Smullen geblazen voor advocatuur

PAUL BOONTJE EN PAULINE SICK

In november 2013 is het wetsvoorstel 'Wet werk en zekerheid' bij de Tweede Kamer ingediend. De regering vindt dat het huidige arbeidsrecht onvoldoende aansluit bij de arbeidsmarkt. De mobiliteit van werknemers met een vaste baan is te laag en het ontslagrecht te complex. Daarentegen hebben flexkrachten juist onvoldoende zicht op een vaste baan. Vast is te vast, en flex is te flex. Om dit te veranderen bevat het wetsvoorstel vergaande voorstellen voor aanpassingen van het flexrecht, het ontslagrecht en de WW.

Het wetsvoorstel is een uitwerking van het Sociaal Akkoord en wordt daarmee breed maatschappelijk gedragen. In de politieke arena is nauwelijks kritiek te horen. Dat houdt verband met de politieke verhoudingen. De bij het Sociaal Akkoord betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties zijn tevreden dat zij meedoen in het poldermodel. De vakbonden hebben binnengehaald dat de preventieve ontslagtoets blijft bestaan. De werkgevers hebben de maximering van de ontslagvergoeding tot 75.000 euro bruto, die al jaren in de lucht hing, verzilverd. Beide partijen hebben bovendien de mogelijkheden om bij cao van de wet af te wijken sterk weten uit te breiden. Tot slot heeft de regering belang bij een breed gedragen sociaal akkoord. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Tweede Kamer en wordt met gezwinde spoed ter hand genomen. Kortom: rust in de tent, iedereen tevreden. Of toch niet?

Het wetsvoorstel staat voor een eenvoudiger, sneller, eerlijker en minder kostbaar ontslagrecht. Wij betwijfelen of die doelstellingen zullen worden behaald. Ja, het wetsvoorstel rekent af met de oneerlijke verschillen in de uitkomst van verschillende ontslagprocedures, waar-op de afgelopen jaren terecht steeds meer kritiek is gekomen. Maar maakt de introductie van een verplichte keuze tussen het UWV en de kantonrechter, afhankelijk van de ontslaggrond, het er nu echt eenvoudiger op? Er zijn allerlei voorbeelden te bedenken waarin het lastig is te bepalen bij welk loket de werkgever terecht moet. De zieke werknemer met wie hij een arbeidsconflict heeft, bijvoorbeeld.

En een sneller ontslagrecht? De introductie van een bedenktermijn van veertien dagen voor de werknemer met wie een beëindigingsregeling is gesloten, maakt de afwikkeling van een ontslagtraject er zeker niet sneller op. Hooguit duurder, omdat de werknemer over een bereikt resultaat nog eens kan onderhandelen. Sneller wordt het ook niet door de introductie van de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie. Bij een UWV-ontslag kan zelfs in vier instanties worden geprocedeerd. Zitten werkgevers en werknemers daar nu op te wachten?

Tot slot betwijfelen wij ook dat het ontslagrecht goedkoper zal worden. Wij denken aan het mkb, dat op dit moment veel van zijn ontslagen via het UWV, en dus zonder een verplichte ontslagvergoeding, afwikkelt. Anders dan nu zullen zij straks na twee jaar verplicht een transitievergoeding moeten betalen. En ook de zieke werknemer, aan wie al twee jaar loon is doorbetaald, krijgt straks recht op een wettelijke ontslagvergoeding. Het ontslagrecht wordt er dus helemaal niet eenvoudiger, sneller, eerlijker en minder kostbaar op. Eerder het tegendeel.

Werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes zei in WNL Op Zondag van 1 december dat de grote criticasters van het wetsvoorstel de arbeidsrechtadvocaten zijn, vooral omdat zij hun eigen inkomsten van (volgens hem) 1 miljard euro per jaar in rook zouden zien opgaan. Deze uitlating is nogal kortzichtig. Als het de advocatuur alleen om eigen brood zou gaan, zou zij het wetsvoorstel van harte omarmen: het wordt juist een lawyers' paradise. Overigens hebben niet alleen advocaten, maar ook talloze wetenschappers zich kritisch uitgelaten over het wetsvoorstel.

Waarom die kritiek? Het wetsvoorstel gaat aan een belangrijk uitgangspunt voorbij, namelijk een gezonde balans tussen rechtszekerheid en rechtvaardigheid. Je zult een werknemer zijn die schandelijk is behandeld, maar niet schandelijk genoeg om het gedrag van de werkgever te kwalificeren als 'ernstig verwijtbaar handelen of nalaten'. Dat is straks het enige criterium voor een rechter om bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhoudingen een extra vergoeding bovenop de transitievergoeding aan de werknemer toe te wijzen. De werkgever calculeert eenvoudigweg zijn financiële risico, en is daarmee klaar.

Of je zult een werkgever zijn, die na een uitvoerig onderhandelingstraject geconfronteerd wordt met een werknemer die toch nog om een onsje meer vraagt voor hij definitief met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst akkoord is. Rechtszekerheid voor de werknemer, maar rechtvaardig voor de werkgever?

Wij betwijfelen of de Tweede Kamer zich echt heeft verdiept in de zorgen vanuit de rechtspraktijk en vrezen dat zij zich vooral door politieke motieven heeft laten leiden. Eerste Kamer, ken uw taak!

Paul Boontje en Pauline Sick zijn arbeidsrechtadvocaten bij Boontje Advocaten te Amsterdam. Cees Loonstra is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden