Slijmfiguren tussen aanrecht en wasmand

De hemel mijn lief mijn stervende prooi van Werner Schwab door De Trust. Regie Theu Boermans. Trusttheater, Amsterdam, 21 december....

HEIN JANSSEN

Herrmann Wurm, die kleine roodharige opdonder, werd in Werner Schwabs vorige stuk Volksvernieting letterlijk in de hoek getrapt. Niemand wilde naar zijn schilderijen kijken. In De hemel mijn lief mijn stervende prooi is Herrmann opgekrabbeld, de keuken van de flat waar hij met zijn moeder woont is zelfs zijn atelier geworden. Daar staan zijn schilderijen vol 'onbemande, afwasbare slijmfiguren'. Moeder Wurm is naar het zijkamertje verbannen, waar ze slaapt onder de waslijn en met de bijbel onder haar bed.

De hemel mijn lief mijn stervende prooi is de openingsproductie van het nieuwe Trusttheater. Na de vier Faecaliëndrama's is dit het vijfde Schwab-stuk dat de Trust opvoert. Op die keuze valt niet veel af te dingen. De Trust is Werner Schwab, de Oostenrijkse schrijver die zich op nieuwjaarsdag 1994 de hemel in zoop, schatplichtig. Door het tonen van Schwabs wereld (lijken, bloed, sperma, worst, bier, dikke buiken, uitgezakte permanentjes, Mariabeelden, huurkazernes) heeft de Trust zich een groot publiek verworven én de sympathie van gezagsdragers en subsidiegevers.

De hemel. . . gaat vooral over de Kunst en de wereld die die kunst exploiteert. Herrmanns schilderijen zijn ontdekt door de naar nieuwe namen snakkende kunstwereld. Galeriehouders en kunstkenners komen bij de familie Wurm over de vloer. Het grote geld lonkt, moeder Wurm droomt stiekem al van een reisje naar Lourdes.

In drie bedrijven laat Schwab zien hoe elke creativiteit door de mens zelf om zeep wordt gebracht. Eerst lijkt alles te lukken, Anna Rottweiler is zelfs Herrmanns verloofde geworden, maar in het tweede bedrijf slaat de waanzin toe. Herrmann snijdt zijn oor af en wordt een moderne Van Gogh. Tenslotte wordt hij zelf een kunstwerk en belandt als een verschopte Verlosser in de armen van de kunstkenner en muze Cosima Grollfeuer, die ook nog even als Moeder Maria figureert. Kunst en religie als voertuigen naar het paradijs.

In het slotbedrijf zet Schwab zijn alterego Herrmann echter met beide benen op de grond. Anna gaat er vandoor met de sportleraar, de schilderijen zijn in het niets opgelost, moeder Wurm scharrelt rond met de wasmand. 'Moeten wij werkelijk allemaal aan de andere mensen sterven als aan een kanker? Sterven de mensen dan werkelijk aan de mensen?', vraagt Herrmann aan zijn moeder. 'Ja', zegt ze, 'heel zeker, Herrmann'. Dan omhelzen ze elkaar, als in een kramp. Opnieuw zien we de Piëta - moeder en zoon in elkaars armen. Het is het enige hoopvolle moment in deze inktzwarte, pessimistische voorstelling.

Dat slot is tevens het sterkste deel van dit verder niet zo indrukwekkende stuk. De bekende Schwab-stijl lijkt in De hemel. . . een beetje sleets, de barokke taal een te ver doorgevoerd kunstje. 'De wereld loopt op haar einde, maar de kunst loopt door', zegt de galeriehouder, waarmee hij tevens het motto van deze voorstelling samenvat. Dat zelfs de kunst de wereld niet kan redden, is tot daaraantoe, maar hier gaat het ten koste van het mededogen met die deerniswekkende Schwab-personages. Juist dat mededogen maakte die vorige stukken ondanks de gruwel ook zo diep-menselijk.

Als attributen zien we dit keer een varkenspoot, bebloede lakens, een plastic piemel die door drie mannen in Hitlerjugend-kostuum om beurten wordt afgelikt, en een gootsteen waarin Herrmann met de afwasborstel zijn schaamhaar wast. Het spreekt haast voor zich dat regisseur Theu Boermans en zijn Trustacteurs zich in deze omgeving thuis voelen.

Hein Janssen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden