Smits legt zijn schuchterheid nu ook aan de pokertafel af

De Market Square Arena in Indianapolis geldt als een van de luidruchtigste basketbalstadions, maar Rik Smits heeft er door de jaren heen stoïcijns en onverstoorbaar zijn wedstrijden gespeeld....

Van onze medewerker

Tim Overdiek

NEW YORK

Pacers-coach Larry Brown kan zich een voorval herinneren waarbij zijn 2.24 meter lange speler diens onderkoelde houding behield ondanks een warm onthaal van het publiek, via luidsprekers traditiegetrouw opgezweept door het trommelvliezen teisterende geluid van een karavaan racewagens. 'Rik had op een gegeven moment veertig punten gemaakt. Het publiek ging uit het dak, scandeerde zijn naam. Maar Rik reageerde er niet eens op.'

Smits kan zich dat moment nog moeiteloos voor de geest halen, maar ziet geen reden er veel woorden aan vuil te maken. 'Tja, veertig punten. En ik werd gewisseld zonder vervolgens nog te spelen in het vierde kwart. De toeschouwers wilden dat ik er weer in kwam, maar we hadden een grote voorsprong op dat moment. Dan krijgen andere spelers de voorkeur. Logisch.'

Smits bedoelt maar, bij spektakel moet je niet bij hem, de nuchtere Brabander, aankloppen. Dat laat hij liever over aan Reggie Miller, de flamboyante ploeggenoot die media en publiek moeiteloos met krasse uitspraken en glamourvol gedrag om zijn vingers windt. Het commerciële circus van de NBA, waarin zorgvuldig de diverse imago's worden geboetseerd en gekoesterd, is aan Rik Smits niet besteed.

'Ik speel voor mezelf, en natuurlijk voor mijn ploeggenoten', is een van zijn gevleugelde uitspraken. Praten doet hij liever op het veld, waar hij zich bedient van ferme uitspraken in de vorm van functionele acties. Zeker geen beeldend taalgebruik, zoals coryfeeën als Miller, dat middels oogstrelende hoogstandjes doen.

Na jaren van gehakkel en gemompel is nu dan eindelijk de periode aangebroken waarin Smits zich kan uiten in foutloze, doch kernachtige volzinnen. Wist hij vorig jaar met een opmerkelijk constant seizoen en een voornaam aandeel in de play-offs al de aandacht op zich te vestigen, op de huidige weg naar de World Series dwingt Smits keer op keer ontzag af en zijn de kritikasters monddood gemaakt.

Hij is ongekend produktief in de play-offs, met een gemiddelde van bijna 23 punten per wedstrijd. 'Hij smijt, hij gooit, hij dunkt, en hij speelt met een enorm zelfvertrouwen', zei zijn directe opponent van de Knicks, Patrick Ewing, vorige week. Het compliment geeft aan dat Smits aan het toetreden is tot het selecte groepje topspelers dat de veeleisende positie van center bezet.

'Het is niet in percentages aan te geven, maar voor mijn gevoel ben ik nog ver van de absolute top verwijderd', tracht Smits de onophoudelijke stroom aan positieve berichten in te tomen. 'Basketbal is en blijft een enorm gecompliceerd spelletje. Je blijft leren, in elke wedstrijd.'

En bovendien is hij niet vergeten dat publiek, pers en ploeggenoten hem jarenlang hebben verguisd. Zijn coach Brown: 'Het was altijd hetzelfde, en vaak onterecht. Als het fout was gegaan, kreeg Rik de schuld.' Smits: 'Met de komst van Brown is dat gelukkig veranderd. Larry heeft er voortdurend op gewezen dat ik wel degelijk van grote waarde kon zijn voor het team.'

De coach als steunpilaar bleek net het duwtje in de rug dat Smits nodig had om zelfvertrouwen te krijgen. Sinds zijn komst naar de Indiana Pacers, nadat hij op zijn zeventiende als onervaren basketballer naar een Amerikaanse universiteit was verhuisd, had hij in general manager Donny Walsh zijn beschermheer gekend. Die liet hem zelfs zijn contract (32 miljoen gulden voor vijf jaar) verlengen op een moment dat de door blessures gekwelde Smits ervan overtuigd was te zullen worden verhandeld.

Maar hij bleef, viel op aanraden van Brown de nodige kilo's af zodat de gewrichten niet langer overbelast werden, en sloeg de weg omhoog in. Van lieverlee wierp Smits ook de natuurlijke schroom van zich af en bemoeide zich op het veld en in de kleedkamer steeds nadrukkelijker met speltechnische zaken.

'Ik ben nu eenmaal geen grote prater', weet Smits, die er onlangs door coach Brown zowaar op betrapt werd 'niet langer in die eeuwige autobladen weggedoken te zitten maar vrolijk mee te doen met het pokerspel'. Het is een subtiele vorm van wederzijdse acceptatie, die op het veld zelf tot stand is gekomen.

'Want daar moet je het toch laten zien. En de coach bepaalt of je al dan niet speelt', aldus Smits, wiens spelgemiddelde dit seizoen met acht minuten steeg tot iets boven het half uur per wedstrijd (vier maal twaalf minuten). Een grote sprong voorwaarts was ook zijn meer bekeken verdedigende spel, waardoor het aantal straffen sterk terugliep. 'Ik zwaai nu minder onbeheerst met mijn armen, en loop niet langer tegen onnodige persoonlijke fouten aan.'

De arbitrage kan er ook niet langer om heen. Met Smits' groeiende reputatie zijn de scheidsrechters minder snel geneigd in het nadeel van de Dunking Dutchman te fluiten. Met name in de afgelopen serie tegen Knicks-center Ewing waren de gewijzigde machtsverhoudingen merkbaar, menigmaal tot grote frustratie van de zwarte mastodont uit New York, wiens geweld de lange slungel uit Nederland niet tot domme manoeuvres kon verleiden.

Smits is nog maar weinig verwijderd van het niveau waarop illustere vakbroeders als Ewing, Hakeem Olajuwon, David Robinson en Shaquille O'Neal zich manifesteren. Zonder uitzondering speelden deze toppers in hun jongste jeugd reeds basketbal, Smits raakte pas op zijn vijftiende voor het eerst de oranje bal aan. 'Ik moet me op vele punten nog verbeteren', zegt Smits, kampioen in bescheidenheid en relativering. 'Ik ben er nog lang niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden