Slimme vogel

Het Mauritshuis heeft niet alleen een topcollectie, het heeft zelfs enkele iconen in huis. Wat is er voor nodig om van meesterwerk tot icoon te transformeren, zoals Fabritius' Puttertje het afgelopen jaar overkwam - of is dat vogeltje misschien eerder een hype?

'Een stijlvolle snoekduik.' Nu al lijkt de 'wereldgoal' van de zwevende Robin van Persie, in de wedstrijd tegen Spanje, uit te groeien tot hét voetbalmoment van deze wereldkampioenschappen voetbal. Nog voordat Van Persie weer op de grasmat belandde, stond internet al vol met vergelijkbare foto's, van Nederlanders die Van Persies zweefvlucht probeerden te imiteren. In het zwembad, de tuin, op de picknicktafel, in de huiskamer.


Nu wás het ook een actie van bovennatuurlijke schoonheid. Bovendien was het een doelpunt met een verhaal. In die ene zweefvlucht kwam alles bij elkaar. Het doelpunt betekende niet alleen het kantelpunt in de wedstrijd, na een vroegtijdige achterstand, maar leek plots ook de voorbode van een gunstig wereldkampioenschap. Alles samengebald in dat ene prachtige moment.


Een icoon in the making - het overkomt je niet dagelijks. Ook niet in de beeldcultuur. Het verschil tussen een 'gewoon' meesterwerk en een werk met super triple A-status is blijkbaar toch nog beduidend en slechts voor weinigen weggelegd. Denk aan Da Vinci's Mona Lisa, De schreeuw van Edvard Munch, het portret van Che Guevara, Robert Capa's foto van de sneuvelende Spaanse strijder of de trappenscène uit Eisensteins film Potemkin. Iedereen kent ze. Het zijn beelden die op je netvlies staan gebrand.


Wat maakt een beeld tot een iconisch beeld? De vraag is evident, ook voor het Mauritshuis. Het Haagse museum bezit namelijk al een fantastische collectie met genrestukken van Jan Steen, Rembrandts Anatomische les, een sneeuwlandschap van Avercamp of De stier van Paulus Potter. Een kleine, maar homogene verzameling met een grote dichtheidsgraad aan kwaliteit.


Toch blijken er twee schilderijen met kop en schouder bovenuit te steken: Johannes Vermeers Meisje met de Parel en Het puttertje van Carel Fabritius. Eerstgenoemde behoort zelfs tot de toptien van beroemdste werken wereldwijd.


Op zich verbeelden ze twee relatief gewone en eenvoudige onderwerpen. Het ene: het gezicht van een meisje met een parel in haar linkeroor dat je over haar schouder aankijkt. Het andere: een gevlekt distelvinkje dat eenzaam tegen de achtergrond van een lichte muur is geschilderd, zijn ogen wat bangig op de toeschouwer gericht.


Twee eenvoudige voorstellingen, uiterst realistisch geschilderd, die evenwel tot de premier league van wereldtoppers behoren. Dankzij hun aanwezigheid trok de wereldtournee van de Mauritshuis-collectie de afgelopen twee jaar ruim 2,2 miljoen bezoekers. Als ze vanaf volgende week weer in het museum te zien zijn, verwacht het Mauritshuis wederom grote belangstelling.


De twee zijn de unique sellingpoints van het instituut. Niet voor niets zal tijdens de openingsceremonie het schilderij van Vermeer, geëscorteerd door ruiters, musici en 'het meisje in levende lijve', in een enorme transportkist worden binnengedragen, gelijk een relikwie. Ook het succes van Het puttertje van Fabritius heeft voor het museum zo zijn gevolgen: na de heropening hangt het minuscule schilderijtje niet langer in de hal, maar tegen een aparte wand op zaal, waar het beter door een bezoekersmassa kan worden bewonderd kan worden.


Beroemd waren de twee werkjes lange tijd niet. Hun bekendheid kwam aanvankelijk maar langzaam op gang. Zo bleven de terughoudende taferelen van Vermeer tot ver in de 19de eeuw onzichtbaar tussen het artistieke geweld van zijn tijdgenoten, als Frans Hals en Rembrandt. En het Meisje was daarin geen uitzondering. Sterker, Vermeer was toch in de eerste plaats de schilder van zijlings belichte huiskamers waar altijd wel iemand aan het lezen of kantklossen was. Beroemde schilderijen, maar zonder een iconische uitschieter.


Bij Het puttertje was de achterstand nog groter. Fabritius was een leerling van Rembrandt geweest en vroeg gestorven. Hij bleef lange tijd de belofte die nooit tot volle wasdom was gekomen. Een knappe schilder, daar niet van, maar met een beperkt oeuvre. En Het puttertje was misschien wel een gek schilderij - wie schildert er nou een portret van een onbeduidend vogeltje? - maar niet onderscheidender dan een bosje asperges, zoals Adriaen Coorte die had weergegeven.


Feitelijk zijn er twee aanwijsbare gebeurtenissen geweest die tot hun bovenmatige populariteit hebben bijgedragen. In het geval van Meisje met de parel: een film. Peter Webbers Girl with a Pearl Earring (2003) betekende voor het schilderij een ongekend succes. Wat tot dan toe in het museum voor een relatief bescheiden publiek te zien was geweest, kreeg via het filmdoek wereldwijde (media)aandacht. Vooral door de onschuldig kijkende, maar intens sensuele Scarlett Johansson als parelmeisje, en de flirtende Colin Firth als Vermeer.


Bij Het puttertje gebeurde iets vergelijkbaars. Lange tijd leidde het kleine schilderijtje een leven in de schaduw van het werk van de Grote Jongens uit de 17de eeuw, totdat vorig jaar een roman van Donna Tartt verscheen, met dezelfde titel en een coverafbeelding waarbij het lijkt alsof het vogeltje zich een weg pikt door de kaft.


Plots was er een doorbraak, voor beide schilderijen. Niet zo vreemd. Navolging en verspreiding, in welke vorm ook, helpen bij de canonisering van een beeld: het origineel wordt er niet alleen vermaarder door, velen krijgen het ook voor het eerst onder ogen - bij herhaling. De Mona Lisa behoort waarschijnlijk tot een van de meest gereproduceerde schilderijen. De kop van Che Guevara is alleen al op T-shirts in miljoenen aantallen afgedrukt. Capa's getroffen soldaat zie je altijd terug als een oorlog tegen een historische achtergrond moet worden geplaatst. De mate van beroemdheid is te relateren aan de hoeveelheid reproducties.


En dankzij de medialisering kan dat snel gaan. Films worden in duizenden bioscoopzalen getoond, tv-programma's worden mondiaal bekeken, twitterberichten veroorzaken wereldwijd een golf van enthousiasme (of afkeer).


Deed de Mona Lisa (geschilderd rond 1504) er eeuwen over om een heiligenstatus te krijgen (mede dankzij de roof ervan in 1911), vergeleken daarmee is het bij de twee Mauritshuis-schilderijen wel heel snel gegaan: elf jaar voor het Meisje met de Parel; één jaar voor Het puttertje. De sprong van erkend of potentieel meesterwerk tot icoon is zo snel verlopen, dat je je kunt afvragen wat het verschil is tussen een icoon en een hype - iets dat de toekomst zal gaan uitwijzen.


Webbers biopic en Donna Tartts bestseller waren in ieder geval cruciaal voor het succes van de twee schilderijen. Niet alleen door de grote verspreiding van de afbeeldingen. Boek en film zorgden ook voor een intensere beleving. Ze koppelden een zwijgende beeltenis aan een romantische vertelling.


In Girl with a Pearl Earring kwam het Meisje met de Parel tot leven. Iedereen werd net zo verliefd op haar als Colin Firth in de film. In het weemoedige verhaal van Tartt vindt een jongen troost in het schilderij van het puttertje, na de dood van zijn ouders. Kijk naar het vogeltje en je herkent de ontroering. Het onschuldige beestje zit met een kettinkje om zijn pootje vast. Het kijkt je hulpeloos en verdrietig aan.


Je vergeet gewoon dat beide schilderijtjes, materieel gezien, niet meer dan verf op doek zijn; een paar laagjes pigment met wat vernis. De emotie van de verhalen laat zich eenvoudig op de afbeeldingen projecteren. De schilderijen krijgen menselijke eigenschappen, en een geschiedenis die niets meer met hun kunsthistorische achtergrond heeft te maken.


Maar hoe vaak een bepaald schilderij ook wordt gereproduceerd, welke film er ook van wordt gemaakt, het zijn enkel randvoorwaarden waaronder een werk tot icoon kan uitgroeien. Wat ook geldt voor de mythevorming rond deze twee kunstenaars en kunstwerken. Dat er van Vermeer nauwelijks iets bekend is en Fabritius jong gestorven is bij de ontploffing van het kruithuis in Delft in 1654. Dat niemand weet wie model heeft gezeten voor het beparelde meisje. Waarom Fabritius nu uitgerekend een vink schilderde. Et cetera, et cetera.


Het zijn zaken die bijdragen aan de icoonvorming, maar er nog niet de oorzaak van zijn. Want dat kan alleen het beeld zelf veroorzaken. Omdat de immense populariteit ook gerelateerd moet worden aan het schilderij. Pas dan kan een vonk overslaan, die alle aantrekkelijkheid in een oogopslag duidelijk maakt.


In beide gevallen gaat het hierom: de vereenzelviging tussen tafereel en bezoeker. Al was het alleen al door het oogcontact dat je met het meisje of het vogeltje maakt. Jij kijkt naar hen, maar zij kijken net zo verrassend terug. Het is alsof juist die blik het enige is dat telt. Niets leidt je daarvan af.


Dit zijn geen schilderijen met ingewikkelde composities, nauwelijks uit te leggen mythologische voorstellingen of abstracte vegen die duiden op een zwaar theoretische achtergrond. Rembrandts Nachtwacht, Las Meninas van Velázquez, het Lam Gods van de broertjes Van Eyck, het zijn meesterwerken. Maar iconen? Nee. Net zomin als een gecompliceerd verfpatroon van Jackson Pollock dat zal worden.


Hun complexiteit zit een vereenzelving in de weg. Iconische beelden zijn namelijk juist aantrekkelijk door hun eenvoud. Ze maken contact. Spreken de bezoeker direct aan waardoor er een klik van herkenning kan ontstaan. Dat het beeld een spiegel is voor je eigen karakter, liefdesleven of (vermeende) talenten. Zoals veel voetbalfans willen zweven als Van Persie.


Waarschijnlijk zit 'm daarin de crux. Een diepe wens om je met een werk te kunnen identificeren. En dus met de beeltenis die daarop is te zien.


In die zin past de uitzonderlijke status en grote populariteit van meisje en vogeltje wel goed in de huidige tijd. Ze brengen een breed publiek op de been, omdat beide voorstellingen een vorm van empathie losmaken, zonder een beroep te doen op al te veel voorkennis. Het verklaart ook waarom zowat álle Hollandse meesters uit de 17de eeuw de laatste tijd zo in trek zijn: makkelijk te bevatten en toegankelijk.


In die zin heeft het Mauritshuis goud in handen, met zijn Rembrandts, Avercamps en Frans Halsen, en vooral: het Meisje met de Parel en Het puttertje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden