Slimste jongetjes worden misschien ooit wereldleiders

Li en Li worden in 2012 misschien wel de nieuwe leiders van China. Ze zijn hervormingsgezind, maar met mate. En bekommerd om het milieu....

De ingenieurs gaan plaatsmaken voor economen en juristen, klinkt het in de wandelgangen. Het 17de Congres loopt ten einde, maar achter hermetisch gesloten deuren vallen de komende dagen nog de belangrijkste besluiten: wie komt er naast Hu Jintao in het Staand Comité, het dagelijks bestuur van het Politbureau, het hoogste echelon van de CPC?

De nieuwe gezichten naast de partijleider zullen de beide Li’s worden: Li Keqiang en Li Yuanchao. Dat voorspelt weer een andere Li, Cheng Li, Peking-watcher voor de China Leadership Monitor van het Hoover Instituut bij de Amerikaanse Stanford Universiteit. Nee, geen van drieën is familie, China kent simpelweg maar een klein aantal achternamen.

Cheng Li loopt al wat langer mee in de wandelgangen van de Chinese macht. Zijn beschrijving van de mannen die volgens hem de kroonprinsen zijn om vanaf 2012 het roer over te nemen van het huidige leidersduo, de ingenieurs Hu en Wen, is fascinerend leesvoer.

Achter de dorre façade van het Politbureau en CPC-Congres komen opeens echte mensen tot leven. De volgende wereldleiders uit China kunnen zomaar milieubewust zijn en sociaal bewogen – ja, één spreekt mogelijk zelfs een aardig woordje Engels, en de ander houdt van tennis.

Wat de beide Li’s tot kroonprinsen maakt, is dat ze samen in de jeugdliga van de Partij zaten toen Hu daar ruim twintig jaar geleden chef was. Zoiets kan een levenslange band smeden: met de opmars van Hu in de hiërarchie stegen ook zijn ligavrienden mee.

Er is meer: de Li’s zijn de slimste jongetjes van wat in China de ‘Klas van 1982’ heet: de generatie talentvolle jongeren die terugkeerden na de chaos en terreur van de Culturele Revolutie.

Beide Li’s werden als scholieren naar het platteland gestuurd, en vooral Yuanchao’s familie, hoog partijkader, werd vernederd door Mao’s Rode Gardisten. Keqiang had minder last, zijn vader was een lage functionaris. Na de dood van Mao pakten ze de draad op: eerst naar de universiteit, daar bij de jeugdliga, en vervolgens gestaag carrière maken in de Partij. De moeilijke periode van 1989, toen de roep om hervormingen in Peking en andere steden door het leger werd onderdrukt, kwamen ze, samen werkzaam op het landelijk bureau van de Jeugdliga en voorzichtig hervormingsgezind, redelijk ongeschonden door.

In de provincies waar de Li’s nu de Partij leiden, staan ze bekend als redelijke bestuurders, vertegenwoordigers van een nieuwe generatie die geleidelijk naar meer durft te kijken dan alleen economische groei. Vooral Li Yuangchao toont in Jiangsu dat hij gevoelig is voor brandende kwesties als het milieu, corruptie en de tweederangs behandeling van China’s leger binnenlandse gastarbeiders.

Natuurlijk: hoe hoger je komt in de Partij, hoe behoedzamer je wordt. In 2012 zullen er vast geen grote hervormers aantreden. Maar de Li’s kunnen wel accenten verleggen, zoals Hu en Wen dat ook doen: vastberaden, maar behoedzaam en met mate.

Typerend voor China’s kroonprinsendebat is overigens de wijze waarop de staatsmedia erover berichten: niet. Bij persbureau Nieuw China geen letter over wie de kandidaten zijn voor de machtigste functies – laat staan over de opvattingen die de uitverkorenen misschien nog hebben. Het is typerend voor de patriarchale wijze waarop de leiding met het volk omgaat: de Chinese burger hoeft niet precies te weten wie of wat goed voor hem is, dat regelt de Partij.

Voor de ruim tweeduizend kaderleden die als afgevaardigden het 17de Congres vullen, betekent het dat er amper iets te kiezen valt – als zij dat al zouden willen, want de meesten zijn gehoorzame volgelingen uit Partij, staat en leger. Slechts een minderheid bestaat uit ‘grassroot’-leden, en zij worden doorgaans ook niet geselecteerd op hun gewaagde gedachtegoed. De leiding kookt voor, het congres mag een stempel zetten.

Partijleider Hu beloofde aan het begin van de week meer democratie binnen de Partij, maar dat geldt alleen onderaan de ladder. Daar waar het erop aan komt, in de top, wenst de leiding geen ruis.

Partijhervormingen kunnen beter heel geleidelijk gaan, is het motto in Peking. Zo hard als de economie gaat, zo langzaam voltrekken politieke veranderingen zich in China. Die schuiven de ingenieurs Hu en Wen liever door naar de volgende generatie leiders, de Li’s, de economen en juristen. Of zou het toch Wang worden?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden