Analyse Jeugdzorg

Slogan van nieuwe jeugdzorgoperatie klinkt vertrouwd: gezin en hulpverlener centraal

Jeugdzorgwerkers uit Brabant staken in de hoop op meer geld en minder administratiedruk. Beeld ANP

Het leek in Haagse ogen ooit dé oplossing voor alles wat er misging in de jeugdzorg: decentralisatie. Kind, gezin en hulpverlener zouden voortaan centraal staan. De werkelijkheid bleek weer eens weerbarstig. 

Tien jaar geleden alweer stond minister Rouvoet, minister voor Jeugd en Gezin in het vierde kabinet-Balkenende, het water aan de lippen. Achtentwintig onderzoeken lagen er op zijn bureau naar wat er mis was met de jeugdzorg. In een spaghetti van zorginstellingen, onafhankelijke ‘indicatiestellers’, Rijk, provincies en gemeenten gingen jongeren onderuit. Het 29ste onderzoek werd hem door de Tweede Kamer opgedrongen en kwam een jaar later tot dezelfde conclusie en bijbehorende aanbeveling: de verantwoordelijkheid, de financiering en de zorg voor de probleemjeugd moesten grotendeels bij de gemeenten worden gelegd. Dat bood de beste garantie om de bureaucratische moloch af te breken. Voortaan dienden kind, gezin en hulpverlener centraal te staan.

Wirwar van overleg

De kabinetten Rutte I en II maakten er werk van. Onder twee randvoorwaarden. Eén: om een nieuwe wirwar van overleg te voorkomen, zou het aantal gemeenten worden ingeperkt tot maximaal honderd. Twaalf provincies werden in dat plan vijf ‘landsdelen’. Iedere gemeente moest met minstens 100 duizend inwoners voldoende schaalgrootte en budget krijgen om de inkoop van de zorg adequaat te regelen. Twee: aangezien het toch allemaal efficiënter zou worden, diende er ook 15 procent bezuinigd te worden. Het was op het hoogtepunt van de financiële crisis.

Maar het liep anders. De grootscheepse gemeentelijke herindeling was het eerste plan dat Rutte II in 2013 liet vallen. Het ging roemloos ten onder in een kakofonie van luidkeels protesterende gemeenten die hun autonomie niet wensten op te geven.

De bezuiniging daarentegen bleef wel gewoon staan. Het resultaat werd vrijdag opgetekend door het derde kabinet-Rutte: inderdaad is de jeugdzorg laagdrempeliger geworden. Er zijn veel meer jongeren in beeld gekomen. Meer van hen krijgen ook na hun 18de nog hulp. Maar organisatorisch en financieel is er allesbehalve vooruitgang. In een nieuwe spaghetti van overlegstructuren – nu vaak met vele gemeenten – zoeken hulpverleners hun weg, terwijl zij jaarlijks geld tekortkomen om iedereen op tijd de juiste zorg te bieden.

Omvallende jeugdzorgorganisaties

De grote toeloop zorgt voor lange wachtlijsten. Die worden in de hand gewerkt door gemeenten die onder financiële druk karige contracten afsluiten met jeugdhulpinstellingen, die daarop op hun beurt in financiële problemen komen. Inmiddels dreigen pijnlijke faillissementen van diverse zorginstellingen. In Noord-Brabant en Utrecht moest het kabinet er recentelijk aan te pas komen om te voorkomen dat grote jeugdzorgorganisaties zouden omvallen.

De remedie die Rutte III vrijdag presenteerde, doet denken aan die van Balkenende IV, maar dan omgekeerd: in elk geval de gespecialiseerde jeugdzorg – voor mishandelde en verwaarloosde kinderen – wordt weer boven de gemeenten uit getild, naar regionaal niveau. Boven samenwerkingsverbanden van gemeenten moet één opdrachtgever komen te staan, zodat de hulpverleners veel bureaucratie uit handen wordt genomen. Ook vertrouwd klinkt de slogan die deze nieuwe operatie begeleidt: voortaan moeten het gezin en de hulpverlener centraal staan.

Inkrimping van het aantal gemeenten zou een andere optie kunnen zijn, maar daar durft niemand op het Binnenhof sinds 2013 zijn vingers nog aan te branden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden