Smerig spul is het, die wiet, maar er kleeft toch nostalgie aan

Beeld Gabriel Kousbroek

Ik heb een gruwelijke pesthekel aan wiet. Een ex kettingrookte altoos enorme toeters White Widow, Purple Haze, Gorilla Glue en Royal Dwarf in de echtelijke slaapkamer, met de ramen potdicht en de centrale verwarming op tien. Alleen al van de smerige dampen moest ik kokhalzen. Ik heb een bijzonder hoge tolerantiedrempel wat levensgevaarlijke harddrugs betreft, maar van een hijsje wiet ga ik meteen knock-out.

Eind jaren zeventig landde ik hartje winter in Boston en kreeg ik van mijn pennenvriend Tom Hogan op de parkeerplaats van de luchthaven een enorme chillum propvol Pink Hawaiian in mijn muil geschoven, plus een fles Southern Comfort.

Het laatste wat ik mij herinner van die Cheech and Chong-achtige situatie in Toms oranje kever, was dat ik zijn long johns (een thermische, lange onderbroek) moest aantrekken. Het was dan ook 25 graden onder nul. Ik wist toen nog niet dat Tom van de verkeerde kant was.

Twee dagen later herrees ik uit de dood. Tom, die naast me lag, zei dat het door de jetlag kwam en niet door zijn relaxte, lichte wietje. Sindsdien raak ik die teringzooi niet meer aan.

Aan dit alles moest ik met gemengde gevoelens denken toen ik in de Volkskrant een fraai portret van Kees Hoekert las. De grootvader van de nederwiet had op 88-jarige leeftijd de pijp aan Maarten gegeven. Ineens was ik weer terug in Mokum waar ik om de hoek van de stinkende wietboot van Kees woonde. Vaak stommelde hij stomdronken mijn stamcafé Confianza op het Kadijksplein binnen, vergezeld door anti-rook-magiër Robert Jasper Grootveld. Andere notoire stamgasten van Confianza waren Ramses Shaffy, Wally Tax en Mike von Bibikov, lijsttrekker van de Reagering en bekend van megafoon, klappertjespistool en zijn verkiezingsleus 'Den Haag het land uit, te beginnen uit Amsterdam.'

Verder bestond de klandizie uit over de barkrukken gezakte temeiers, Surinamers, kickboksers van diverse etnische komaf en de nodige drugsbaronnen. 'D'r zit hier minimaal duizend jaar lik', riep barkeeper Herman altijd met gepaste trots.

Uitbater Ben was hasjdealer, beroepsgokker, slager en paardenfokker en kon met zijn pokerponem en stuntelige motoriek zo in een willekeurig seizoen van Fargo terecht.

De wietlucht in Confianza was te snijden, vooral als Kees er was. Die stank nam ik maar voor lief.

Met de grootvader van de nederwiet stierf er weer een mootje Mokum. Er blijft niks meer over van mijn ranzige stad. En dat is de paradox: als iemand in de Algarve een stinkjoint opsteekt, moet ik altijd terugdenken aan mijn gouden tijden in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden