Sluit boek niet na zelfdoding kind

Om antwoord te kunnen geven op de vraag 'waarom?' moet er een wettelijke verplichting komen tot psychologische autopsie bij zelfdoding van kinderen.

RENE DIEKSTRA IS LECTOR EN JAKOP RIGTER; JANNEKE WUBSZIJN ONDERZOEKERS AAN HET LECTORAAT JEUGD EN OPVOEDING VAN DE HAAGSE HOGESCHOOL.

Wat gaat er om in een kind van 13 jaar in die laatste minuten? In die beslissende tijd waarin de gedachte aan zichzelf doden wordt omgezet in de daad. Hoeveel emotionele pijn moet een kind voelen en hoe wanhopig moet het zijn daar op geen andere manier een einde aan te kunnen maken dan door het niet-meer-zijn.

Volgens de theoloog-filosoof Søren Kierkegaard moeten we ons de hel voorstellen als het gevoel het niet-zijn liever te willen dan het zijn. Is het dat wat de 13-jarige Anass heeft gedreven tot zijn dood? Of de 15-jarige Fleur? Het helse gevoel liever niet meer te willen zijn dan gepest, vernederd en buitengesloten te zijn? We weten het niet.

Helaas, want zelfdoding door een kind is het verschrikkelijkste echec dat het leven - en daarmee wij allen - kan lijden. Als een kind geen veilige toekomst meer ziet, zich door niemand voldoende beschermd en aan de hand genomen voelt om de toekomst tegemoet te gaan, en daarom die toekomst voorgoed uit de weg gaat, dan is er iets fundamenteel mis. Met de situatie van het kind wel te verstaan, niet met het kind.

Hoe verschrikkelijk mis wordt onderstreept door het feit dat zelfdoding door kinderen niet per se een impulsieve daad is. Kinderen die zichzelf doden, doen dat niet zelden weloverwogen. Vaak geven ze tevoren, impliciet of expliciet, signalen af dat ze een suïcidale weg op gaan. Dat kunnen verschillende signalen zijn die meestal niet allemaal aan een en dezelfde persoon worden afgegeven.

Maar blijkbaar worden die signalen lang niet altijd opgevangen, laat staan begrepen en beantwoord. Zoals een jeugdwerker het formuleerde: 'Je gaat aan een kind van 13 dat het moeilijk heeft niet vragen of het er weleens aan denkt een einde aan zijn of haar leven te maken. Je brengt zo'n kind misschien wel op ideeën.'

Hoe begrijpelijk ook, deze opvatting is onjuist. Kinderen en jongeren ervaren het meestal als een grote opluchting als iemand hun suïcidale gedachten herkent en bespreekbaar maakt. Uit de bestudering van dagboeken en andere documenten die kinderen die zichzelf gedood hebben, hebben nagelaten, is ons gebleken dat het voornemen zichzelf te doden al maanden kan bestaan. En dat de wijze waarop het kind zichzelf wil doden al tot in detail kan zijn uitgedacht.

Het lezen van zulke sluimerende suïcidale scenarios, die als het ware liggen te wachten op een uitlokkende gebeurtenis of situatie om tot uitvoering te komen, is een schokkende ervaring, vooral in combinatie met uitlatingen die wijzen op motieven of redenen. Zoals het gevoel nergens bij te horen, volstrekt waardeloos te zijn, en de boosheid op anderen die dat in de hand hebben gewerkt. En vooral de wanhoop nooit uit die positie te zullen komen, het gevoel dat dit gevoel nooit overgaat.

In de periode 2009-2011 hebben, volgens opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 18 kinderen van 14 jaar of jonger een eind aan hun leven gemaakt. In de leeftijdsgroep 15-20 jaar waren dat er 133. Het is waarschijnlijk dat deze cijfers een onderschatting zijn, vermoedelijk met ten minste zo'n 20 procent.

Wat hebben we geleerd uit dat onthutsende einde van die kinderen? Als een kind is verongelukt, en helemaal als een kind is vermoord, dan zoeken we doorgaans tot in detail uit hoe dat heeft kunnen gebeuren, wat of wie daarbij betrokken is geweest en eventueel verantwoordelijkheid draagt. We hebben bij moord zelfs een heel justitieel apparaat ter beschikking dat, vaak jarenlang, blijft doorzoeken.

Maar als eenmaal is geoordeeld dat een kind zichzelf heeft vermoord, dan sluiten we als instanties en samenleving vrijwel meteen het boek. Zonder er iets wezenlijks van te hebben geleerd. Dat is beschamend en schadelijk. Schadelijk, want als kinderen als Anass en Fleur zelf een einde aan hun leven maken, dan is het antwoord op de vraag 'waarom?' van cruciale betekenis. Voor de familie, voor andere betrokkenen zoals leerkrachten, medeleerlingen, hulpverleners, voor ons allemaal. Wat niet weet, kan in de toekomst weer deren. Andere kinderen wel te verstaan.

Om die reden pleiten we in geval van zelfdoding door een kind voor een wettelijke verplichting tot psychologische autopsie. Psychologische autopsie is een methode die ruim dertig jaar geleden is ontwikkeld om door middel van interviews en andere onderzoeksmethoden gegevens te verzamelen omtrent oorzaken van en aanleidingen tot zelfdoding en ontwikkelingen in de laatste periode voorafgaande daaraan. De methode levert daarmee ook inzichten van belang voor toekomstige interventies en preventie.

Om precies die reden zou het beschamend zijn als het boek van Anass, Fleur of die tientallen andere kinderen gesloten wordt zonder dat psychologische autopsie is verricht. Als pesten een belangrijke rol heeft gespeeld, dan hebben we de plicht het hoe en waarom daarvan boven tafel te krijgen. Als andere factoren een belangrijke rol hebben gespeeld, dan hebben wij ook de plicht om dat uit te zoeken. En onze kinderen hebben het recht op zulk onderzoek.

Want hoe we het ook wenden of keren, als signaal van de kwaliteit van de kindertijd is zelfmoord verontrustender dan moord.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden