SNEL, GROOT, VEEL

MODERNE CHINESE KUNST VINDT NU OOK ZIJN WEG IN CHINA. TOCH WAS HET EEN BELGISCH ECHTPAAR DAT KUNSTDISTRICT 798 IN PEKING VOOR DE ONDERGANG BEHOEDDE....

SACHA BRONWASSER

In District 798 in Peking manifesteert zich de booming kunstmarkt van China op zijn duidelijkst. De kunst is vers, de prijzen hoog, de galeries hebben de afmetingen van balzalen en ze schieten voor je ogen uit de grond – soms is het stucwerk nog niet eens droog. Alles gaat snel. De ene expositie is nog niet afgebroken, of er staat alweer een busje met schilderijen in bubbeltjesplastic voor de volgende. Die heet: ‘Worth Buying’. Opening: morgen.

In de Duke Contemporary Art Space troont een twintiger, de galerist, in een zeer ruime galerie met kantoor, bibliotheek en opslagruimte. ‘Vorige maand opengegaan’, zegt hij achteloos. De wijk Dashanzi (of Dashan Qiao) in het noordoosten van Peking, die tegenwoordig als het cijfer 798 bekend staat, is een van de ‘oudste’ kunstwijken van de stad – wat hier betekent: zo’n acht jaar oud. Rond 2000 begon deze ‘broedplaats’ uit te groeien tot een van de eerste commerciële centra voor hedendaagse kunst in China. Rond de vierhonderd galeries zijn er gevestigd. Maar de meeste kunstenaarsateliers zijn alweer opgedoekt en verhuisd, omdat de kunstenaars door de drukte in 798 moeilijk aan werken toekomen.

In de hausse aan nieuwe plekken voor kunst lijkt 798 al helemaal ‘oud’. Aan de andere kant van de ringweg – waar China’s bekendste kunstenaar/architect/ondernemer Ai Weiwei woont (die ‘Het Vogelnest’ voor de Olympische Spelen ontwierp) – is de chique kunstwijk Caochangdi verrezen. In het westen van de stad ligt de Liquor Brewery, een voormalige rijstwijnfabriek en nu ook vol met kunst. En bij het vliegveld van Peking worden een nieuw museum en vierduizend ateliers opgeleverd.

Het kan niet op. De Olympische Spelen betekenen slechts een kleine extra golf in het crescendo waarin de Chinese kunst nu al een paar jaar verkeert. En de alom voorspelde crisis lijkt helemaal uit het zicht verdwenen, nu na de Europeanen en Amerikanen de Chinezen zelf ook Chinese kunst gaan kopen. Bovendien maken Chinezen zich nooit zorgen over de toekomst, zegt onze gids en tolk Sun Wanzhang, zelf documentairemaker. ‘Zo zijn wij, wij denken aan vandaag.’

Rode cijfers

Door de hoofdingang, een grote poort met de rode cijfers 798, stap je een vreemd, retro-futuristisch landschap binnen. De wijk, nog steeds eigendom van de staat, herbergde in de jaren vijftig een conglomeraat van elektronica- en energiebedrijven. Het hele terrein werd met Russisch geld en Oost-Duitse architecten bebouwd met fabrieken en hallen die superdegelijk en esthetisch bijzonder waren. Het centrale hallencomplex, met gebogen betonnen plafonds en enorme schuine ramen, lijkt wel een Bauhaus-juweel. Even buiten de centrale wirwar van straten, opslagplaatsen en fabriekshallen begint een adembenemend landschap van verroeste pijpen, gashouders, containertorens en spoorrails, met af en toe weer een spic en span opgeknapte galerie erin.

In de straten tussen de oude fabrieken en fabriekjes klinkt onophoudelijk getimmer en gesnerp van zagen. Bouwvakkers werken onverstoorbaar tussen het kunstpubliek, de toeristen, de galeristen en curatoren en met name al die hippe Chinese kunststudenten die hier rondhangen. Vooral afdelingen fotografie van academies en ‘exam prep schools’ (een vooropleiding voor de academies) vinden hier fotogenieke locaties voor hun opdrachten.

Vier jaar geleden leek nog het einde in zicht voor 798. Fotograaf Zhu Yan legde in grote zwartwitfoto’s de toenmalige gebruikers van de fabriekshallen vast in het boek 798 – A photographic journal. Dat waren de kunstenaars van de ‘protestgeneratie’ van de jaren tachtig, de performancebeweging die uit Beijings East Village weggetrokken was, en de schilders die er vers van de academie kwamen.

Het boek werd gemaakt als requiem: de overheid overwoog alles te slopen om er een centrum voor nieuwe technologie op te zetten. De redding kwam in de gedaante van de Belgische baron-verzamelaar Guy Ullens, die met zijn vrouw Myriam vanaf het eerste uur hedendaagse Chinese kunst kocht. Zij kozen Beijing in plaats van het even hippe Shanghai als vestigingsplaats voor hun eigen centrum voor hedendaagse kunst, en ze wilden dat het in 798 kwam te staan. Een paar Turners werden geveild ter financiering van hun UCCA (Ullens Centre for Contemporary Art), dat eind 2007 openging in een voormalige wapenfabriek aan de hoofdstraat van 798.

Nu drommen er vooral jonge Chinezen door het UCCA, dat tijdens de Olympische Spelen een overzicht uit eigen collectie toont. Het is het enige centrum waar de piepjonge geschiedenis van de hedendaagse Chinese kunst, een ontwikkeling van zo’n vijfentwintig jaar, te zien is. Het meeste werk uit de belangrijke beginperiode is naar het buitenland verdwenen, maar het echtpaar Ullens heeft een deel in bezit en haalt het in bruikleen weer terug.

Gids Sun Wanzhang kijkt bedenkelijk als we in 798 iets willen eten. Met de galeries en het internationale publiek kwamen ook de internationale espressobars en de ‘eateries’. Echt Chinees eten kan nog in Chuanci #6, een voormalige bedrijfskantine van ontwerper-entrepreneur Xu Chunsheng, waar in moordend tempo delicate Sechuan-gerechten worden geserveerd. De koks zitten op de stoep uit te blazen van hun werk in de keuken, waar het meer dan vijftig graden wordt.

Aan het eind van de dag dreigt een kunstkater: het is te veel en te groot en het onderscheid tussen originele en zich eindeloos herhalende kunst lijkt de Chinese galeristen nauwelijks te interesseren. Het idee dat kunst exclusief is, kun je hier achter je laten – ook een kunstenaar als Zhan Xiaogang, wiens zwart-wit geschilderde familieportretten uit de serie ‘A Big Family’ voor meer dan een miljoen bij Sotheby’s geveild worden, heeft er geen enkele moeite mee zijn concept eindeloos te herhalen en te laten kopiëren. Bovendien heeft het geld duidelijk gewonnen in 798. Galeries, van kitschtempel tot serieuze kunsthal, staan broederlijk tussen het Nike Art Centre en de winkeltjes met Maohorloges en Che-shirts.

Opmerkelijk genoeg is het commercieel florerende gebied óók een vrijplaats geworden voor beelden die in de staatsmusea ondenkbaar zijn. Kritiek op het systeem? Staatsmannen worden volkomen belachelijk gemaakt in beelden en video’s van Zhou Xiaohu (bij de Long March Project). Seksualiteit? Video’s met pornogehijg, porseleinen varkens met opengesperde menselijke vagina’s (bij Xin Dong Chen Space) en expliciete teksten – het is er allemaal en de Chinezen laten zich er breedlachend naast fotograferen. Met het geld is ook de vrijheid in 798 gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden