Slijtvast zolderkamergevoel van Tante Leny

De striptekenaar is boven zijn werk in slaap gevallen. Zijn baard reikt tot zijn knieën, dik spinrag bungelt aan de lamp....

Met deze zwartgallige fantasie levert Peter Pontiac het klapstuk van de nieuwe Tante Leny presenteert, het stripblad dat in de jaren zeventig het Nederlandse undergroundtalent bijeenbracht, na 25 tumultueuze nummers de geest gaf en nu, bij wijze van jubileum, nog eenmaal feestelijk uit de as herrijst. De wereld van het stripverhaal is er een van kenners-onder-elkaar, van verzamelaars die eerder op snuffelmarkten dan in galeries bijeenkomen en jubilea doorgaans in eigen kring vieren. Initiatieven als Van Bulletje tot Wentelteefje, het eerste grote overzicht van de Nederlandse strip, vorig jaar in Turnhout, duiden er echter op dat het beeldverhaal genoeg begint te krijgen van zijn marginale rol in het kunstcircuit.

Een teken aan de wand is ook de terugblik op de Nederlandse undergroundstrip in het Rotterdamse Centrum Beeldende Kunst. Het overzicht werd samengesteld door Joost Pollmann, die eerder verantwoordelijk was voor de omvangrijke expositie in Turnhout. In Rotterdam heeft Pollmann opnieuw een overvloed aan materiaal samengebracht, dat samen met video's en computeranimaties een haast overvolle expositie oplevert, waarin ook nog ruimte is voor Piet Schreuders' jubilerende tijdschrift Furore.

De titel Tante Leny presenteert weer verwijst naar de tentoonstelling waarmee 'Nederlands kleinste stripblad' 25 jaar geleden geschiedenis schreef in het Rotterdamse Lijnbaancentrum. Een nieuwe generatie tekenaars, opgegroeid in de 'tegencultuur' van bladen als Hitweek en Aloha, presenteerde zich toen voor het eerst aan het grote publiek.

Tante Leny was het geesteskind van Evert Geradts, een computerspecialist bij Rijkswaterstaat, die in zijn vrije tijd stripfiguurtjes tekende en in Hitweek en Aloha had gepubliceerd. Met assistentie van zijn toenmalige echtgenote, 'tante' Leny Zwalve, begon hij in 1971 een 'stripblad voor volwassenen', dat in navolging van de Amerikaanse undergroundpers de bijl zette in de heilige huisjes van God, Vaderland en Oranje.

Het blad was een cocktail van seks, drugs en rock 'n' roll, die dankzij de virtuoze tekentechnieken en de absurdistische plots even slijtvast is gebleken als de vaak verwante humor van Herenleed en Wim T. Schippers.

Alle helden van 1975 zijn in Rotterdam opnieuw bijeengebracht. Joost Swarte, Ever Meulen, Aart Clerkx, Bill Bodewes, Evert Geradts, Armand Stijnen, Peti Buchel, Peter Pontiac en de inmiddels overleden Mark Smeets en Harry Buckinx zijn vertegenwoordigd met oud en recenter werk.

Opvallend is daarbij hoezeer de rebellen van toen hebben bijgedragen aan wat inmiddels de mainstream van een internationale beeldcultuur kan worden genoemd, van PTT-postzegels tot omslagen voor The New Yorker.

Ook daarvan zijn voorbeelden te zien, maar de nadruk ligt vanzelfsprekend op de strips. Alle omslagen van de 25 afleveringen van Tante Leny hangen in de vorm van een kapitale T aan de wand, en daaromheen zijn in de belendende zalen subthema's gegroepeerd, van de voorlopers in Gandalf en Provo, tot en met de jongste generatie van het blad Zone 5300, die in een apart zaaltje is vertegenwoordigd met computeranimaties, waarbij de bezoeker met de muis de gags activeert.

Hoe onderhoudend die interactieve cartoons ook zijn, ze missen het zolderkamertjesgevoel dat de Tante Leny-generatie typeert: iemand die in eenzaamheid met een krassend pennetje zijn frustraties en fantasieën op papier heeft uitgeleefd, en de kijker een ongecensureerde blik op de bric à brac in zijn bovenkamer biedt.

Een intrigerend voorbeeld zijn de strips van Mark Smeets (1942-1999), die excelleerde in een curieus huwelijk van de vroege Hergé en de historische schoolplaten van Isings. In een vitrine ligt een ragfijn oud-Hollands landschapje: Zwitserland gezien van den 2den Jacob van Campenstraat, met een x-je bij 'hier geboren' en in de marge een geagiteerd mannenhoofd met de tekst: 'Dat de golven het verzwelgen - rót vaderland!'

Het enige gedateerde item in Rotterdam is een ingelijste brief van de rector van het Sint Laurenscollege. Op 22 november 1975 protesteerde drs. J.A. Bakkum bij de Rotterdamse Kunststichting tegen de 'minderwaardige vuilschrijverij' in het Lijnbaancentrum: 'Ik schrijf deze brief omdat ik als rector van een scholengemeenschap mij opwerp als beschermer van de jeugd tegen het verderf dat uit uw uitnodiging spreekt.' Het is een reactie waarvan de stripmakers van nu alleen maar kunnen dromen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden