaaiend verder.

Iets verder komt ondertussen '12' al weer aanfladderen. De mond nog steeds open, de tanden als vanouds op elkaar, de armen nog immer breeduit zwaaiend, en met nog zeker een dik uur te gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden