Snakken naar werk op niveau

Hoogopgeleide vluchtelingen vinden niet snel een baan. Slechts wie 'supergemotiveerd' is en zich niet laat ontmoedigen, heeft kans op succes....

door Bas Mesters

Werkgevers weten tegenwoordig vaak niet waar ze nieuw personeel moeten zoeken. En toch lukt het de 10 à 20 duizend hoogopgeleide vluchtelingen nauwelijks passend werk te vinden in Nederland. Universitair geschoolden uit landen als Irak, Somalië, Afghanistan en Soedan zijn moeilijk te bemiddelen in Nederland, zegt Jan van den Oord, directeur van Emplooi dat met gepensioneerde managers werk zoekt voor vluchtelingen. 'Als de cliënt naast vluchteling ook nog zwart is, wordt het helemaal moeilijk', meent Wies Kalsbeek van UAF Job-support.

Natuurlijk zijn er verklaringen. Volgens Van den Oord zijn de hoogopgeleide vluchtelingen meestal al wat ouder, vaak boven de 35. Ze spreken Nederlands, maar niet zo heel goed. Ze hebben vaak de zorg voor familie en zijn daardoor minder flexibel. Als academici hadden ze in het land van herkomst veel status en vaak goede banen. Ze verwachten eigenlijk dat ze hier op hetzelfde niveau kunnen instromen en vinden het moeilijk te accepteren dat zoiets niet lukt.

Aan de andere kant hebben de Nederlandse bedrijven last van koudwatervrees. Ze weten niet hoe ze de universitaire studie in het land van herkomst moeten inschatten. En de werkervaring buiten Nederland wordt in de praktijk meestal niet in de beoordeling meegenomen.

Volgens de bemiddelaars is de cruciale vraag of werkgevers bereid zijn iemand de eerste tijd meer begeleiding te bieden. De werkgever moet niet alleen de vluchteling begeleiden, maar ook de afdeling waar die man of vrouw komt werken. Hij moet de collega's voorbereiden en uitleggen wie de persoon is en welke weg hij is gegaan. Daarnaast moet hij, als de vluchteling onder zijn niveau begint, een loopbaantraject uitstippelen. Want blijft iemand te lang onder zijn niveau werken, dan zit hij naast zichzelf ook zijn collega's in de weg.

Algemeen geldt, zo blijkt uit onderzoek, dat vluchtelingen meer kans van slagen hebben als ze in Nederland een hogere opleiding hebben gevolgd, als ze hier langer zijn en beter Nederlands spreken. Het blijft een kwestie van volhouden, menen Kalsbeek en Van Oord. En van die ene kans krijgen.

Kalsbeek: 'Als een werkgever er de tijd voor neemt een hoger opgeleide vluchteling te plaatsen, loopt het meestal goed af en meldt hij zich alras met de vraag of er niet nóg zo'n gemotiveerde kracht in de aanbieding is.'

Lesia Kovtun (32) en haar man Serge (34) uit Oekraïne.

Na hun universitaire studie bouwkunde in Dnjepropetrowsk werkten beiden drie jaar als projectontwikkelaar bij een nutsbedrijf. Serge heeft tevens ervaring bij bouwbedrijven.

Vier jaar zijn ze in Nederland. Drie jaar hebben ze gewacht op een vluchtelingenstatus, maar dankzij een zeer actieve vrijwilliger leerden ze in die periode al aardig wat Nederlands. Ze waren en zijn supergemotiveerd. Konden ze na hun erkenning als vluchteling drie uur per dag Nederlandse les krijgen, de Kovtuns bleven dagelijks acht uur in de leslokalen van het Randmeercollege in Nunspeet. In een halfjaar wisten ze het hoogste niveau Nederlandse taalvaardigheid te halen. Terwijl hun kinderen op school en bij de oppas zaten, knokten zij zich een weg Nederland binnen.

Met succes, zo lijkt het nu. Sinds begin deze maand hebben ze allebei een baan, en nog wel bij hetzelfde bedrijf. Geen Melkertbaan, nee een heus jaarcontract met een maand proeftijd bij bouwonderneming Van Wijnen BV, met bovenmodale salarissen. Ze zijn bemiddeld door Herman Egbertzen van Emplooi, een gepensioneerde manager die zich twee dagen per week belangeloos inzet om vluchtelingen aan het werk te helpen.

Goede begeleiding blijkt het toverwoord in deze vluchtelingengeschiedenis. Eerst was daar de vrijwilliger in het asielzoekerscentrum, vervolgens het arbeidsbureau in de regio dat stages regelde. Lesia leerde bij de gemeente Oldenbroek op zijn Hollands bouwprojecten calculeren. Serge liep stage als uitvoerder. Engbertzen regelde het bedrijf waar de Kovtuns onder intensieve begeleiding kunnen toegroeien naar een zelfstandige functie. Zij wil calculator worden, hij projectleider.

Serge: 'Ik ga keihard werken. Ik kan nu nog niet 100 procent functioneren, maar krijg de kans me te bewijzen. Ik hoop dat het goed komt.'

Lesia: 'Ik dacht dat het niet zo snel zou lukken. Uit verhalen van andere vluchtelingen had ik begrepen dat het moeilijk zou worden. Maar ik ben een beetje koppig. Als iets niet lukt, probeer ik het nog een keer, en nog een keer, en nog een keer. Er is een Russisch spreekwoord dat zegt: je kunt honderd keer tegen een muur slaan, maar de 101ste keer gaat hij om.'

