Sly, Syd, Gorillaz: Overzicht van nieuwe Britse muziekbladen

Gisteren 32 euro uitgegeven aan de nieuwe Britse muziekbladen. Het aardige van Waterstone's in Amsterdam is niet alleen dat ze net iets eerder zijn dan de Ako- en Bruna-keten, maar dat ze ook een fijne spaarkaart hebben. Ik had de laatste maanden genoeg bij elkaar gespaard om The Pregnant Widow, de nieuwe roman van Martin Amis gratis en voor niks te mogen meenemen, dus dat scheelde alvast 26 euro.

Wire is nog toe aan het februari nummer, maar de meestal gelijktijdig verschijnende Q, Uncut en Mojo leven al in maart 2010.

Wire krijgt het ook deze maand weer voor elkaar met artiesten te komen van wie ik nog nooit gehoord had als Eliane Radigue, Mattin, en Wadada Leo Smith. Het probleem is ook deze maand een beetje dat ze niet erg hun best doen deze mensen helder te introduceren. Ik heb het blad nog maar even terzijde gelegd.

Bij de recensies viel me vooral een bespreking van een Alan Lomax-box met 10 cd's met oude field music uit Haïti op. Duidelijk geschreven voor de aardbeving daar, anders was het vast anders geëindigd dan met de regels: Maybe Haiti is more like our future, and not our past, than we even begin to suspect.

In de andere drie bladen goeddeels dezelfde album recensies: Corine Bailey-Rae, Hot Chip, Ali Faka Touré And Toumani Diabaté, Massive Attack en Peter Gabriel. Ook het enthousiasme is eensluidend, veel vier sterren, al meende Uncut Field Music zelfs met 5 sterren te moeten honoreren.

De features in Uncut zijn me deze maand het minst boeiend. Joy Division? Daar heb ik de afgelopen tijd net iets te veel over gelezen. De insteek: dertig jaar geleden trokken ze van Manchester naar Londen om Closer op te nemen, is me net iets te mager.

Een stuk aardiger vond ik het verhaal over Free. Een Britse rockband die begin jaren zeventig alles had om echt groot te worden, maar onderlinge ruzies tussen bassist Andy Fraser en zanger Paul Rodgers voorkwamen dit. Vervelend voor hun, maar nog meer voor de toen piepjonge gitarist Paul Kossoff. Een junk van een jaar of 18, die toen de band in 1972 door Rodgers ontbonden werd helemaal aan lager wal zou raken en in 1975 zou overlijden.

Nog altijd leven Rodgers en Fraser in onmin met elkaar. Ze spraken elkaar in 2006 voor het laatst. Fraser: 'I don't see Free re-forming. It's more likely that we all re-marry our first wives."

Aardig ook omdat dit verhaal nu eens niet is opgehangen aan een nieuwe box, film of biografie.

Langer heb ik gelezen in Q. Het 'gesprek' tussen voetballer Wayne Rooney en Stereophonics zanger Kelly Jones heb ik voor kennisgeving aangenomen. Goed geschreven, maar weinig relevant vond ik de reportage met de volgens mij vorig jaar behoorlijk geflopte Mika.

Handig is het overzicht met 20 relevante 'nieuwe' Amerikaanse gitaarbands. Oud nieuws voor het Twitter-volk waartussen ik me sinds een week begeef, maar nuttig voor iedereen die niet iedere dag naar Pitchfork kijkt waar ze nu weer naar moeten luisteren.

Meest intrigerend is de cover-story over Gorillaz, die in weerwil van eerdere berichten binnenkort met een nieuw album komen, en op festivals gaan spelen. De vorm is verwarrend: Gorillaz bestaat uit fictieve stripfiguren die aan het woord komen. Ik vermoed dat Damon Albarn degene is die Q gesproken heeft.

Hoe dan ook, een zeer leesbaar verhaal en alleen de lijst met gasten van Mos Def tot Bobby Womack, maakt nieuwsgierig.

Grappig dat Paul Witteman, die een paar jaar geleden door zijn redactie was ingefluisterd dat het een schande was dat Gorillaz niet op Pinkpop kwamen, en hier Jan Smeets ook over ter verantwoording riep, misschien alsnog zijn zin krijgt.

Kocht ik deze maand maar 1 blad (voor wie vooral benieuwd is naar nieuwe plaatrecensies volstaat 1 van de 3 bladen) dan zou dat Mojo zijn.

Tuurlijk het verhaal over Syd Barrett is mooi, net als de exegese van Paul Drummond over het hoesontwerp van The Madcap Laughs, maar het meest bijzonder is het interview met Sly Stone.

Het is een verkorte weergave van de zoektocht die de Nederlander Willem Alkema met succes naar deze kluizenaar heeft ondernomen. Dit voorjaar verschijnt zijn documentaire op dvd en volgend jaar komt er nog een Nederlandse ! geautoriseerde biografie.

Alkema's verhaal is een fascinerend voorproefje, al weet ik niet of ik na talloze keren vergeefs afspraken gemaakt te hebben, zou openen met vragen over zijn kinderjaren. Jarenlang was Sly Stone volledig uit beeld en voor niets en niemand aanspreekbaar. Mede dankzij Alkema verscheen hij in 2007 op North Sea Jazz. Eerder was hij, een menselijk wrak, te zien op de Grammy Awards. Een gebeurtenis waar hij met grote weerzin aan terugdenkt.

Wat is er met hem gebeurd, hoe kon hij zijn talenten zo vergooien en valt er nog iets goeds te verwachten? Ik zou het allemaal niet weten.

Vind het wel leuk dat Nederlanders hier al het onderzoek hebben verricht.

Sly Stone bij de Grammy's haalde indertijd de voorpagina's. Benieuwd waar de Grammy's vannacht mee komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden