Sleur of kleur

De media zijn massaal in de weer met een eigen kleur en identiteit. Thema's en 'aandachtsgebieden' moeten het gemis van echte debatten compenseren....

'IK heb heimwee naar de teach-in van vroeger', bekende programmamaakster Hanneke Groenteman onlangs op een VPRO-sessie over de ideale tv-avond. Bebloede koppen, onverzoenlijke standpunten, zinderende politieke passie, daar zitten we als tv-kijker weer op te wachten. Groenteman is niet de enige met heimwee naar ferme standpunten en felle debatten. EO-kopstuk Andries Knevel en vertrokken VPRO-hoofdredacteur Hans Maarten van den Brink hekelden recentelijk de paarse tijdgeest als een slap geheel van lauwwarme opvattinkjes in een bedje van consensuscultuur. Maar Paars en poldermodel hebben gelukkig hun langste tijd gehad, zei Van den Brink ten afscheid.

In elk geval zijn de media massaal op zoek naar kleur en identiteit. Bij de omroepen heeft de NCRV zich het thema fatsoen toegeëigend, terwijl de AVRO zich op dieren, veiligheid en gezondheid concentreert en de KRO zich profileert met spiritualiteit en zorg. Dagblad Trouw heeft veel succes met religie, ethiek en filosofie, HP/De Tijd gaat zich op 'inhoud' storten, en ook de Volkskrant is op zoek naar spraakmakende thema's.

Dat is verstandig, vindt onderzoeker Edith Smit van de Amsterdam School of Communications Research. 'Het media-aanbod is enorm. Er zijn heel veel dezelfde producten. Volgens de inzichten in de commerciële communicatie moet je dan meer kleur bekennen.'

Het is alleen verstandig zolang je je mond erover houdt, nuanceert hoofdredacteur Arendo Joustra van Elsevier, het enige succesvolle opinieblad van Nederland. 'Wat de Volkskrant nu doet met zijn DNA-verhalen, beneemt mij door de presentatie, met zo'n vignet, de lust tot lezen: het wordt huiswerk. Ik wacht wel tot de artikelen handzaam bij elkaar gebracht in een boekje staan.'

Bij Elsevier circuleert een ongeschreven agenda met een twaalftal thema's (van immigratie tot het-milieu-is-schoner-dan-we-denken) die, zonder als zodanig te zijn benoemd, de kolommen domineren. Joustra: 'Voor thema's geldt hetzelfde als voor veranderingen: show, don't tell. Bij HP/De Tijd en Vrij Nederland zeggen ze iets te vaak: ''Opletten! We gaan veranderen!'' Volgens mij is dat dodelijk. Lezers gaan zich afvragen of dit nou alles is, of erger: waar die verandering dan blijft. Bovendien: als ik hoor dat een krant of tijdschrift drastisch gaat vernieuwen, geeft dat mij het gevoel dat ik blijkbaar al die tijd ben afgescheept met een product dat niet deugde.'

De zoektocht naar nieuwe thema's kan ook doodslaan, waarschuwt hoofredacteur René van Zanten van het Utrechts Nieuwsblad. Een paar jaar geleden introduceerde zijn krant 'aandachtsgebieden': consumenten, veiligheid, jongeren en eigen woonomgeving. 'Die aandachtsgebieden hebben hun dienst vooral bewezen als instrument in ons veranderingsproces: ze hielpen journalisten om, vóór ze aan een verhaal begonnen, na te denken over elementaire vragen als ''voor wie schrijf ik dit eigenlijk?'', en ''wat wil ik ermee?''.

'Op een gegeven moment zit de gewenste manier van werken in het bloed, ook zonder die thema's, en dan moet je het enigszins loslaten. We hebben geen werkgroepen meer die zich bekommeren om de vraag of het aandachtsgebied veiligheid op de cultuurpagina wel genoeg ruimte krijgt. Je moet geen krant willen maken aan de hand van een matrix, dat wordt veel te klinisch. De echte thema's ontstaan natuurlijkerwijs, omdat bepaalde mensen precies op hun plek zitten en daar hele goeie verhalen schrijven, bijvoorbeeld over onderwijs en mobiliteit. Als je een nieuws- en achtergrondkrant wilt zijn, moet je accepteren dat een groot deel komt zoals het komt: het gaat tenslotte om nieuws.'