Mary Hana Al Aswad (45) uit Irak.

Studeerde biologie aan de universiteit van Mosul, Irak. Werkte dertien jaar als bloedanaliste in Irakese ziekenhuizen.

Gek werd ze ervan. Ze wilde zo graag werken. Maar nadat Hana Al Aswad was erkend als vluchteling, moest ze nog bijna twee jaar wachten, voordat ze een degelijke taalcursus kon volgen. Nu spreekt ze vloeiend Nederlands en moet ze weer wachten. Al een jaar solliciteert ze als laborante.

Ze zit wat moedeloos op de bank thuis in Amersfoort. Ze is veel ambities kwijtgeraakt. Door al dat wachten en vooral door de manier waarop ze in haar laatste stage is behandeld.

Ze werkte van 8 mei tot 8 augustus als vrijwilliger bij de afdeling bloedafname van het laboratorium van een Amersfoorts ziekenhuis. Daar hoopte ze veel over de Nederlandse praktijk, analyse en computers te leren. 'Maar ik mocht alleen maar bloed prikken. Van 's ochtends half negen tot vijf uur. Drie maanden lang. Ze hebben me misbruikt. Ze hebben me geen kansen gegeven iets te leren over de computers en de analysepraktijken. Ik heb het drie keer aan mijn begeleider gevraagd. Maar die zei steeds: ''Nee, dat is niet de bedoeling.'' Toen ik een week op vakantie wilde, vroegen ze me een extra week aan mijn stage vast te knopen. Gratis natuurlijk en niet om te leren, maar om te prikken.'

Haar nieuwe hoop had ze vervolgens gevestigd op een opleiding tot apothekersassistente. Twee dagen les, drie dagen stage per week. Maar geen enkele apotheek durfde het aan haar een stageplaats te geven. Dat zou te veel begeleiding kosten. Geen stage betekende automatisch geen toegang tot de opleiding.

'Het is moeilijk voor hoogopgeleide vluchtelingen', zegt ze. 'Men accepteert ons niet. Mijn diploma is hier geherwaardeerd tot het niveau van de hogere laboratoriumschool, maar de werkgevers erkennen het niet. Laboratoria zeggen: ''Je hebt vijf jaar stil gezeten, je hebt ontwikkelingen in het vak gemist.'' Tsja, dat komt doordat ik zo lang moest wachten op Nederlandse lessen.

'Ze willen ons alleen als simpele uitvoerders, bloedprikkers of schoonmakers. Maar dat is moeilijk als je op een universiteit hebt gestudeerd en jarenlang op niveau hebt gewerkt in je eigen land. Ik word daar psychisch een beetje moe van. Ik wil niet meer thuis zitten te prakkiseren. Ik heb meer dan genoeg romans gelezen.'

Barakat Fadlalla (37) uit Soedan.

Studeerde economie, politieke wetenschappen en business management in Nagpur en Poona (India). In Amsterdam volgde hij de opleiding export marketing management. Hij was manager bij een bedrijf met veertig werknemers en leidde een eigen im- en exportbedrijf.

Na een jaar wachten op een vluchtelingenstatus, een jaar voltijds Nederlandse les, twee jaar loopbaantrainingen bij interculturele projectbureaus en dertig sollicitaties was het deze zomer voor het eerst raak. Fadlalla had een baan gevonden; een jaarcontract, met een maand proeftijd. Het betrof makkelijk werk bij een im- en exportbedrijf op Schiphol. Hij moest facturen lezen en overtikken in de computer.

'Het was te simpel. Ik kende de postcodeseries van de gebieden binnen een week uit mijn hoofd. Ik had het zwarte handboek niet meer nodig. Mijn begeleidster geloofde dat niet. Ze zocht al zes jaar de codes op in het zwarte boek.

'Ze controleerde me, vond geen fout en begon me steeds meer opdrachten te geven. Ook háár werk moest ik gaan doen. Ik deed dat, want ik wilde slagen, ook al was het onder mijn niveau. Al het grote begint bij het kleine, heb ik geleerd. Daarom was die baan belangrijk voor mij.'

'Hoe meer ik voor haar deed, hoe meer we van elkaar verwijderd raakten. Als ik koffie voor haar wilde halen, weigerde ze. Van anderen nam ze de koffie wel aan. Na vier weken kwam het beoordelingsgesprek. De manager was niet tevreden. ''Er zijn nog twijfels'', zei hij, maar hij wilde niet zeggen welke twijfels de begeleidster had geuit. Ik stond er op het van haar te horen. Bij het gesprek drie dagen later groette zij me niet. Ze zei dat ik verkeerd gespelde woorden ook fout kopieerde. En ik maakte elke dag nog een andere fout, zei ze. Ik vroeg haar of ze me daar op had gewezen. En toen zei ze van niet.

'Het was duidelijk voor mijn begeleider van het arbeidsbureau. Die vrouw wilde me gewoon niet. Ik besloot niet door te gaan. Sindsdien solliciteer ik weer. Mijn brief is goed. Soms word ik uitgenodigd. Maar de ene keer heb ik te veel kwaliteiten, de andere keer weer te weinig ervaring. Het is moeilijk. Als hoogopgeleide word je door laag opgeleiden niet geaccepteerd. Voor een baan op niveau heb je werkervaring nodig. En die heb ik alleen in Soedan, waar ik eigenaar was van een im- en exportbedrijf. Maar Soedan telt in Nederland niet. Ik weet niet wat ik moet doen. Hoe langer ik in Nederland ben, des te kleiner mijn kansen worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden