Sluiting van het Institut Néerlandais

De sluiting van het Institut Néerlandais is niet het einde van de Nederlandse culturele présence in Frankrijk, zegt Bart Hofstede, cultureel attaché te Parijs.

Wat is er na 1 januari aan Nederlandse cultuur te zien in Parijs?


'Allereerst: het IN gaat dicht, maar sommige activiteiten gaan door. Op 121 Rue de Lille blijft een ruimte voor exposities over oude en nieuwe kunst. De voorstellingen van Nederlandse films in Parijs zullen ook door gaan. Maar we verleggen de focus van het zelf presenteren van Nederlandse kunst naar het communiceren over Nederlandse kunst.'


Hoe wordt de Nederlandse cultuur dan aan de man gebracht?

'Het is de kunst om sleutelfiguren in de Franse kunstwereld te beïnvloeden, zodat ze zelf Nederlandse kunstenaars uitnodigen. Vaak is daar niet veel voor nodig. Nederland heeft voldoende kunstenaars met een goede internationale reputatie. En wij hebben een budget van vier ton per jaar waarmee we een handje kunnen helpen. Als cultureel attaché in Berlijn nodigde ik Duitse intendanten uit voor een reis naar Nederland, waar ze kunstenaars bezochten. Vaak werden daarna Nederlandse kunstenaars naar Duitsland gehaald. Zo exposeerden Jonas Staal, Yael Bartana en Renzo Martens op de Berlin Biënnale. Je weet natuurlijk nooit in hoeverre die stille makelaarsrol doorslaggevend is. Het zijn goede kunstenaars. Misschien waren ze anders ook gevraagd.'


Met het Institut Néerlandais verliest Nederland wel een herkenbare locatie in Parijs. Gaat er geen grote kracht uit van zo'n nationaal instituut?

'Dat geloof ik juist niet. Als kunstenaar wil je diep in je hart toch liever in het Centre Pompidou exposeren dan in het Institut Néerlandais? Ik wil overigens benadrukken dat het Institut Néerlandais niet sluit omdat de programma's ervan niet goud zouden zijn. Het gaat dicht omdat het te duur is. Maar het is mijn is mijn persoonlijke opvatting dat een nationaal instituut tegenwoordig niet meer zo effectief zo is.


'Het heeft iets merkwaardigs, een nationaal instituut, terwijl de Nederlandse kunstwereld zo kosmopolitisch is. Wat is een Nederlandse kunstenaar? Onze belangrijkste schilder, Marlene Dumas, wordt door iedereen als een Zuid-Afrikaanse beschouwd. Het Concertgebouworkest heeft een Letse dirigent, bestaat voor tweederde uit buitenlandse musici en speelt alleen buitenlands repertoire.


'Het is veel beter dat een kunstenaar door de internationale kunstwereld zelf wordt gebracht, net als in de wetenschap en de sport gebeurt. Door de goede contacten van mijn voorganger Jeanne Wikler met Marseille-Provence Culturele Hoofstad 2013 was Nederland daar sterk aanwezig, onder andere met een grote expositie van Joep van Lieshout. Dat is precies de manier waarop we gaan werken.'


Onomstreden was het nooit

Tot het einde van dit jaar is nog een expositie van Sanne Sannes te zien, de fotograaf die als geen ander de sensuele kant van de jaren zestig vastlegde. Daarna sluit het Institut Néerlandais na 56 jaar zijn deuren. Zo verdwijnt een instelling met een roemruchte geschiedenis. In de jaren vijftig verbleef Jan Wolkers een jaar in het IN, toen hij bij de beeldhouwer Zadkine studeerde. De viriele Wolkers domineerde het beschaafde instituut, maar gedroeg zich veel keuriger dan zijn legende doet vermoeden. Zo nam hij nooit vrouwelijk bezoek mee, omdat hij zijn vriendin in Amsterdam trouw wilde blijven. 'Wolkers kanaliseerde zijn libido door haar zeer expliciete tekeningen te sturen van wat hij plan was met haar te doen zodra ze elkaar weer zouden zien', schreef journalist Pieter van den Blink in 121 Rue de Lille, een in 2007 verschenen kroniek van 50 jaar Institut Néerlandais.


Het IN was een pleisterplaats voor Nederlanders, maar propageerde ook de Nederlandse cultuur in Frankrijk. Het instituut was de schepping van een eigenwijze Nederlander, de in Parijs wonende kunsthandelaar Frits Lugt (1844-1970). Dat was meteen ook de zwakke plek van het IN. Het bleef altijd enig in zijn soort, tot stand gekomen na eindeloos drammen door een hoekige man, een Fremdkörper in het Nederlandse cultuurbeleid.


In 1957 opende het IN met een succesvolle Rembrandt-expositie. In die eerste jaren was het Institut een traditionele instelling aan de Rue de Lille in het sjieke zevende arrondissement van Parijs, om de hoek van de Assemblée Nationale. Persoonlijk was Frits Lugt van mening dat er na 1800 geen kunst van enige betekenis meer was gemaakt. Mei 1968 trok dan ook geheel ongemerkt aan het Institut voorbij. 'Ik vond het er gezapig, alleen maar gericht op het establishment', zei Philip Freriks, destijds correspondent in Parijs, erover.


Vanaf de jaren tachtig rukte de moderne kunst echter onverbiddelijk op. In de jaren negentig won het IN verder aan levendigheid met memorabele debatten over euthanasie en drugsbeleid. 'In die drie keer dat ik er heb gewerkt, zag ik het Institut Néerlandais veranderen. Het imago van saaie enclave zal er nog lang aan blijven kleven, maar het is allang een fantastische plek. Als ik die drie openingen naast elkaar leg, zie ik een verschuiving. Elke keer was er jonger publiek', zei foto-expert Willem van Zoetendaal. Volgens chroniqueur Pieter van de Blink beleefde het IN zelfs zijn beste tijd onder directeuren Henk Pröpper (1998-2003) en vooral Rudi Wester (2003-2009).


Maar onomstreden was het nooit. Binnen het Nederlandse kunstbeleid zijn altijd twee kampen geweest, aldus Van den Blink. 'De stenen' vinden dat je een vaste plek moet hebben, een instituut dat een land statuur geeft. De 'busjes' vinden dat je erop uit moet trekken, het land in.


Een busje heeft één voordeel: het is een stuk goedkoper dan een instituut op een dure locatie met een vaste staf. In 1989 werd het IN al een keer bijna opgeheven. Maar toen het kabinet-Rutte I een recordbedrag op kunst bezuinigde, was het lot van het instituut bezegeld. Dat stemt op zijn minst tot weemoed. Wie straks door Parijs loopt zal een Zweeds, een Zwitsers of een Fins instituut tegenkomen. Maar de Nederlandse cultuur is zijn vaste plek kwijt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.