Smerige oorlog

De milieu-effecten van de vorige Golfoorlog zijn beter beschreven dan het aantal Irakese slachtoffers. 'Ecocide' maakt oorlog nog erger dan hij is....

In de twintigste eeuw werden wereldwijd ruim 250 oorlogen gevoerd die naar schatting 110 miljoen mensen het leven kostten; een veelvoud aan gewonden opleverden en meer dan een half miljard mensen van huis en haard verdreven. Dat oorlog óók het milieu vervuilt en ecosystemen beschadigt, lijkt daarmee vergeleken van ondergeschikt belang.

Niettemin trekt het milieuscenario van de oorlog in Irak op voorhand veel aandacht, vooral omdat een herhaling gevreesd wordt van het spectaculaire slotakkoord van de golfoorlog in 1991. Toen werden 600 Koeweitse oliebronnen door vluchtende Irakese troepen in brand gestoken en werd 150 miljoen liter olie opzettelijk vanuit bunkerplaatsen in zee geloosd: de grootste olielozing in de geschiedenis.

Volgens het Pentagon zijn nu ook in Irak oliebronnen ondermijnd en zou één bron in het zuiden van het land opzettelijk zijn opengedraaid om een meer van olie op het land te vormen. Rond strategische locaties zijn honderden loopgraven aangelegd die met olie gevuld worden en kunnen worden aangestoken. Die tactiek werd ook in de oorlog van 1991 toegepast. Zware rookwolken maken het gebruik van lasergestuurde bommen lastig en veroorzaakten destijds enkele afzwaaiers.

Het milieu speelt in de strategische planning van de huidige Irak-oorlog echter geen rol. Volgens het Amerikaanse blad New Scientist (15 maart) heeft tot dusver niemand de mogelijke milieueffecten van de oorlog in kaart gebracht. Van voorzorgsmaatregelen tegen watervervuiling lijkt geen sprake. Voor de kust van Basra, één van de twee grote olievelden in Irak, worden bijvoorbeeld geen oliebergingsvaartuigen in gereedheid gehouden.

De milieugevaren in Irak komen van verschillende kanten. Chemische fabrieken in Irak zijn strategisch doelwit van de eerste ronde bombardementen. De grootste chemische complexen zijn gevestigd aan de rivieren Tigris en Eufraat. Het is waarschijnlijk dat deze rivieren, die gebruikt worden voor drinkwaterwinning, sterk vervuild zullen raken door oorlogshandelingen.

De door Saddam veroorzaakte milieuramp in Koeweit werd in 1991 wereldwijd veroordeeld en is nauwkeurig in kaart gebracht. De gevolgen ervan zijn, cynisch genoeg, beter berekend dan het aantal menselijke slachtoffers dat in Irak te betreuren was.

In 1991 regende het acht maanden lang stof en zwavel uit donkere roetwolken boven Koeweit, zuid-Irak en Saoedi Arabië. In theorie heeft dat enkele honderden (extra) doden veroorzaakt onder mensen die toch al kwetsbaar waren door long- of ademhalingsmoeilijkheden.

In de Perzische Golf raakte het koraal beschadigd en overleden tienduizenden vogels en vissen aan olievervuiling. De commerciële garnalenvisserij viel voor enkele jaren stil. In de woestijn ontstonden meren van weggelopen olie, samen vijftig vierkante kilometer in omvang. Veertig procent van de ondergrondse zoetwaterreserves van Koeweit is erdoor verontreinigd.

Ook de oorlog zelf had impact op het milieu. De erosie van de woestijn in Koeweit werd door het leger sterk bevorderd. De voertuigen reden de harde toplaag van de zandvlakte stuk, waardoor zandstormen en duinvorming ontstonden. Die duinen rukken inmiddels langzaam op richting Koeweit stad.

Het meest apocalyptische scenario kwam echter niet uit. Zware rookwolken hielden het zonlicht weg en leidden tijdelijk tot iets lagere temperaturen in de regio. Maar ze veroorzaakten géén nucleaire winter, zoals de inmiddels overleden Amerikaanse wetenschapper Carl Sagan voorspelde.

Ook de schade in de Perzische Golf viel uiteindelijk mee. Die zee was volgens het Britse World Conservation Monitoring Centre sowieso al ernstig vervuild, en de hoge temperaturen zorgden voor een relatief snelle afbraak van de olie. De opruimwerkzaamheden werden met veel geld en energie ter hand genomen. Ze kostten 700 miljoen dollar en werden grotendeels betaald door Koeweit, die de rekening vergeefs op Irak probeerde te verhalen.

Historsich gezien was de sabotage van Koeweitse oliebronnen niets bijzonders. Zowel in de eerste als tweede wereldoorlog zetten Britse troepen olievelden in Roemenië in brand om te voorkomen dat de vijand er profijt van zou hebben. Ook Rusland en Duitsland beproefde de tactiek van de 'verschroeide aarde': een complete verwoesting van oogst, fabrieken en gebouwen om oprukkende troepen alle faciliteiten te ontnemen.

In de Koreaanse oorlog bombardeerde de Verenigde Staten stuwdammen om overstromingen in Noord-Korea te veroorzaken. Boven Noord-Vietnam werd drie miljoen liter van het ontbladeringsmiddel agent orange uitgesproeid, waarvan de ecologische gevolgen tot aan vandaag merkbaar zijn. Ook ontwikkelde Amerika tijdens de Vietnamoorlog technieken om regenval uit wolken te forceren. Dat zou voor vijandelijke overstromingen moeten zorgen, maar de proeven faalden.

Tegenwoordig is het milieu voor het Amerikaanse leger nog steeds geen prioriteit, blijkt ondermeer uit de begroting voor 2004 van het Pentagon. Daarin vraagt de legerleiding de regering om ontheffing bij naleving van de Clean Air Act tegen luchtverontreiniging, de Endangerd Species Act voor de bescherming van bedreigde diersoorten en de Marine Mammal Protection Act waarin de bescherming van zeezoogdieren is geregeld.

De milieuwetten hinderen het leger in haar oefeningen, stelt het Pentagon. Zo lijkt het gebruik van uiterst krachtige sonarapparatuur dodelijk voor walvissen: tientallen van die beschermde dieren zijn dood aangetroffen na het testen van de nieuwe apparatuur. Volgens de Amerikaanse milieubeweging zijn tijdelijke juridische vrijstellingen nu al mogelijk. Ze worden echter zelden aangevraagd of verleend.

Een vergelijkbare situatie als in Koeweit deed zich voor in de Kosovo-oorlog in 1999, toen de NATO chemische fabrieken, kolencentrales en olieraffinaderijen in Joegoslavië bombardeerde. Dat leidde tot forse giflozingen op de Donau en tot ernstige lucht- en bodemvervuiling in de steden Pancevo, Kragujevac en Bor.

Het was geen landelijke milieucatastrofe maar een 'probleem met lokale hot spots waar onmiddellijk actie ondernomen moet worden', concludeerde een VN-missie die binnen enkele weken ter plaatse was. Niettemin beschuldigden de Servische autoriteiten de NAVO van 'ecocide', een moedwillige, grootschalig georganiseerde vernietiging van het milieu.

Dergelijke aanslagen op het milieu zijn in het internationaal oorlogsrecht verboden. Protocol 1, een aanvulling op de Geneefse Conventie die in 1977 van kracht werd, verbiedt oorlogsmethoden die als doel hebben 'grootschalige, langdurige en ernstige schade' te veroorzaken aan de natuurlijk leefomgeving.

Het protocol werd ondermeer geschreven in reactie op het gebruik van omstreden chemische ontbladeringsmiddelen in Vietnam. Rechtskracht in de huidige Golfoorlog heeft de afspraak niet. De Verenigde Staten hebben het protocol niet ondertekend, evenmin als Irak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden