Slingeren tussen overgave en weerzin

DE BBC zond zondagmorgen, ter afsluiting van de Spelen, een interview uit met de Australische Cathy Freeman, die door de Britse omroep was uitgeroepen tot 'Koningin van de Spelen'....

Wat, vroeg Brendan Foster aan Freeman, zat de atlete nou eigenlijk te doen daar op de baan, nadat ze de 400 meter had gewonnen, miljoenen Australiërs dolgelukkig had gemaakt en zichzelf een legende?

Goed! Dat was precies wat ik wilde weten - heel soms hoor je op tv wel eens een vraag stellen waarvan je denkt: inderdaad, dat wilde ik ook weten. (De standaardvragen van de NOS-equipe - 'Goud!' en 'Had je dit vantevoren gedacht?' - horen daar nooit bij.)

Freeman begon na haar overwinning niet wild te dansen van vreugde. Ze ging niet onmiddellijk op zoek naar een vlag. Ze viel niemand in de armen. Ze barstte niet los in een onstuitbare huilbui.

Ze ging in haar dooie eentje op het tartan zitten en raakte zo te zien in gedachten verzonken. Het leek of ze zweefde, mediteerde. Dit duurde enkele minuten. Je voelde de cameraman zenuwachtig worden. Waar bleven de clichés? (Het was de afgelopen twee weken veruit de mooiste reactie op goud, maar daar gaat het nu even niet om.)

Wat, wilden Foster en ik graag weten, dacht Freeman, terwijl ze zat en zweeg, temidden van 112 duizend juichers?

De grote kampioene antwoordde ongeveer het volgende: 'Soms lijkt het alsof ik uit mezelf treed. Dan kijk ik van een afstandje naar Cathy Freeman, en dan zie ik iets heel kleins. Dat had ik ook toen ik had gewonnen. Ik zag mezelf in dat stadion, zittend op de baan. Ik zag al die mensen juichen. Het was surrealistisch. Het was bizar. Dat moest ik even verwerken.'

Ik vond het de mooiste woorden van de Spelen in Sydney.

Cathy Freeman moest daar op het tartan even alles op alles zetten om niet ter plekke gek te worden. Ze had even bezinning nodig om zich het normale van de krankzinnigheid - of het krankzinnige van de normaliteit - te realiseren: dat ze een heel land gelukkig had gemaakt door een hardloopwedstrijd te winnen.

Nooit eerder sprak een topsporter woorden waarin ik mezelf zo sterk herkende - al heb ik zelf nooit aan topsport gedaan. (Op nummer één stond tot dusver de uitspraak van Bart Veldkamp, na weer een verprutste race: 'Ik ben een grote klootzak.')

Ik heb de afgelopen weken heel veel naar sport gekeken. Ik kan ervan genieten als iemand een mooie zege boekt. Maar op het moment dat de finish is gepasseerd, als de wedstrijd is afgelopen en de rituelen van overwinning en verlies in gang worden gezet, haak ik af.

Ik krijg nooit tranen in de ogen bij het Wilhelmus. Er lopen geen rillingen over mijn rug bij het zien van een atleet die rondholt met de vlag. De slijminterviews met de winnaar vind ik afschuwelijk, napraten over de voorbije wedstrijd onverdragelijk. Zo'n Van Moorsel met het volkslied in het Holland House, weerzinwekkend tafereel.

Het gevecht is over en ik krijg het Freeman-gevoel: surrealistisch, bizar. Het hele idee van topsport komt me plotseling volkomen absurd voor. Ben ik gek?

Terwijl ik even daarvoor nog in opperste bewondering zat te kijken, zie ik de winnaar op het erepodium en denk: Dus die man heeft het verst gesprongen? So whát? Niks beters te doen? En zíj tikte als eerste aan na vijftig meter vrije slag? Wat een verbijsterend mesjogge bezigheid, vijftig meter om het hardst in een zwembad. Zat ik daarom zo te schreeuwen?

Het valse pathos van zo'n sluitingsceremonie is aan mij niet besteed. Nog erger dan de openingsceremonie, eigenlijk. Steeds het schuldige gevoel: naar welke absurdistische voorstelling heb ik de afgelopen weken eigenlijk zitten kijken? Wie heeft me in vredesnaam wijsgemaakt dat het van het grootste belang was dat we zo hoog mogelijk eindigden in de medaillespiegel? (Antwoord: ikzelf.)

Door het geslinger tussen overgave en weerzin, ben ik na elke Olympische Spelen volkomen uitgeput en heb ik zeker drie weken nodig om de twijfel aan mijn geestelijke gezondheid van me af te schudden.

Maar dankzij Cathy Freeman is dat nu anders. Zelfs olympisch kampioenen hebben het, gelukkig. Zij is ook mijn koningin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden