Sluis bij Lith snijdt zichzelf de grond in

Als een snijvorm in deeg hebben twee nieuwe sluishoofden zichzelf in de Maasbodem bij Lith gedrukt. Scherpe randen en vier gravende bouwvakkers deden het meeste werk....

CHRISTIAN JONGENEEL

ER LIGT EEN smal, langgerekt eiland in de Maas bij Lith. Aan de ene kant ervan liggen een stuw en een waterkrachtcentrale van het energiebedrijf Nuon. Aan de andere zijde ligt een sluis.

Voor die sluis ligt een file. Althans: soms. Vooral in de zomer kan de wachttijd voor vrachtschepen en jachten er flink oplopen. Filevorming is ongewenst en dus besloot de minister in 1993 tot de aanleg van een tweede sluis.

Theoretisch kon dat op drie plaatsen: ten noorden van de stuw, ten zuiden van de sluis en ertussenin, op het eiland. De keus viel op de laatste optie, omdat de werken zo binnen het bestaande sluisterrein vielen. Dan ging geen landbouwgrond verloren en was bovendien geen milieueffectrapportage nodig.

Alleen: hoe leg je een tweehonderd meter lange sluis aan op een eilandje? Een gewone bouwput maken is onmogelijk, want dan moet je al gauw het complete eiland weggraven. Dat probleem valt te omzeilen met rechtop staande stalen damwanden, maar dan loopt de put alsnog vol met grondwater. Dat is ruimschoots voorradig op een plek waar de Maas aan twee kanten voorbij komt zetten.

Maar ook voor dat grondwater bestaat een remedie: onder water een betonnen vloer aanleggen en dan de put leegpompen. Ideaal is dat niet; een betonbodem onder water aanleggen is lastig. Blijft over: het geheel bovengronds bouwen en daarna de grond in laten zakken. Dat gaat niet vanzelf, daar komt nogal wat inventiviteit aan te pas.

'Een sluis bestaat uit drie delen', legt projectleider ing. G. van de Haterd van de Bouwdienst Rijkswaterstaat uit. 'Er zijn twee sluishoofden - daar zitten onder meer de deuren in. Tussen de hoofden zit de kolk, waar de schepen komen te liggen.'

De sluishoofden zijn u-vormige bakken, ruim twintig meter breed en zeventien hoog. Een soort Arc de Triomphe, maar dan op zijn kop en wat hoekiger. Gewicht: dik zes miljoen kilo. Als zo'n gevaarte op maaiveldhoogte klaarligt, krijg je het met geen mogelijkheid meer de grond in.

Dus is het anders gegaan. De bouw van elk sluishoofd is begonnen met de aanleg van een zandterp in de vorm van een omgekeerd cakeblik, met schuine wanden dus. Die terp, ruim twee meter hoog, diende als mal voor de bodem van het sluishoofd. De betonnen poten van dat hoofd rustten op de schuine wand van de terp en voegden zich naar de vorm ervan. Die poten waren dus niet plat aan de onderkant, maar hadden een schuin omhoog lopende bodem met een relatief scherpe rand aan de buitenzijde.

Toen kwam de truc, die bekend staat onder de naam 'pneumatisch afzinken' en die hier voor het eerst op deze schaal in Nederland werd toegepast. In de bodem van het sluishoofd werden gaten geboord. Eén ervan was voor een luchtsluis waar mensen doorheen konden, een ander was bestemd voor een pomp, waarmee zand kon worden verwijderd.

Een vier man sterke ploeg bouwvakkers van Rijkswaterstaat daalde af door de luchtsluis en begon met het afgraven van de zandterp. Daardoor kwam het gewicht van het betonnen sluishoofd steeds meer te rusten op de scherpe randen. Die sneden het gevaarte de grond in, als een snijvormpje in een laag deeg. Het sluishoofd zakte langzaam onder zijn eigen gewicht.

Nee, die bouwvakkers die graven moesten, hadden geen leuk werk, geeft Van de Haterd toe. Ze stonden in een bedompte, slecht verlichte ruimte van twee meter hoog en boven hun hoofd bevond zich zesduizend ton beton die langzaam naar beneden kwam. Er was maar één manier om te voorkomen dat de arbeiders op den duur hun hoofd zouden stoten: de grond onder de voeten - onder het maaiveld dus - afgraven en met de zandpomp afvoeren.

DE WERKELIJKHEID was iets minder nachtmerrie-achtig. Door de manier van afgraven beheersten de bouwvakkers de snelheid waarmee de betonkolos zakte. Door een beetje meer aan de ene kant te graven dan aan de andere, konden ze het sluishoofd zelfs scheef laten zakken, wat uiteraard niet de bedoeling was. Het geheel moest met een nauwkeurigheid van vijf centimeter op de berekende plek uitkomen. Sensoren hielden dat bij. Zoiets gaat goed totdat de ploeg op grondwater stuit. Daarna heeft de ruimte onder het sluishoofd de neiging vol te lopen.

Bij het voorkómen daarvan was een rol weggelegd voor de luchtsluis, die de ruimte van de buitenwereld luchtdicht afsloot. Daardoor kon de luchtdruk in de ruimte steeds verder worden opgevoerd, tot maximaal 1,4 bar, om tegenwicht te bieden aan de waterdruk. De bouwvakkers konden, net als duikers, onder die druk nog net werken, maar moesten wel kerngezond zijn.

Op deze manier zakte de constructie per dag ongeveer een meter de bodem in. Zodra het sluishoofd op een diepte van veertien meter was aangeland - en er alleen nog een klein stukje boven de grond uitstak - werd alle ruimte eronder volgestort met beton, zodat alsnog een vlakke bodem ontstond die verder zakken uitsloot.

De laatste van de twee hoofden in Lith ligt sinds afgelopen maandag op zijn plek. In de (nog provisorisch afgesloten) u-vormen kon worden begonnen met de afwerking, zoals het aanbrengen van de sluisdeuren.

Ondertussen is er ook een aanvang gemaakt met de aanleg van de kolk. Voor de wanden daarvan worden sleuven uitgegraven, zeveneneenhalve meter breed en negentien meter diep, en tijdelijk gevuld met bentoniet, een soort vloeibare klei. Nadat de wapening in de sleuf is afgezonken, wordt die volgestort met beton, terwijl het bentoniet wordt weggepompt. Op die manier komen over de lengte van de sluis achter elkaar betonnen platen in de grond te staan. Zodra over de volle lengte de platen klaarstaan, begint het afgraven van de grond in de sluis.

Halverwege dat graafwerk is verankering nodig, omdat anders aan één kant de vrijkomende wand naar binnen wordt gedrukt door het gewicht van de grond aan de andere zijde. De verankering vindt plaats door kabels in de grond buiten de sluis te brengen en vervolgens onder hoge druk grout (een soort beton) in te spuiten.

Zo ontstaan in de bodem dikke betonproppen die met een kabel aan de damwand trekken - in feite precies zoals een anker aan een schip trekt. De betonnen vloer van de sluis wordt eveneens in de grond verankerd om te voorkomen dat het grondwater hem omhoog duwt.

Pas als de betonconstructie helemaal af is, begint het graven van de havens van en naar de sluis. In mei 1999 zullen de files tot het verleden moeten behoren.

Christian Jongeneel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden