Snelle satire over arbeidsleed

Dagelijks Brood..

Den Haag Er moet brood op de plank komen. Iedere dag weer. Maar hoe dat brood smaakt, maakt lang niet iedereen meer uit. Als het er maar is. Ik werk, dus ik besta. Dat is het motto van vijf jonge mensen in Dagelijks Brood.

De Berlijnse Gesine Danckwart schreef de tekst, een grappige, snelle satire over een overspannen arbeidsmarkt. De jonge en van oorsprong Duitse Susanne Kennedy regisseerde Dagelijks Brood bij het Nationale Toneel, een strakke en minimalistische voorstelling met indrukwekkende versnellingen, maar ook tergende vertragingen.

In een kale felwit verlichte ruimte staan of liggen vijf acteurs (waaronder Pauline Greidanus en Jeroen Spitzenberger). Vijf personages spelen ze, vijf eenzame singles, mensen die zeggen dat ze ‘theoretisch midden in het leven staan’. In werkelijkheid verkeren ze in een identiteitscrisis.

Namen worden niet genoemd, wel wat ze allemaal doen op hun werk, hoe ze dat doen en hoe enorm ze dat haten. Staren naar screensavers met dolfijnen, klanten wegjagen met een grote hatelijke glimlach en continu koffie zetten voor een kantoor vol eikels, dat werk.

Veel anekdotes over irritaties op het werk, en voorbeelden van het richtingloze gezever van collega’s maken van deze voorstelling in de eerste plaats een komische satire. Door de herkenbaarheid van veel scènes wordt al dat schrijnende arbeidsleed leuk. Vooral Spitzenberger is daar met zijn droge intonatie en continu schaapachtige blik erg goed in.

Wat betreft maatschappijkritiek is Dagelijks Brood erg mager. Er wordt gezegd dat deze mensen geen keuzes durven maken, en misschien daarom zo ongelukkig zijn. Maar dat klinkt als een te simplistische voorstelling van zaken.

De tekst bestaat eigenlijk uit vijf elkaar afwisselende monologen. Daardoor is er nauwelijks contact tussen de personages. Kennedy heeft ze daarbij aangespoord om intens, en vooral gehaast te spelen. Dat werkt soms nogal op de zenuwen, en ook is de tekst daardoor niet altijd even goed te verstaan.

Maar al dat gestress leidt ook tot een paar prachtscènes. In een daarvan trekken ze allemaal 10 minuten lang hun kleren aan en dan weer uit, op een manier die verraadt dat ze zich minstens een uur verslapen hebben voor hun werk, en dat dan dag na dag. Na dag. Hoopvol is het niet, wel geestig.

Vincent Kouters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.