Veel kranten, tijdschriften, radio- en tv-programma's verkeren in een lastige positie. Door de ontzuiling is de binding tussen consument en medium sterk afgenomen. Tegelijkertijd is het media-aanbod explosief gegroeid.

In de bundel Media in overvloed uit 1999 zetten onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam deze ontwikkeling in deprimerende cijfers op een rijtje. Al in de jaren vijftig werd becijferd dat het totale informatie-aanbod met ruim 10 procent per jaar groeide, en toen was internet nog niet eens in beeld. De groei van de mediaconsumptie blijft hierbij achter, hoewel zij volgens Amerikaanse schattingen nog altijd 3,5 procent per jaar zou bedragen. De logische conclusie is dan ook dat er heel veel informatie onbeluisterd, onbekeken en ongelezen blijft. Het gemiddelde tv-programma haalt een kijkdichtheid van 5 procent. Van de gemiddelde krant werd in 1991 slechts 14 procent gelezen. Sindsdien is het er, met de stormachtige groei van het aantal katernen en pagina's, vast niet beter op geworden.

Naarmate het aanbod toeneemt, neemt de aandacht af, zeggen de onderzoekers. De media zijn verworden tot de pruttelende achtergrondruis van de moderne samenleving. De krant is geen huisvriend meer, maar een gebruiksvoorwerp. De status van televisie is zo mogelijk nog meer afgenomen. 'Televisie hoort erbij, maar is niets bijzonders meer, het is als water uit de kraan', schreef media-onderzoeker Baas in 1998.

Een spraakmakend onderwerp kan een medium weer op de agenda zetten. Maar zijn er nog wel spraakmakende onderwerpen in een door en door tolerante cultuur waarin iedereen recht heeft op zijn eigen opvattingen? Een conservatieve opvatting over abortus werd vroeger met collectieve woede begroet, zei Andries Knevel vorige week in deze krant, maar ontmoet nu slechts een tolerant schouderophalen. En zijn er nog wel radicale tegenstellingen die het polemisch vuistgevecht rechtvaardigen? Of zijn de media als de laatste mens van Francis Fukuyama, die de geschiedenis opnieuw willen beginnen uit verveling? Of erger nog: omdat journalisten heimwee hebben naar hun eigen rol als hogepriesters van het debat?

De oude tegenstelling tussen links en rechts, die het debat tussen 1917 en 1989 polariseerde, is inderdaad verdwenen, zegt H.J.A. Hofland, columnist van NRC Handelsblad. Vooral de linkse media van weleer hebben het daar soms moeilijk mee. 'Sommige hoofdartikelen in de Volkskrant eindigen in een voorbeeldig niks, dat mij doet denken aan het Algemeen Handelsblad in de jaren vijftig. Toen ik daar in 1956 kwam werken, werd ik apart genomen door een oudere verslaggever. Die zei tegen me: vroeg of laat zal je gevraagd worden een hoofdartikel te schrijven. Dan moet je er rekening mee houden dat de laatste zin altijd wordt geschrapt. En vervangen door zoiets als: het Algemeen Handelsblad behoudt zich zijn mening voor, maar schaart zich vooralsnog achter de regering.'

Net als de samenleving bevinden de media zich in een overgangsfase, zegt Hofland. De nieuwe breuklijnen zijn er al, maar moeten nog door de media worden gevonden. Zelf noemt hij een paar van die nieuwe thema's. De erosie van het poldermodel, of de schandelijke verwaarlozing van het onderwijs. Zelf nam hij in NRC Handelsblad krachtig stelling tegen de zijns inziens rampzalige commercialisering van de cultuur. 'De corporate cultuur van Veronica en SBS 6 ondermijnt onze smaak en onze cultuur', zegt hij. 'Alles dreigt te worden ondergesneeuwd door de fun.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.