Snaaks walhalla

Het Cultuur Kwartier in Sneek is een eldorado voor cultuurliefhebbers.

HILDE DE HAAN

Dat Friezen doorzetters zijn, is bekend. En hoe ver ze dat kan brengen, blijkt weer eens in de Friese stad Sneek. Daar is begin november het zogeheten Cultuur Kwartier geopend, zo rijk en veelzijdig dat het in deze barre tijd een godswonder mag heten.

De plek, in de schaduw van de Martinikerk, was enkele jaren geleden nog een treurige buurt, vol verwaarloosde panden en duistere stegen. Nu is het hier een walhalla voor de kunsten, waar jong en oud, amateur en beroeps, zijn hart kan ophalen - en dat in alle genres.

Twee onderdelen vullen elkaar aan. Aan de centrumkant van de stadsgracht is het Kunstencentrum Atrium & Ritmyk met allerlei podia, studio's en ateliers; aan de overzijde van de stadsgracht staat een fonkelnieuwe schouwburg. Een verbindende loopbrug over de stadsgracht ontbreekt, maar dat komt door de Elfstedentocht. Die gaat nu eenmaal door de stadsgracht en dus moet het aantal bruggen beperkt worden. Ook daar zijn Friezen doorzetters in.

Het plan ontstond in de rijke jaren. Het centrum werd gestaag opgeknapt. Toen besloot de gemeente vrijwel alle kunst en cultuur te concentreren in dit ene trieste buurtje, dat dan meteen nieuw leven kreeg. Op zichzelf is zoiets een riskante onderneming. Als je niet uitkijkt, wordt dat een plompe klont in de fijnmazige stad.

Sneek vond een betere manier, zij het op extreme wijze. Van het hele Kunstencentrum is in de oude stad haast niets te zien. De ingang, tegenover de Martinikerk, is verstopt in de gevels van twee oude scholen. Die zijn gesloopt en in plaats ervan, achter die gevels, staat nu een gloednieuwe muziekschool. Daarachter opent zich het verdere Kunstencentrum, als een verborgen stukje stad. Hele stegen, straten en een pleintje gaan hier schuil onder een glasdak.

Dat is allemaal heel knap gedaan. Het glasdak is hoog aangebracht en sluit steeds prachtig aan op de daken van de oude panden. Zo verbindt het de Noorderkerk (nu kleine theaterzaal), het Bolwerk (poppodium en jazzcafé) en een oude pastorie (nu omgevormd tot grote ateliers). Er is ook nieuwbouw toegevoegd, met bijvoorbeeld een vestzakheater en een danszaal. Ook die past naadloos in de oude stad. Zo ontstond een fraai, gezamenlijk gebied waar kunstinstellingen goed gedijen.

De schouwburg is volkomen anders. Zo onzichtbaar in de stad als het Kunstencentrum is, zozeer valt dit Theater Sneek juist op. De stad koos hier voor een ontwerp van het 'organische' architectenbureau Alberts en Van Huut. Het theater verrees dus in de volstrekt eigen vormentaal waar dit bureau bekend om staat, sinds het ING-kantoor in Amsterdam-Zuidoost en de Gasunie in Groningen. Dat betekent: uitbundige baksteenarchitectuur, bonte kleuren en veelhoekige kozijnen. En het is 'groen': het Theater kreeg een rijk beplant dak, waar soms een geit op graast.

Die vormentaal heeft zijn charmes maar ook een groot bezwaar: ze past niet soepel in een oude stad. De 23 meter hoge toneeltoren gaat nog wel, die heeft bescheiden kleuren en versieringen die hem ranker maken. Maar bij de straatgevel gaat het mis. Die is zo wild dat hij met zijn ingetogen buren vloekt, te meer door lelijk kleurgebruik: hard rood en glimmend gelakt hout.

Binnen blijkt dat het theater wel degelijk een grote aanwinst is. Ondanks het beperkte budget (15 miljoen euro) is het uitzonderlijk goed geëquipeerd. Het podium is breed en diep, en het kan de meest complexe producties aan, met zestig gecomputeriseerde 'tracks' om decorstukken te bedienen. Het heeft een volwaardige orkestbak, met vangnet voor onoplettende acteurs, een eigen werkplaats en geweldige artiestenruimten.

En vooral het publiek wordt in de watten gelegd. Deze organische architectuur, die zich aan elke mode onttrekt, heeft namelijk wel de eigenschap dat velen zich er behaaglijk in voelen. Dat zit hem in de maatverhoudingen, vaak bepaald met behulp van de gulden snede. Ook zijn veel wanden licht gebogen, wat ruimten vriendelijk en beschuttend maakt.

Dat voel je meteen in de uitnodigende foyer, die ook nog eens is voorzien van een goudglittervloer en sterrenhemel. En meer nog in de intieme theaterzaal (600 stoelen), met sierlijke gouden wanden en rode pluche stoelen. Een joyeus balkon golft soepel om alles heen, en strekt zich uit tot bijna op het toneel.

Uitgaan is hier een feest, uitnodigend en aanstekelijk. Juist naast dat introverte Kunstencentrum werkt dat goed. Het mag wat over de top zijn want juist dat is in bezuinigingstijd hard nodig. Zelfs voor de doorzetters die Friezen zijn.

Slim licht

De met glas versierde toneeltoren van Theater Sneek kreeg een slimme functie. 's Avonds wordt het glas met ledlicht ingekleurd en geeft dan aan wat er die avond is te doen. Zo staat geel voor cabaret, blauw voor musical, rood voor toneel en groen voor muziektheater. Dit om Snekenaren tot op het laatste moment aan te moedigen een kaartje te kopen als hun favoriete genre wordt uitgevoerd.

Theater Sneek is gebouwd op de plaats van het vroegere postkantoor, uit 1960, van architect J.J.M. Vegter. Veel Snekenaren waren hieraan gehecht. Iets ervan bleef behouden: de bomvrije kelder van Vegters postkantoor, aandenken aan de Koude Oorlog. Die bleek haast onverwoestbaar. Hij wordt nu hergebruikt en biedt een riant onderkomen aan garderobe en toiletten.

Bomvrij

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden