Smokkelbendes staan aan basis Albanees oproer

In een tuintje op een steenworp afstand van de Adriatische Zee liggen twee door brulmotoren aangedreven speedboten klaar om illegale immigranten, drugs en wapens West-Europa binnen te smokkelen....

BART RIJS

Van onze correspondent

Bart Rijs

VLORE

De skafist, zoals een speedbootsmokkelaar in Albanië wordt genoemd, laat zijn hand haast liefkozend over de pas gemonteerde, supersnelle schroeven glijden. Hij weet dat de politie geen enkel gezag meer heeft en de skafisti nu kunnen doen wat ze willen.

'Er is geen ander werk', zegt de skafist, een vriendelijke man met een verweerd gezicht en zilvergrijze krullen. In ieder geval geen werk dat zo winstgevend is als de smokkelbussiness. Dat blijkt wel uit zijn gouden polshorloge, zijn pas geopende restaurant en zijn nieuwbouwhuis.

Net als de andere skafisti was hij een van de gangmakers van het oproer in Vlore. Hij was woedend: eerst hadden de autoriteiten zijn twee boten in beslag genomen en later was al het geld dat hij met de smokkel had verdiend, bijna 100 duizend gulden, verdwenen in de piramidefondsen.

Hij heeft meegeholpen de politie de stad uit te jagen, wapens geplunderd uit het legerdepot en zijn boten teruggenomen. 'Zonder de boten heeft mijn familie niet te eten', zegt de speedbootsmokkelaar. 'Nu kunnen we weer aan het werk.'

Het zijn geen politieke of etnische tegenstellingen die ten grondslag liggen aan het oproer en de ineenstorting van het gezag in Albanië. Het is de strijd om de winsten van de zwarte economie en de georganiseerde misdaad.

Na de val van het communistische bewind in 1992 begon Albanië aan een economische boom. De groeicijfers liepen op tot 16 procent in 1995. Maar volgens rapporten van westerse inlichtingendiensten was die groei gebaseerd op de 500 miljoen dollar die Albanese gastarbeiders naar huis stuurden, buitenlandse hulp en vooral op de opbrengsten van de smokkelhandel.

'Toen Albanië zijn grenzen opende, werd het een voor de hand liggend transitland', zegt een westerse diplomaat die betrokken was bij pogingen de smokkel een halt toe te roepen.

'De smokkelaars werden waarschijnlijk beschermd en wellicht georganiseerd door enkele ministers. Wij hebben de regering gewaarschuwd dat ze een monster aan het creëren waren. Maar ze gingen liever voor het snelle geld dan dat ze de economie op een gezonde wijze probeerden te ontwikkelen, en nu zitten ze met problemen waar geen makkelijke oplossing voor is.'

Vlore, een havenstad met 60 duizend inwoners op maar anderhalf uur varen van de Italiaanse kust, is hèt smokkelaarsnest van Albanië. In de buurt van het strand liggen naast elk huis wel één of meer speedboten.

De zwarthandel bracht enorme sommen cash naar de stad; op de stoffige boulevards toeren meer Porsches, goudkleurige BMW's, Ferrari's en andere pooierbakken dan in welke Balkanstad ook. 'Dertigduizend dollar in Vlore betekende niets', zegt gymnasiumdirecteur Spiro Billa met een ironische glimlach. 'De hele stad profiteerde direct of indirect van de smokkel.'

Het begon met het vervoer van Albanezen die illegaal naar Italië wilden. Later kwamen daar de Chinezen, Pakistanen en Tamils bij, die via Turkije naar Tirana vlogen en vervolgens in minibusjes naar de kust werden gebracht. De gangbare prijs voor de overtocht is vijfhonderd tot duizend dollar per persoon.

'Soms vervoerden we twee of zelfs wel drie keer per nacht twintig mensen', vertelt Tomas, die als kapitein bij een van de speedbootsmokkelaars werkt. 'Vanuit Vlore werden er in een etmaal soms duizend mensen naar Italië gebracht.'

De skafisti ontdekten al snel dat drugs zich makkelijker laten vervoeren en meer opleveren dan mensen. In het ontoegankelijke achterland van Vlore zijn veel boeren overgeschakeld op marihuana. Een Amerikaanse ontwikkelingswerker die kwam helpen bij de modernisering van de landbouw vertrok teleurgesteld naar huis; de bergboeren teelden liever drugs.

In Vlore kost het geen enkele moeite hasj te krijgen. 'De laatste anderhalf jaar zien we een trend naar hardere drugs, zoals heroïne', zegt een internationale narcoticabestrijder. 'De meerderheid komt op de markt in West-Europa.'

Klachten van Italië, Griekenland en de Verenigde Staten over de smokkel noopten de Albanese president Berisha er vorig jaar toe operatie 'Veilige Grenzen' te lanceren. In Vlore benoemde hij Sokol Milosmani, een familielid, tot politiechef. Milosmani nam tweehonderd boten in beslag, organiseerde nachtpatrouilles langs de kust en deinsde er niet voor terug op speedbootsmokkelaars te laten schieten.

'Hij werd door Berisha naar Vlore gestuurd om ons te terroriseren', gelooft een van de skafisti. De politiechef is de meest gehate man van de stad, vooral omdat zijn aanpak van de smokkelaars zeer selectief was. Wie genoeg steekpenningen betaalde en wie goede betrekkingen onderhield met Berisha's Democratische Partij kon zonder problemen doorgaan met de zwarte handel.

Er zijn aanwijzingen dat de opbrengst van de smokkelhandel werd witgewassen in de piramidefondsen, pseudo-banken die rentes van vele tientallen procenten verstrekten. Volgens de Italiaanse maffiabestrijder Pier Luigi Vigna belegde de Italiaanse maffia in de piramidefondsen om kapitaal voor nieuwe ondernemingen te genereren.

Het omvangrijkste piramidefonds, Vefa Holdings, is in handen van een politieke bondgenoot van Berisha en een van de belangrijkste financiers van de Democratische Partij. Geen wonder dat de Albanese autoriteiten doof bleven voor de waarschuwingen van het IMF en de Wereldbank over de piramidefondsen. De opbrengst van de piramides verdween immers deels in hun eigen zak en zorgde ervoor dat op korte termijn de sociale onrust in het land binnen de perken bleef.

Toen de piramidefondsen in elkaar klapten, werden de Albanezen woedend, en nergens was die woede zo groot als in Vlore. Eerst hadden de autoriteiten hun broodwinning onmogelijk gemaakt. Nu hadden ze ook hun geld afgetroggeld.

Toen politiechef Mulosmani de betogingen met geweld de kop in probeerde te drukken, werden het politiebureau, het kantoor van de veiligheidsdienst en dat van de douane bestormd en in brand gestoken, en de nabijgelegen wapendepots geplunderd. Vanuit Vlore sloeg het oproer over naar de steden in het zuiden van Albanië, en tenslotte naar de rest van het land.

Het zal veel moeite kosten om het gezag in Vlore te herstellen. Dertien steden in het zuiden hebben aangekondigd dat ze niet mee zullen doen aan de vervroegde verkiezingen en hun eigen bestuur vormen als president Berisha niet aftreedt.

In de praktijk betekent dat dat de wetteloosheid blijft voortduren. De smokkel ligt nu stil door de chaos en de verscherpte waakzaamheid van de Italiaanse marine, maar het is een kwestie van tijd tot de speedboten weer uitvaren.

'De voortuitgang die we hadden geboekt op het gebied van de smokkel is verdwenen', zegt de diplomaat. 'Het ligt voor de hand dat bepaalde delen van Albanië uit elkaar zullen vallen in maffiose stadstaatjes, net zoals dat in de jaren tachtig in Libanon gebeurde.'

In Vlore lopen weer politiemannen in uniform op straat, maar veel meer dan het verkeer regelen doen ze niet. De oude politiechef is gevlucht en het rebellencomité van Vlore heeft hem bij verstek ter dood veroordeeld. 'Hij wilde ons leven onmogelijk maken,' verklaart Edmond Tahiri, een gepensioneerde legerofficier die door het comité is belast met de handhaving van openbare orde. Een voorganger van Milosmani, die smokkelaars niets in de weg legde, is tot chef benoemd.

De oudere skafist met zijn twee boten heeft dringend geld nodig en popelt om de smokkel te hervatten. Over de politie maakt hij zich geen zorgen. 'Ik heb niet één, maar twee kalasjnikovs in huis. Als ze mijn boot in beslag willen nemen...' met een grijns maakt hij een gebaar alsof hij een geweer ontgrendelt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden