Snelle leugens

Leugens vertellen gaat ons heel wat beter af dan het ontmaskeren ervan. We letten op de verkeerde dingen en ontberen de nodige achterdocht....

DE OGEN neerslaan, wegkijken, stotteren, bedachtzaam praten, blozen en met handen en vingers friemelen. Dat zijn de tekenen die verraden of iemand liegt. Elke politieman, douanier of rechter kan de gedragingen opsommen die een leugenaar onderscheiden van iemand die de waarheid spreekt. Hun jarenlange training heeft hun geleerd de verbale en non-verbale signalen te herkennen.

Niet dus. Onderzoek uit diverse landen en onder verschillende personen die beroepshalve te maken hebben met het achterhalen van de waarheid, toont aan dat politieagenten, douanebeambten, rechercheurs en rechters niet beter dan leken in staat zijn vast te stellen of iemand liegt of niet. In slechts 45 tot 60 procent van de gevallen hebben ze het bij het rechte eind. Dat is niet veel beter dan toeval. Alleen medewerkers van de Amerikaanse geheime dienst blijken het beter te doen: die kunnen in 70 tot 80 procent van de gevallen bepalen of iemand liegt of niet.

Leugenaars ontmaskeren is dus te leren, concludeert dr. Aldert Vrij, auteur van het deze zomer verschenen boek De psychologie van de leugenaar (Swets & Zeitlinger, Lisse). Maar dan zullen er heel wat vooroordelen overwonnen moeten worden, meent de in Nederland gepromoveerde psycholoog, die in Engeland aan de universiteit van Portsmouth het gedrag van leugenaars en ontmaskeraars onderzoekt.

Vrij: 'Liegen is een dagelijks verschijnsel. Gemiddeld vertellen we anderhalve leugen per dag. Daarom is het verbazingwekkend dat er zo weinig over bekend is.' Of eigenlijk ook weer niet, want mensen die geregeld liegen, worden als aangenamer gezelschap ervaren dan personen die vooral de waarheid vertellen.

Daarbij gaat het natuurlijk wel om het sóórt leugen dat wordt verteld. Aperte leugens, zoals de man die ten onrechte ontkent dat hij een minnares heeft, vindt men kwalijker dan het liegen door niet alles te vertellen en aldus de waarheid te verhullen - zoals het verzwijgen van een amoureus rendez-vous - of door te overdrijven. Tweederde van de vertelde leugens behoort tot de categorie van de aperte onwaarheden.

Mensen denken in het algemeen van zichzelf dat ze slecht kunnen liegen. Dat ze een hoofd als een boei krijgen, zenuwachtig met de handen gaan friemelen, de ogen afwenden en niet uit hun woorden komen. Vrij: 'Het tegendeel is waar. We blijken in het algemeen juist hele goede leugenaars. We kunnen best zenuwachtig zijn tijdens het liegen, maar we zijn in staat om de uitingen daarvan bewust en onbewust te onderdrukken.'

Jonge kinderen kunnen dat al. Vierjarigen blijken in experimenten glashard te beweren dat ze grapefruitsap lekker vinden in tegenstelling tot sinaasappelsap. Zelfs hun gelaatsuitdrukking weten ze bij het drinken van het bittere vocht in de plooi te houden als ze weten dat dit van ze wordt verwacht.

Vrij: 'We leren al op jonge leeftijd liegen. Van verjaarscadeautjes bijvoorbeeld, mogen we niet zeggen dat we er niks aan vinden. En we leren al vroeg liegen om straf te ontlopen. Ook in onze sociale contacten wordt van ons verwacht dat we niet al te eerlijk zijn.' Iemand die trots een kledingstuk laat zien bijvoorbeeld, verwacht geen afbrekend commentaar.

Ongeveer de helft van de leugens die mensen vertellen, dient het eigenbelang: om er zelf beter van te worden of om positiever over te komen. Een kwart van de leugens wordt verteld om anderen positiever over te laten komen en de rest dient beide doelen. Vrij ontdekte dat zijn proefpersonen (studenten) zich wel realiseren dat ze dagelijks liegen, maar dat ze denken dat ze dit vooral doen voor anderen in plaats van voor zichzelf.

Mannen blijken vaker uit eigenbelang te liegen, terwijl vrouwen meer leugens vertellen die het belang van anderen dienen, vooral dat van vrouwen. Zo reageerden meisjes van zeven tot elf jaar positiever op onverwacht saaie cadeautjes dan jongens.

Vrouwen voelen zich ongemakkelijker met leugens dan mannen, zowel bij het vertellen als bij het ondergaan ervan. Als vrouwen terugdachten aan de ergste leugen die hun ooit was verteld, voelden ze zich verbitterder dan mannen. Ze vonden ook vaker dat de leugen afbreuk had gedaan aan hun relatie met de leugenaar.

Denken velen ten onrechte dat ze niet goed kunnen liegen, ze slaan zichzelf hoog aan als het gaat om het ontmaskeren van leugenaars. Ook dat is niet terecht. Vrij: 'We hebben de verkeerde ideeën over leugenaars. Zij vertonen niet één typerend gedrag. Het gedrag wordt vooral bepaald door het karakter van de leugenaar, maar ook door de complexiteit van de leugen en de belangen die op het spel staan.'

Mensen die gewend zijn te liegen of die de betreffende leugen helemaal niet zo erg vinden, zullen weinig non-verbale signalen uitzenden die de waarnemer kunnen doen denken dat er iets niet klopt. Pas wanneer een leugen ingewikkeld is en het liegbeest z'n hoofd er goed bij moet houden om de zaken kloppend te houden, kunnen de antwoorden er langzaam en aarzelend uitkomen en zullen, vanwege de concentratie, hand- en vingerbewegingen verminderen.

Vrij: 'Dat laatste is precies tegenovergesteld aan wat mensen denken dat leugenaars doen: met de vingers friemelen. Freud had dan ook ongelijk toen hij over een leugenaar schreef: als z'n lippen zwijgen, kwebbelt hij met z'n vingertoppen.'

In feite moet je letten op veranderingen ten opzichte van het gedrag dat iemand vertoont wanneer hij of zij de waarheid vertelt. Praat iemand opeens sneller, of juist langzamer, dan kan dat een indicatie zijn dat er iets aan de hand is. Dat hoeft niet per se een leugen te zijn. Wellicht wordt een onderwerp aangesneden waarover iemand liever niet praat.'

Vrij heeft de resultaten van veertig onderzoeken naar waargenomen non-verbale kenmerken van liegen in kaart gebracht. Gedragingen als wegkijken, glimlachen, gaan verzitten en met het lichaam draaien - die mensen in de praktijk als kenmerkend voor leugenaars beschouwen - blijken geen enkele relatie met liegen te hebben.

WEL ZIJN ER kenmerken van de stem die een leugenaar kunnen verraden. Een hogere stem, het gebruik van stopwoordjes als 'uh' en langzaam spreken hebben een relatie met liegen. Extra bedenktijd voor een antwoord echter weer niet.

Er zijn ook belangrijke verschillen tussen bevolkingsgroepen. Vrij ontdekte dat Nederlanders van Surinaamse afkomst vaker 'uh' gebruiken, meer wegkijken of glimlachen en vaker zitten te friemelen of met hun handen bewegen dan autochtone Nederlanders. Maar dat zegt dus nauwelijks iets over het waarheidsgehalte van het verhaal dat ze vertellen.

Vrij: 'Daar moeten professionals dus erg mee oppassen. Ze denken, ten onrechte, dat die gedragingen van Surinamers iets zeggen over de waarheid en gaan er daardoor eerder van uit dat ze liegen. Als je vervolgens die verhalen beter gaat onderzoeken, zul je ook meer leugenaars betrappen. Dat bevestigt het eerdere vooroordeel. Want de (autochtone) leugenaars die niet het vermeende lieggedrag vertoonden, worden niet nader onderzocht en ontspringen dus de dans.'

Ongeveer 20 procent van de leugens die in het dagelijks leven worden verteld, is ernstig, de rest dient vooral om de sociale contacten te oliën. Een samenleving zonder leugens is hard, constateert Vrij.

Slechts een klein deel van de leugens wordt achterhaald. Men wil leugenaars in het dagelijks leven vaak niet ontmaskeren om een mooie droom te kunnen blijven koesteren. Vrij denkt dat dit een van de redenen is waarom extraverte personen, die gemakkelijk in de omgang zijn en flink met leugentjes strooien, aardiger worden gevonden dan introverte mensen die minder bereid zijn een loopje met de waarheid te nemen.

Zelfs uitgesproken Machiavellisten - die liegen en bedriegen hebben verheven tot kunst om hun doel te bereiken - worden in het algemeen aardig gevonden, mede door het maatschappelijk succes dat ze hebben. Ook als partner blijken ze succesvol. Tot, meestal pas na geruime tijd, hun bedrog aan het licht komt.

De leugen laat zich dus niet gemakkelijk betrappen. Ook de polygraaf, die veranderingen in fysiologische waarden als zweetproductie en hartslag meet, is een verre van feilloze leugendetector. Zowel de vraagstelling als de examinator is van doorslaggevende betekenis. Niet alleen worden nogal wat schuldigen als onschuldig aangemerkt (tussen de 10 en 25 procent), ook het tegenovergestelde komt voor (rond de 10 procent). Vrij ziet de leugendetector daarom vooral als instrument voor het selecteren van kandidaten die nader onderzocht moeten worden en niet als bewijs in de rechtszaal.

Veelbelovende technieken om leugenaars te ontmaskeren lijken analyses te zijn van de verhalen die mensen vertellen. In de belangstelling van het handjevol leugenonderzoekers staat reality monitoring. Dat is een vrij eenvoudige manier om aan de hand van iemands verhaal te bepalen of het waar is of niet. Centraal in de reality monitoring staat het aantal details dat iemand gebruikt. Aanname daarbij is dat bij ware verhalen het aantal details over de gebeurtenis groter is dan bij verzinsels.

Proefpersonen geven bij verhalen over meegemaakte gebeurtenissen meer zintuigelijke informatie, zoals over kleuren, geuren, geluiden, smaak, dan bij verzonnen verhalen. Ook noemen zij tijdens het spreken van de waarheid meer details over plaats en tijd. Geroutineerde leugenaars nemen daarom vaak een situatie in het hoofd die ze wel hebben meegemaakt of beschrijven een persoon die ze gezien hebben, maar niet op de plaats van handeling of het betreffende tijdstip. Ze kunnen voor de details dan op natuurlijke wijze putten uit eigen herinnering.

Doet een leugenaar dat niet, dan vormen details een risico omdat ze onthouden moeten worden als het verhaal nóg een keer moet worden verteld. Vrij: 'In de zaak van Clinton en Paula Jones bijvoorbeeld, kon je constateren dat er iets aan de hand moet zijn omdat Clinton over het gebeuren met zeer weinig details kwam en zich er vaak op beriep zaken niet meer te weten. Dat is reden voor achterdocht en nader onderzoek.'

Perfecte ontmaskeraars zullen we echter nooit worden, waarschuwt Vrij. In het professionele circuit kan de combinatie van diverse ontmaskeringstechnieken en het laten varen van vooroordelen een grote verbetering opleveren. Maar leugenaars zullen zich aan de nieuw verworven inzichten van politie en justitie aanpassen en hun technieken verfijnen.

Vrij: 'In het dagelijks leven zullen veel leugens onopgespoord blijven omdat mensen te goeder trouw zijn. Een vereiste voor goede ontmaskering is achterdocht en dat is moeilijk, zeker ten opzichte van bekenden. Daarom ook zijn mensen niet goed in het opsporen van leugens van hun partner.'

Maarten Evenblij

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden